Archief 745
Inventaris 745-297
Pagina 91
Jaar 1939
Stadsarchief

Pagina uit een officiële huurovereenkomst (huurcontract).

Origineel

Pagina uit een officiële huurovereenkomst (huurcontract). -3-

middelen uitdrukkelyk voor; de huurder is verplicht al hetgeen Burgemeester en Wethouders daartoe noodig oordeelen, in, aan of op het gehuurde toe te laten, voor zoover hierdoor geen belangen van den huurder worden geschaad.

Artikel 9.
De huurder zal voor het tydelyk gemis van het gebruik van het gehuurde of van een deel van het gehuurde, uit welke oorzaak ook, geen recht hebben op schadevergoeding van de zyde der verhuurster.

Artikel 10.
By wanbetaling der huurpenningen of by nalatigheid of handeling in stryd met deze overeenkomst heeft de Gemeente het recht de huur onmiddellyk als geëindigd te beschouwen en den huurder wegens geëindigde huur tot ontruiming van het gehuurde in rechte te vervolgen, zonder dat het noodig zal zyn den huurder door een sommatie of soortgelyke akte in gebreke te stellen, zullende deze door het enkel verloop van den vastgestelden betalingstermyn of de enkele strydige handeling reeds geacht worden in gebreke te zyn.

Artikel 11.
In alle gevallen, waarin deze overeenkomst niet voorziet, ligt de beslissing by Burgemeester en Wethouders, wier uitspraak bindend is.

Artikel 12.
De huurder kiest gedurende den geheelen duur der overeenkomst domicilie in het gehuurde.

Artikel 13.
De kosten van zegel en registratie op deze verhuring vallende zyn voor rekening van den huurder.

Aldus opgemaakt in duplo te Amsterdam ten dage en jare als in den hoofde vermeld.

De Verhuurster, De Huurder,
De gemeente Amsterdam,
voor haar: De Burgemeester, Dit blad vormt het slot van een huurovereenkomst waarbij de Gemeente Amsterdam optreedt als verhuurder. De bepalingen zijn strikt en in het voordeel van de verhuurder opgesteld:

  1. Gedoogplicht (voortzetting artikel): De huurder moet werkzaamheden aan het pand toestaan als B&W dit nodig achten.
  2. Artikel 9 (Geen schadevergoeding): Sluit de aansprakelijkheid van de gemeente uit bij tijdelijk verlies van het huurgenot.
  3. Artikel 10 (Ontbinding en ontruiming): Geeft de gemeente het recht om bij wanbetaling of overtreding van de regels het contract direct te beëindigen. Opvallend is de clausule dat er geen officiële ingebrekestelling (sommatie) nodig is; het verstrijken van de termijn is voldoende (een zogenaamd 'fataal termijn').
  4. Artikel 11 (Beslissingsbevoegdheid): Bij onvoorziene situaties beslissen de Burgemeester en Wethouders eenzijdig en bindend.
  5. Artikel 12 & 13 (Formaliteiten): De huurder wordt geacht op het gehuurde adres te wonen/gevestigd te zijn voor juridische correspondentie (domiciliekeuze) en draagt de administratieve kosten (zegelrecht) van het contract. Dit document is representatief voor de administratieve praktijk van de Gemeente Amsterdam in de eerste helft van de 20e eeuw. De gemeente was (en is) een grote vastgoedbezitter. Dergelijke contracten werden vaak gebruikt voor de verhuur van gemeentewoningen, bedrijfsruimten of percelen grond. De archaïsche spelling (zoals de 'y' in plaats van 'ij') wijst op een opstelling van vóór de spellinghervorming van Marchant (1934/1947), hoewel deze schrijfwijze in ambtelijke stukken vaak langer bleef hangen. De tekst illustreert de autoritaire verhouding tussen de overheid als verhuurder en de burger als huurder, waarbij de gemeente verregaande bevoegdheden behoudt. Gemeente Amsterdam

Samenvatting

Dit blad vormt het slot van een huurovereenkomst waarbij de Gemeente Amsterdam optreedt als verhuurder. De bepalingen zijn strikt en in het voordeel van de verhuurder opgesteld:

  1. Gedoogplicht (voortzetting artikel): De huurder moet werkzaamheden aan het pand toestaan als B&W dit nodig achten.
  2. Artikel 9 (Geen schadevergoeding): Sluit de aansprakelijkheid van de gemeente uit bij tijdelijk verlies van het huurgenot.
  3. Artikel 10 (Ontbinding en ontruiming): Geeft de gemeente het recht om bij wanbetaling of overtreding van de regels het contract direct te beëindigen. Opvallend is de clausule dat er geen officiële ingebrekestelling (sommatie) nodig is; het verstrijken van de termijn is voldoende (een zogenaamd 'fataal termijn').
  4. Artikel 11 (Beslissingsbevoegdheid): Bij onvoorziene situaties beslissen de Burgemeester en Wethouders eenzijdig en bindend.
  5. Artikel 12 & 13 (Formaliteiten): De huurder wordt geacht op het gehuurde adres te wonen/gevestigd te zijn voor juridische correspondentie (domiciliekeuze) en draagt de administratieve kosten (zegelrecht) van het contract.

Historische Context

Dit document is representatief voor de administratieve praktijk van de Gemeente Amsterdam in de eerste helft van de 20e eeuw. De gemeente was (en is) een grote vastgoedbezitter. Dergelijke contracten werden vaak gebruikt voor de verhuur van gemeentewoningen, bedrijfsruimten of percelen grond. De archaïsche spelling (zoals de 'y' in plaats van 'ij') wijst op een opstelling van vóór de spellinghervorming van Marchant (1934/1947), hoewel deze schrijfwijze in ambtelijke stukken vaak langer bleef hangen. De tekst illustreert de autoritaire verhouding tussen de overheid als verhuurder en de burger als huurder, waarbij de gemeente verregaande bevoegdheden behoudt.

Producten

Huishoudelijk: Pan Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Paling Vis & Zee: Vis

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Gemeente Amsterdam

Gerelateerde Documenten 6