Handgeschreven zakelijke brief op voorgedrukt briefpapier.
Origineel
Handgeschreven zakelijke brief op voorgedrukt briefpapier. 2 oktober 1939. Jan C. Meijer, exploitant van een wagenmakerij en verhuurbedrijf van bakfietsen en handkarren. [Briefhoofd]
STALLEN EN VERHUREN VAN
BAKFIETSEN EN HANDKARREN
ANNEX WAGENMAKERIJ
JAN C. MEIJER
JACOB VAN LENNEPSTRAAT 170
AMSTERDAM-W.
GEM. GIRO M 3350
[Datum]
AMSTERDAM, 2 Oct. 1939.
[Adres]
Den Welede Heer Dir
van 't Marktwezen te
Amsterdam
De v.d. Laan
[Aanhef]
Weledele Heer
[Inhoud]
Betreffende de zaak Vos contra Meijer aangaande de kraam luifel verzoek ik u beleefd doch dringend deze zaak zoo spoedig mogelijk te doen op lossen.
Het is nu al 14 dagen geleden dat deze persoon bij Vos huurt daar hij bij mij thuis hoort. En daar dergelijke laakbare handelingen van mijn kant niet komen zoo wensch ik ook door Vos met rust gelaten te worden.
Mocht u de zaak eventueel niet onderzoeken of op de lange baan schuiven, wat voor uw marktmeesters uit de Ten Katestraat ook een voldoening is, daar den Heer Reinwaard de kroongetuigen is in deze zaak, zoo zal ik dan ook Vos van repliek dienen en nemen van hem wat ik krijgen kan wat voor mij geen kunst is, doch ik wil op de markt de rust niet verstoren.
Hopende dat u aan mijn verzoek gehoor geeft teken ik Hoogachtend J.C. Meijer. * Onderwerp: Een geschil tussen twee ondernemers, Meijer en Vos, over een "kraamluifel". Het lijkt erop dat een klant of een specifiek object onterecht door Vos wordt geclaimd of verhuurd, terwijl deze "bij Meijer thuis hoort".
* Toon: De schrijver hanteert een dwingende toon. Hij doet een beroep op de autoriteit van het Marktwezen om in te grijpen, maar dreigt tegelijkertijd dat hij het recht in eigen hand zal nemen ("nemen van hem wat ik krijgen kan") als er geen snelle oplossing komt.
* Sleutelfiguren: Jan C. Meijer (afzender), Vos (tegenpartij) en de heer Reinwaard (getuige).
* Locatie: De Ten Katestraat wordt genoemd, wat verwijst naar de Ten Katemarkt in Amsterdam-West. Dit is logisch gezien het adres van de afzender in de nabijgelegen Jacob van Lennepstraat. Deze brief dateert van oktober 1939, een periode waarin Nederland gemobiliseerd was maar nog neutraal in de vroege fase van de Tweede Wereldoorlog. De Amsterdamse markten vormden de ruggengraat van de voedselvoorziening en handel voor de lokale bevolking. Bedrijven zoals die van Meijer leverden de noodzakelijke infrastructuur (handkarren, bakfietsen en marktmateriaal). Het "Marktwezen" was de gemeentelijke dienst verantwoordelijk voor het beheer van en de orde op deze markten. Het document illustreert de soms felle concurrentiestrijd en de rol van de gemeente als scheidsrechter bij alledaagse zakelijke conflicten in de vooroorlogse Amsterdamse volksbuurten.