Officieel rapport van de gemeente Amsterdam (Dienst van het Marktwezen).
Origineel
Officieel rapport van de gemeente Amsterdam (Dienst van het Marktwezen). 5 september 1940. No 2/B/109/ M. 1940 6/9
R A P P O R T
J.Nebig, oud 24 jaar en wonende Vrolikstraat 46 alhier, verzoekt om een erkenning als kleinhandelaar in groenten en fruit.
Nebig verklaart van 1932 tot 1935 als personeel werkzaam te zijn geweest bij zijn vader H.Nebig, die in dien tijd groothandel dreef in groenten en fruit. Controleur Veerman verklaarde mij Nebig te kennen als personeel van zijn vader, toen deze nog op de oude markt zaken deed. Vanaf October 1934 heeft Nebig ongeveer een jaar toegang gehad tot de Centr:Markt, eveneens als personeel van zijn vader die destijds op pier E een pakhuis in huur had. Nadien is Nebig echter niet meer in betrokken handel werkzaam geweest. Thans wil hij voor eigen rekening kleinhandel gaan drijven met groenten en fruit, reden waarom hij een erkenning aanvraagt. Voor zoover door mij kan worden beoordeeld heeft hij de vragen van zijn invulformulier naar waarheid beantwoord.
Den Heer Bedrijfschef
v/h Marktwezen
(gehandtekend) J. Veerman
Amsterdam 5 September 1940
Controleur,
(gehandtekend) F. Ulthuis
(Handgeschreven aantekeningen onderaan:)
Verklaring stempelen en
doorzenden naar de
Kamer.
acc. 7-9-40
WL
Doorgezonden 10/9 '40
JB Dit document is een ambtelijk rapport waarin de werkervaring van de 24-jarige J. Nebig wordt getoetst. Hij wil een eigen zaak beginnen als groenteboer (kleinhandelaar). Om een officiële vergunning of "erkenning" te krijgen, moet hij aantonen dat hij over de nodige ervaring beschikt.
De controleur bevestigt dat Nebig in de jaren '30 bij zijn vader in de groothandel heeft gewerkt, zowel op de oude markt als in de Centrale Markthallen (Centr:Markt) aan de Jan van Galenstraat. Ondanks een onderbreking in zijn loopbaan, wordt zijn aanvraag positief beoordeeld omdat hij de formulieren naar waarheid heeft ingevuld. De handgeschreven notitie onderaan geeft opdracht de verklaring te stempelen en door te sturen naar de Kamer van Koophandel. Het document dateert van september 1940, slechts enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode werden regels omtrent bedrijfsvoering en vestigingswetten streng gehandhaafd en vaak aangescherpt.
De genoemde locatie, de Vrolikstraat in Amsterdam-Oost, was in die tijd een levendige volksbuurt. De Centrale Markthallen, waar de vader van de aanvrager een pakhuis huurde, vormden het hart van de Amsterdamse voedselvoorziening. Dergelijke rapporten zijn waardevolle bronnen voor sociaal-economische geschiedenis en genealogie, omdat ze details bevatten over woonplaatsen, familiebedrijven en de bureaucratische processen van die tijd.