Archiefdocument
Origineel
6 september 1940 Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale Den Heer Directeur van het Marktwezen te Amsterdam (Jan van Galenstraat 14) NEDERLANDSCHE GROENTEN- EN FRUITCENTRALE
LAAN COPES VAN CATTENBURCH 62
TELEFOON INTERLOC. P P 1 - P P 2
LOCAAL 55 74 80*
BANKIER: DE TWENTSCHE BANK N.V.
's-GRAVENHAGE
POSTREKENING No. 22 43 14
AFDEELING: ERKENNINGEN.
BERICHT OP SCHRIJVEN VAN:
DICT. dSm. TYP. IC.
BIJ ANTWOORD DATUM EN AFD.
TE VERMELDEN
№ 2/B/110//M. 1940 9/9
Den Heer Directeur van het
Marktwezen te Amsterdam
Jan van Galenstraat 14
A M S T E R D A M
's-GRAVENHAGE, 6 September 1940.
Mijnheer,
Zooals U bekend is, hebben wij in overleg met Uwe instantie aan de Visch- en Bloemenventers te Amsterdam, die vroeger een aantal jaren in groenten en/of fruit hebben gehandeld, een tijdelijke vergunning van vier maanden verstrekt voor het venten van groenten en/of fruit.
Nu is de tijd aangebroken, dat van sommige venters deze tijdelijke vergunning ten einde loopt.
Deze venters hebben nu een verzoek aan onze Centrale gericht, de tijdelijke vergunning om te zetten in een definitieve erkenning.
Gaarne zouden wij Uw zienswijze in deze zaak vernemen.
Hoogachtend,
NEDERL. GROENTEN- EN FRUITCENTRALE:
[Handtekening]
(Handgeschreven aantekeningen rechtsboven: "met Dir. WB", "ber. af", initialen en onderstrepingen)
(Linksonder: (A) 18790 - '40) In deze brief vraagt de Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale aan de Directeur van het Marktwezen in Amsterdam om advies betreffende Amsterdamse straatventers. Het gaat specifiek om vis- en bloemenverkopers die vanwege hun verleden in de groentehandel een tijdelijke vergunning van vier maanden hadden gekregen om groenten en fruit te verkopen.
Nu deze termijn afloopt, verzoeken de venters om een "definitieve erkenning". De Centrale wil niet beslissen zonder de "zienswijze" van de Amsterdamse marktmeester te kennen. Dit document illustreert de bureaucratische afstemming tussen centrale landelijke organen en lokale stedelijke diensten over de regulering van de detailhandel. De datum van de brief, 6 september 1940, plaatst het document in de vroege fase van de Duitse bezetting van Nederland. De "Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale" maakte deel uit van de distributie- en ordeningsstructuur die door de bezetter en de Nederlandse overheid werd opgezet (onderdeel van de Rijksbureaus) om de voedselvoorziening in een schaarste-economie te controleren.
Tijdens de oorlog werd de vrije handel sterk ingeperkt. Straatventers (een prominente groep in het Amsterdamse straatbeeld) moesten over strikte vergunningen beschikken om goederen te mogen verhandelen. Dat vis- en bloemenventers overstapten op groenten en fruit, kan wijzen op verschuivingen in de beschikbaarheid van handelswaar door de oorlogsomstandigheden. De centrale aanpak van "erkenningen" was bedoeld om het aantal handelaren te limiteren en de distributieketen volledig onder overheidstoezicht te houden.