Doorslag van een verzonden brief (correspondentie).
Origineel
Doorslag van een verzonden brief (correspondentie). 12 september 1940. De Directeur (onbekend van welke instantie, mogelijk een regionaal bureau of keuringsdienst). [Handgeschreven: M. Steenbeek]
[Handgeschreven: bij herinnering à terugzending]
vP/HG.
de Directie van de Nederlandsche
Groente- en Fruitcentrale,
Laan Copes van Cattenburch 62,
's-Gravenhage .
2B/113/2 M. 2 12 September 1940.
In bijlage dezes heb ik de eer U een aanvraag om erken-
ning als kleinhandelaar in gewassen van den tuinbouw te doen toe-
komen ten name van H.v.d.Sluys, geboren 27 Augustus 1904. Ik voeg
daarbij afschrift van een op 10 dezer door den contrôleur Felthuis
van mijn dienst opgemaakt rapport, waaruit blijkt, dat Van der
Sluys voornoemd niet in den handel in gewassen van den tuinbouw is
werkzaam geweest. Hij komt daarom mijns inziens niet voor de ge-
vraagde erkenning in aanmerking en ook niet voor een tijdelijke
erkenning, dit laatste onder meer omdat hij geen vischhandelaar is
en tijdelijke erkenningen alleen aan vischkooplieden worden ver-
strekt.
De Directeur, Deze brief betreft een negatief advies aangaande een aanvraag voor een beroepserkenning als kleinhandelaar in de tuinbouwsector. De aanvrager, H.v.d. Sluys, wordt afgewezen op basis van een rapport van een controleur (Felthuis), waaruit blijkt dat hij geen relevante werkervaring heeft in deze branche.
Opmerkelijk is de vermelding dat tijdelijke erkenningen in deze periode blijkbaar bij voorrang of uitsluitend werden verstrekt aan "vischkooplieden". Dit suggereert een specifiek beleid waarbij handelaren uit de vissector werden gefaciliteerd om (ook) in groenten en fruit te handelen, mogelijk vanwege schaarste of veranderende distributiekanalen aan het begin van de bezettingstijd. Het document dateert van september 1940, enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode werd de economie steeds strakker georganiseerd in zogenaamde 'Centrale' organen (zoals de hier genoemde Nederlandsche Groente- en Fruitcentrale) om de distributie van schaarse goederen en voedsel te beheersen.
Om een bedrijf te mogen voeren of in bepaalde producten te mogen handelen, was officiële 'erkenning' nodig. De bureaucratische controle hierop was streng, zoals blijkt uit de inzet van controleurs ter plaatse om de achtergrond van aanvragers te verifiëren. De verwijzing naar vismeesters duidt op de complexe regelgeving rondom de zogenaamde 'nevenneringen' in de vroege oorlogsjaren. M. Steenbeek