Archief 745
Inventaris 745-307
Pagina 318
Dossier 100
Jaar 1940
Stadsarchief

Typoscript (doorslag/doorschrijfexemplaar op doorslagpapier).

12 september 1940. Van: Een onbekende Directeur (vermoedelijk van een regionale keuringsdienst of distributieorgaan).

Origineel

Typoscript (doorslag/doorschrijfexemplaar op doorslagpapier). 12 september 1940. Een onbekende Directeur (vermoedelijk van een regionale keuringsdienst of distributieorgaan). extra

vP/HG.

de Directie van de Nederlandsche
Groente- en Fruitcentrale,
Laan Copes van Cattenburch 62,
's-Gravenhage.

2B/115/2 M. 12 September 1940.

In bijlage dezes heb ik de eer U een aanvrage om erkenning
als kleinhandelaar in gewassen van den tuinbouw te doen toekomen
ten name van P.J. Scheen, geboren 24 December 1912. Ik voeg daarbij
afschrift van een op 10 dezer door den contrôleur Felthuis van mijn
dienst opgemaakt rapport, waaruit blijkt, dat Scheen voornoemd
hoofdzakelijk als bloemenhandelaar moet worden aangemerkt. Naar mijn
meening komt hij niet voor een erkenning vanwege Uw Centrale in aan-
merking en ook niet voor een tijdelijke erkenning, aangezien hij
geen vischkoopman is, en tijdelijke erkenningen alleen aan vischkoop-
lieden worden verstrekt.

De Directeur, Deze brief is een formeel advies betreffende een vergunningsaanvraag. De kernpunten zijn:

  1. De Aanvrager: P.J. Scheen (geboren in 1912) wenst erkend te worden als kleinhandelaar in tuinbouwgewassen (groente/fruit).
  2. Het Onderzoek: Een controleur genaamd Felthuis heeft ter plaatse vastgesteld dat de aanvrager feitelijk een bloemenhandelaar is.
  3. De Afwijzing: Op basis van dit rapport adviseert de directeur de aanvraag af te wijzen.
  4. Opmerkelijk detail: Er wordt expliciet vermeld dat "tijdelijke erkenningen" in deze categorie op dat moment uitsluitend aan viskooplieden worden verstrekt. Dit duidt op strikte sectorale scheidingen en specifiek beleid binnen het distributiesysteem van die tijd. Het document dateert van september 1940, slechts enkele maanden na de start van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode werd de economie strak georganiseerd onder het zogeheten "distributiestelsel".

De Nederlandsche Groente- en Fruitcentrale (NGF) was een crisisorganisatie (onderdeel van de Bedrijfschappen) die de handel en distributie van tuinbouwproducten reguleerde. Om te mogen handelen in schaarse goederen was een officiële erkenning nodig. De brief illustreert de bureaucratische controle op de beroepsuitoefening: wie niet strikt aan de voorwaarden voldeed (in dit geval een bloemenhandelaar die groente wilde verkopen), kreeg geen vergunning. De voorkeurspositie voor viskooplieden wat betreft tijdelijke erkenningen kan te maken hebben met de pogingen van de overheid om de voedselvoorziening (eiwitten uit vis) te stimuleren ten opzichte van luxeartikelen zoals bloemen.

Samenvatting

Deze brief is een formeel advies betreffende een vergunningsaanvraag. De kernpunten zijn:

  1. De Aanvrager: P.J. Scheen (geboren in 1912) wenst erkend te worden als kleinhandelaar in tuinbouwgewassen (groente/fruit).
  2. Het Onderzoek: Een controleur genaamd Felthuis heeft ter plaatse vastgesteld dat de aanvrager feitelijk een bloemenhandelaar is.
  3. De Afwijzing: Op basis van dit rapport adviseert de directeur de aanvraag af te wijzen.
  4. Opmerkelijk detail: Er wordt expliciet vermeld dat "tijdelijke erkenningen" in deze categorie op dat moment uitsluitend aan viskooplieden worden verstrekt. Dit duidt op strikte sectorale scheidingen en specifiek beleid binnen het distributiesysteem van die tijd.

Historische Context

Het document dateert van september 1940, slechts enkele maanden na de start van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode werd de economie strak georganiseerd onder het zogeheten "distributiestelsel".

De Nederlandsche Groente- en Fruitcentrale (NGF) was een crisisorganisatie (onderdeel van de Bedrijfschappen) die de handel en distributie van tuinbouwproducten reguleerde. Om te mogen handelen in schaarse goederen was een officiële erkenning nodig. De brief illustreert de bureaucratische controle op de beroepsuitoefening: wie niet strikt aan de voorwaarden voldeed (in dit geval een bloemenhandelaar die groente wilde verkopen), kreeg geen vergunning. De voorkeurspositie voor viskooplieden wat betreft tijdelijke erkenningen kan te maken hebben met de pogingen van de overheid om de voedselvoorziening (eiwitten uit vis) te stimuleren ten opzichte van luxeartikelen zoals bloemen.

Gerelateerde Documenten 6