Archiefdocument
Origineel
28 november 1940. Een ongenoemde "Directeur" (waarschijnlijk van een gemeentelijke dienst of distributiebureau). De Directie van de Nederlandsche Akkerbouwcentrale, te ’s-Gravenhage. Ter attentie van heer Mr. Pool. [Handgeschreven linksboven:] $2^B/167/117$
[Doorgestreept:] $21/19/1 M.$
[Handgeschreven:] Verzonden onder $2^A/19/117$ 1940.
[Midden boven:] VB/HG. [Handgeschreven:] extra
[Rechtsboven:] 28 November 1940.
Ter attentie van den
heer Mr. Pool.
de Directie van de Nederlandsche
Akkerbouwcentrale,
te
's-Gravenhage.
Hiermede heb ik de eer U te berichten, dat een hier ter stede gevestigde marktkoopman in aardappelen, groenten en fruit, namelijk J.C.v.Eck, Tuinstraat 44, zich tot mij heeft gewend met de klacht, dat hem door de Stichting "Centraal Belang" een erkenning als aardappelhandelaar wordt geweigerd. Het is bij mijn dienst bekend, dat deze marktkoopman reeds sedert drie jaren een plaats op de markten hier ter stede, met genoemde artikelen, inneemt. Betrokkene is in het bezit van een erkenning van de Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale.
Hij wordt thans door weigering der erkenning in ernstige moeilijkheden gebracht.
Ik heb daarom de eer U beleefd te verzoeken wel te willen bevorderen, dat Van Eck voornoemd alsnog in het bezit der vereischte erkenning wordt gesteld.
De Directeur, In deze brief bemiddelt een lokale directeur (vermoedelijk van een marktwezen of distributiedienst) voor een individuele ondernemer, J.C. van Eck, gevestigd aan de Tuinstraat 44. Van Eck is een marktkoopman die al drie jaar groenten, fruit en aardappelen verkoopt.
De kern van het probleem is bureaucratisch: hoewel Van Eck een officiële erkenning heeft van de Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale, weigert de stichting "Centraal Belang" hem de benodigde erkenning als aardappelhandelaar. Zonder deze specifieke erkenning kan hij zijn beroep niet volledig uitoefenen, wat hem in "ernstige moeilijkheden" brengt. De afzender verzoekt de Nederlandsche Akkerbouwcentrale om in te grijpen zodat de erkenning alsnog verleend wordt. Dit document dateert van november 1940, enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Tijdens de bezetting werd de handel in levensmiddelen en landbouwproducten extreem strak gereguleerd door de overheid (onder Duits toezicht) om de voedselvoorziening te controleren en rantsoenering mogelijk te maken.
Instellingen zoals de Nederlandsche Akkerbouwcentrale en de Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale maakten deel uit van deze nieuwe, dwingende ordening van het bedrijfsleven. Ondernemers moesten over de juiste papieren en "erkenningen" beschikken om legaal te mogen handelen. Dit document is een treffend voorbeeld van hoe de toenemende regeldruk en de centralisatie van de handel kleine zelfstandigen in de problemen brachten, en hoe lokale ambtenaren probeerden te navigeren binnen dit starre systeem om burgers te helpen. De handgeschreven notitie "extra" en de diverse referentienummers wijzen op een actieve correspondentie over dit dossier. J.C. van Eck Marktwezen