Getypte ambtelijke brief met handgeschreven kanttekeningen.
Origineel
Getypte ambtelijke brief met handgeschreven kanttekeningen. 24 januari 1940 (verzonden op 25 januari 1940). De Directeur (vermoedelijk van een sociale dienst of bureau voor maatschappelijke steun). [Rechtsboven, handgeschreven:]
1ex. Hr. Müller
1ex. Hr. v. Buren
[Linksboven, getypt:]
VB/DV.
8A/26/1 M.
[Midden links, handgeschreven/stempel:]
Verzonden 25/1-'40
[Rechtsmidden, getypt:]
24 Januari 1940.
[Geadresseerde, getypt:]
den Heer Chef van de Afdeeling
Militaire Zaken,
Raadhuis,
Alhier.
[Hoofdtekst, getypt:]
In Uw brief d.d. 23 October 1939 (Afd. M.Z./Be.) deelde U mij onder meer mede, dat, volgens van de Commandanten ontvangen gegevens de jaarwedde van C. Veerman f 1770,- + f 1,- per dag bedraagt. Volgens een thans ontvangen opgave van Veerman zelf, bedraagt zijn jaarwedde f 1625,- + f 60,- kindertoelage + f 171,- huwelijkstoelage = f 1856,-. Ik verzoek U beleefd nog eens te willen doen nagaan, welke opgave juist is.
[Ondertekening, getypt:]
De Directeur,
[Linksonder in de marge, handgeschreven:]
Vanwege kost-
inwoning vergoeding
43/3/1 17/40 * Inhoud: De brief wijst op een discrepantie tussen de salarisgegevens verstrekt door militaire commandanten en de opgave van de persoon in kwestie, C. Veerman. De commandanten spraken van een jaarwedde van ƒ 1770 plus een dagvergoeding, terwijl de betrokkene zelf een lager basissalaris opgeeft, aangevuld met kinder- en huwelijkstoelage, wat op een hoger totaalbedrag uitkomt (ƒ 1856).
* Terminologie: "Alhier" in de adressering duidt aan dat de afzender en ontvanger zich in dezelfde gemeente bevinden. De "jaarwedde" is het jaarlijkse vaste salaris.
* Administratieve sporen: De handgeschreven notities bovenin geven aan dat er kopieën ("1ex.") naar de heren Müller en Van Buren zijn gegaan. De aantekening in de linker marge verduidelijkt de context: het gaat om een aanvraag voor een "kost- inwoning vergoeding" (vermoedelijk kostwinnersvergoeding). Dit document stamt uit januari 1940, de periode van de Nederlandse mobilisatie vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in Nederland (mei 1940). Tijdens de mobilisatie werden veel mannen opgeroepen voor militaire dienst, waardoor hun gezinnen vaak zonder hun reguliere inkomen kwamen te zitten.
Om dit op te vangen bestond de Kostwinnersvergoeding. Gemeenten waren verantwoordelijk voor het vaststellen en uitkeren hiervan. Voor de berekening van de hoogte van deze vergoeding was het cruciaal om het exacte civiele inkomen van de gemobiliseerde soldaat te weten. Dit verklaart waarom de directeur van de betreffende dienst zo nauwkeurig nagaat welk bedrag correct is; een verschil van enkele tientallen guldens had in die tijd grote invloed op de toe te kennen steun aan het gezin van de heer Veerman.