Doorslag/afschrift van een getypte ambtelijke brief.
Origineel
Doorslag/afschrift van een getypte ambtelijke brief. 8 juli 1940. Afschrift v
N$^o$ 416 L.M. 1940 $^{15}/_7$ Marktw.
8 Juli 0.
Grb. 2380 F. 200-0-1.
XXXXXXXX
Antw. op No. 29/17 P.W. Aan den Heer
dd. 14 Juni 1940. Wethouder P.W.
2 bijlagen. N$^o$ 60/23/3 M. 1940
Onder terugzending van het schryven van den Directeur van het Marktwezen deel ik U het volgende mede.
Op de op den bygevoegden staat met 1, 3, 6, 7, 8 en 12 genummerde ingebruikgevingen aan den Luchtbeschermingsdienst is naar myn meening van toepassing het sub 2 bepaalde in het besluit van B. en W. dd. 17 October 1939, No. 1200/777$^d$ Kab. Bm., dat van objecten, die anders niet verhuurd zouden zyn, by ingebruikgeving aan den Luchtbeschermingsdienst geen huur in rekening zal worden gebracht.
Ten aanzien van den voor de terreinen als normaal aangegeven huurprys van f. 0,60 per m$^2$ meen ik te moeten opmerken, dat by de bepaling van den huurprys van terreinen rekening moet worden gehouden met den aard van het gebruik. Zoo kan voor het onder 4 bedoelde terrein van 10000 m$^2$, dat als sportveld wordt gebruikt, bezwaarlyk als de normale huurprys f. 6.000.- * Onderwerp: De brief handelt over de financiële verrekening van gemeentelijke eigendommen (gebouwen en terreinen) die in gebruik zijn genomen door de Luchtbeschermingsdienst (LBD).
* Kern van het betoog: De schrijver herinnert aan een besluit van Burgemeester en Wethouders uit oktober 1939. De regel is: als een pand of terrein anders toch leeg zou staan (niet verhuurd zou zijn), mag de Luchtbeschermingsdienst er gratis gebruik van maken.
* Discussie over marktprijs: Er is blijkbaar een voorstel gedaan om een standaardtarief van 60 cent per vierkante meter te rekenen. De schrijver maakt hier bezwaar tegen, specifiek voor een groot terrein van 10.000 m² (een sportveld). Een huurprijs van 6.000 gulden voor een sportveld dat nu voor luchtbescherming wordt gebruikt, wordt als onredelijk/onhaalbaar beschouwd ("bezwaarlyk").
* Taalgebruik: Typisch ambtelijk Nederlands uit de eerste helft van de 20e eeuw (bijv. "schryven", "bygevoegden", "den heer"). * Tijdsgewricht: De brief is gedateerd op 8 juli 1940, minder dan twee maanden na de Nederlandse capitulatie en het begin van de Duitse bezetting.
* Continuïteit: Opvallend is dat de brief refereert aan beleid dat vóór de invasie is vastgesteld (oktober 1939). Dit toont aan dat de gemeentelijke bureaucratie in de eerste maanden van de bezetting grotendeels op de oude voet doorwerkte.
* Luchtbeschermingsdienst: De LBD was in deze periode van cruciaal belang. Vanwege de oorlogsdreiging (en na mei 1940 de feitelijke oorlogssituatie) nam deze dienst op grote schaal terreinen en gebouwen in gebruik voor schuilplaatsen, uitkijkposten en opslag. De discussie over de kosten hiervan was een puur administratieve exercitie tussen gemeentelijke diensten.