Ambtsbrief / Dienstbrief (getypt met handgeschreven kanttekeningen).
Origineel
Ambtsbrief / Dienstbrief (getypt met handgeschreven kanttekeningen). 12 april 1940. De Directeur (vermoedelijk van een gemeentelijke dienst, zoals de Dienst van het Marktwezen of Voedselvoorziening). VP/HG.
[Handgeschreven: Aangeteekend] [Handgeschreven paraaf/handtekening: K. Müller]
21/15/2 M.
12 April 1940.
Teruggave marktgeld brandstof-
fenmarkten aan H.C. Lauritsen.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
Hiermede heb ik de eer U te berichten, dat H.C. Lau-
ritsen, die onder andere met vaartuig no. 1462 groot 51 ton
voor het kalenderjaar 1940 ligplaats heeft gekozen aan de
brandstoffenmarkten hier ter stede, het bedoelde vaartuig
met ingang van 1 April jl. heeft verkocht aan een anderen
brandstoffenhandelaar, die terzake bereids het marktgeld be-
taalt. Lauritsen voornoemd had voor het bedoelde vaartuig
het voor dit kalenderjaar verschuldigde marktgeld ten bedrage
van ƒ 51,- betaald. Indien hij volgens het tarief per kalen-
dermaand had voldaan, zou hij tot 1 April jl. schuldig zijn
geweest: 3 x 51 x 10 cent = ƒ 15,30. Het lijkt mij daarom
billijk hem een bedrag van ƒ 35,70 te restitueeren.
Ik geef U beleefd in overweging wel te willen bevor-
deren, dat daartoe door Burgemeester en Wethouders wordt
besloten, overeenkomstig het bepaalde in artikel 36 van de
Verordening op de heffing van markt-, standplaats- en vent-
gelden.
De Directeur, * Inhoud: De brief betreft een verzoek om gedeeltelijke restitutie van marktgeld. De heer H.C. Lauritsen had voor het hele jaar 1940 ligplaatsgeld betaald voor zijn vaartuig van 51 ton. Omdat hij het schip per 1 april heeft verkocht en de nieuwe eigenaar eveneens marktgeld betaalt, wordt voorgesteld het resterende bedrag over negen maanden aan Lauritsen terug te betalen.
* Berekening: De jaarheffing bedroeg ƒ 51,-. De kosten voor drie maanden (januari t/m maart) worden berekend op basis van het maandtarief (10 cent per ton per maand): 3 maanden x 51 ton x ƒ 0,10 = ƒ 15,30. Het terug te betalen bedrag is derhalve ƒ 51,- minus ƒ 15,30 = ƒ 35,70.
* Juridische grondslag: Er wordt expliciet verwezen naar artikel 36 van de lokale 'Verordening op de heffing van markt-, standplaats- en ventgelden'.
* Taalgebruik: Formeel ambtelijk Nederlands ("Hiermede heb ik de eer U te berichten", "beleefd in overweging wel te willen bevorderen"). * Tijdsgewricht: De brief is gedateerd op 12 april 1940, minder dan een maand voor de Duitse inval in Nederland (10 mei 1940). Het document weerspiegelt de normale bureaucratische gang van zaken in een tijd van mobilisatie en dreiging.
* Logistiek: De brandstoffenmarkt was essentieel voor de energievoorziening van de stad. Het feit dat dit onder de Wethouder voor de Levensmiddelen viel, wijst op de centrale regie over schaarse goederen en distributie in die periode.
* Binnenvaart: Het document geeft inzicht in de administratie rondom de binnenvaart en de kosten voor het innemen van ligplaatsen voor handelsvaartuigen ("vaartuig no. 1462 groot 51 ton").