Archief 745
Inventaris 745-314
Pagina 392
Dossier 103
Jaar 1940
Stadsarchief

Getypte brief (afschrift).

30 april 1940. Van: C. van Starckenborg van Straten, Naarderstraat 71, Laren (N.H.).

Origineel

Getypte brief (afschrift). 30 april 1940. C. van Starckenborg van Straten, Naarderstraat 71, Laren (N.H.). No.24/8/5 M. 1940 8/5 AFSCHRIFT
No. 405 L.M.1940 4/5

C. van Starckenborg van Straten
Naarderstraat 71
Laren N.H.

LAREN (N.H.), Naarderstr. 71
30 April 1940

Edelachtbare Heer,
Ik bevestig U mijn brief van 22 April jl.
Gisteren, 29 April, verkocht de in U in afschrift gezonden brieven aan den directeur van het Marktwezen gesignaleerde koopman, terzelfde standplaats, wederom oude, afgeleefde treekrozen en pleegde dus opnieuw het ergerlijkste bedrog. Het schijnt in Amsterdam ongestraft te kunnen geschieden.
Ik sprak er met een surveilleerende agent over, die, op mijn vraag of hij niet kon ingrijpen, antwoordde - en hij had daarin gelijk - dat men verstand van rozen moest hebben om het feit te kunnen constateeren. Hij ried mij aan mij te wenden tot den directeur van het Marktwezen.
In bijzijn van bedoelden agent zei een verkooper, dat zoo iets in Zaandam, den Helder, Hoorn - en hij noemde nog een gemeente - onmogelijk zou zijn, want daar wordt streng op dergelijke practijken gelet en de bedriegers krijgen geen vergunning meer ter markt te komen.

Met alle hoogachting,
Uw dw.
w.g. C.van Starckenborg

P.S. Een oogenblik heb ik er over gedacht om door een directe actie tegen den bedrieger in bijzijn van den agent een proces-verbaal tegen mij uit te lokken, waardoor dan vanzelf het geval voor den rechter zou kunnen komen, doch ik zag daarvan af.

Den Edelachtbaren Heer
Burgemeester van
AMSTERDAM * Inhoud: De afzender beklaagt zich over een specifieke koopman in Amsterdam die "oude, afgeleefde treekrozen" (trekrozen) verkoopt als vers. De schrijver is gefrustreerd dat de politie niet kan of wil ingrijpen bij dit "ergerlijkste bedrog" wegens gebrek aan vakexpertise.
* Toon: De brief is formeel en beleefd, maar getuigt van burgerlijke verontwaardiging. De schrijver stelt Amsterdam negatief tegenover gemeenten als Zaandam en Hoorn, waar de marktcontrole volgens horen zeggen strenger zou zijn.
* Opmerkelijk detail: In de postscriptum uit de afzender zijn bereidheid tot een vorm van burgerlijke ongehoorzaamheid: hij overwoog een scène te schoppen om een proces-verbaal tegen zichzelf uit te lokken, louter om de kwestie van de rozenfraude voor de rechter te krijgen.
* Taalgebruik: Het document hanteert de destijds gebruikelijke spelling (zoals "den", "practijken", "constateeren") en ambtelijke aanspreekvormen ("Edelachtbare Heer", "Uw dw." [dienstwillige]). * Tijdsbeeld: De brief is gedateerd op 30 april 1940, exact tien dagen voor de Duitse inval in Nederland. Het toont aan dat, ondanks de internationale spanningen, het dagelijks leven en de zorg over eerlijke handel op de markt nog de boventoon voerden in de burgerlijke correspondentie.
* De Afzender: De naam Van Starckenborg (van Straten) duidt op een persoon uit de gegoede burgerij of adel (verwant aan de toenmalige Gouverneur-Generaal van Nederlands-Indië). Dit verklaart de directe toegang tot de burgemeester en de zelfverzekerde toon van de klacht.
* Lokaal Bestuur: In 1940 was Willem de Vlugt de burgemeester van Amsterdam. De brief illustreert hoe burgers de burgemeester nog als een direct aanspreekpunt zagen voor handhaving van de openbare orde en eerlijkheid op de markt, zaken die onder de Dienst van het Marktwezen vielen.

Samenvatting

  • Inhoud: De afzender beklaagt zich over een specifieke koopman in Amsterdam die "oude, afgeleefde treekrozen" (trekrozen) verkoopt als vers. De schrijver is gefrustreerd dat de politie niet kan of wil ingrijpen bij dit "ergerlijkste bedrog" wegens gebrek aan vakexpertise.
  • Toon: De brief is formeel en beleefd, maar getuigt van burgerlijke verontwaardiging. De schrijver stelt Amsterdam negatief tegenover gemeenten als Zaandam en Hoorn, waar de marktcontrole volgens horen zeggen strenger zou zijn.
  • Opmerkelijk detail: In de postscriptum uit de afzender zijn bereidheid tot een vorm van burgerlijke ongehoorzaamheid: hij overwoog een scène te schoppen om een proces-verbaal tegen zichzelf uit te lokken, louter om de kwestie van de rozenfraude voor de rechter te krijgen.
  • Taalgebruik: Het document hanteert de destijds gebruikelijke spelling (zoals "den", "practijken", "constateeren") en ambtelijke aanspreekvormen ("Edelachtbare Heer", "Uw dw." [dienstwillige]).

Historische Context

  • Tijdsbeeld: De brief is gedateerd op 30 april 1940, exact tien dagen voor de Duitse inval in Nederland. Het toont aan dat, ondanks de internationale spanningen, het dagelijks leven en de zorg over eerlijke handel op de markt nog de boventoon voerden in de burgerlijke correspondentie.
  • De Afzender: De naam Van Starckenborg (van Straten) duidt op een persoon uit de gegoede burgerij of adel (verwant aan de toenmalige Gouverneur-Generaal van Nederlands-Indië). Dit verklaart de directe toegang tot de burgemeester en de zelfverzekerde toon van de klacht.
  • Lokaal Bestuur: In 1940 was Willem de Vlugt de burgemeester van Amsterdam. De brief illustreert hoe burgers de burgemeester nog als een direct aanspreekpunt zagen voor handhaving van de openbare orde en eerlijkheid op de markt, zaken die onder de Dienst van het Marktwezen vielen.

Gerelateerde Documenten 6