Archief 745
Inventaris 745-315
Pagina 215
Dossier 83
Jaar 1940
Stadsarchief

Officieel rapport / Dienstmededeling.

12 november 1938 (geschreven), 18 november 1938 (gestempeld/geregistreerd).

Origineel

Officieel rapport / Dienstmededeling. 12 november 1938 (geschreven), 18 november 1938 (gestempeld/geregistreerd). [Linksboven stempel/kenmerk:]
№ 25/241/2 M. 1938 18/11

[Onderwerp:]
Onderwerp:
Bijstand en vervanging
door vaste plaatshouder
zonder toestemming.

[Rechtsboven:]
Den Heer Inspecteur
v/h Marktwezen
Alhier

[Midden:]
Rapport.

[Tekst:]
De fruitkoopman P. van Houten, pl. 230 AC.
heeft zich Zaterdag 12 Nov. '38 wederom doen
bijstaan door zijn zoontje van ± 11 jaar.
Een rapport betreffende deze aangelegen-
heid heb ik U doen toekomen a.d. afd. M.
Bestraffing is m.i. noodzakelijk.

[Rechtsonder:]
Amst. 12 Nov. 38
[Handtekening:] J. Immerzeel C. Het document is een ambtelijk rapport waarin een specifieke overtreding op de markt wordt gemeld. De kern van de zaak is dat fruitkoopman P. van Houten, die standplaats 230 op de Albert Cuypmarkt (aangeduid met "AC") bezette, hulp kreeg van zijn 11-jarige zoon zonder dat hiervoor de vereiste toestemming was verleend.

De rapporteur gebruikt het woord "wederom", wat impliceert dat Van Houten al eerder voor een vergelijkbaar feit is gewaarschuwd of gerapporteerd. De toon van de rapporteur is streng: hij stelt expliciet dat bestraffing naar zijn mening ("m.i.") noodzakelijk is. De afkorting "pl." staat voor "plaats" of "plaatshouder". In de jaren '30 waren de regels voor de Amsterdamse markten streng vastgelegd in marktverordeningen. Het was plaatshouders niet toegestaan om zonder officiële vergunning personeel of familieleden (zeker minderjarigen) te laten bijstaan of de standplaats te laten overnemen. Dit had te maken met zowel de bestrijding van kinderarbeid als met het reguleren van de werkgelegenheid en de eerlijke concurrentie op de markt.

De code "AC" achter het plaatsnummer verwijst vrijwel zeker naar de Albert Cuypmarkt, destijds (en nu nog steeds) de belangrijkste markt van Amsterdam. Het document geeft een inkijkje in de strikte handhaving door het Marktwezen in het interbellum, waarbij zelfs het meehelpen van een kind van elf jaar oud werd gezien als een vergrijp dat bestraft diende te worden.

Samenvatting

Het document is een ambtelijk rapport waarin een specifieke overtreding op de markt wordt gemeld. De kern van de zaak is dat fruitkoopman P. van Houten, die standplaats 230 op de Albert Cuypmarkt (aangeduid met "AC") bezette, hulp kreeg van zijn 11-jarige zoon zonder dat hiervoor de vereiste toestemming was verleend.

De rapporteur gebruikt het woord "wederom", wat impliceert dat Van Houten al eerder voor een vergelijkbaar feit is gewaarschuwd of gerapporteerd. De toon van de rapporteur is streng: hij stelt expliciet dat bestraffing naar zijn mening ("m.i.") noodzakelijk is. De afkorting "pl." staat voor "plaats" of "plaatshouder".

Historische Context

In de jaren '30 waren de regels voor de Amsterdamse markten streng vastgelegd in marktverordeningen. Het was plaatshouders niet toegestaan om zonder officiële vergunning personeel of familieleden (zeker minderjarigen) te laten bijstaan of de standplaats te laten overnemen. Dit had te maken met zowel de bestrijding van kinderarbeid als met het reguleren van de werkgelegenheid en de eerlijke concurrentie op de markt.

De code "AC" achter het plaatsnummer verwijst vrijwel zeker naar de Albert Cuypmarkt, destijds (en nu nog steeds) de belangrijkste markt van Amsterdam. Het document geeft een inkijkje in de strikte handhaving door het Marktwezen in het interbellum, waarbij zelfs het meehelpen van een kind van elf jaar oud werd gezien als een vergrijp dat bestraft diende te worden.

Locaties

Amsterdam (afgekort als "Amst.").

Gerelateerde Documenten 4