Archief 745
Inventaris 745-315
Pagina 234
Dossier 24
Jaar 1940
Stadsarchief

Getypte brief met handgeschreven kanttekeningen.

9 Maart 1940. Van: De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen, Amsterdam). Aan: den Heer M. Hangjas, Rapenburgerstraat 16 III, Amsterdam-Centrum.

Origineel

Getypte brief met handgeschreven kanttekeningen. 9 Maart 1940. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen, Amsterdam). den Heer M. Hangjas, Rapenburgerstraat 16 III, Amsterdam-Centrum. [Links boven, getypt:] HG.
[Links boven, getypt:] 25/39/4 M.

[Midden boven, handgeschreven in inkt:] Verzonden 9/3.

[Rechts boven, getypt:] 9 Maart 1940.

[Rechts midden, getypt:] den Heer M. Hangjas,
[Rechts midden, getypt:] Rapenburgerstraat 16 III,
[Rechts midden, getypt:] Amsterdam-Centrum.

[Inhoud brief:]
Mij is gerapporteerd, dat U zich op 2 Maart jl. op Uw plaats op de markt Albert Cuypstraat heeft laten assisteeren en vervangen, terwijl U daarvoor dezerzijds geen toestemming is verleend. U heeft daarmede de voorwaarde overtreden, die was verbonden aan de U voorwaardelijk opgelegde straf, waarvan U met mijn brief d.d. 20 October 1939 (No.25/192/5 M.) mededeeling is gedaan. De bedoelde straf, zijnde ontneming van het recht om op de markten hier ter stede een plaats in te nemen voor den tijd van één dag, wordt thans ten uitvoer gelegd. Bovendien straf ik U, op grond van de overtreding van 2 Maart jl. met ontneming van het recht om op de markten hier ter stede een plaats in te nemen, eveneens voor den tijd van een dag; beide straffen worden ten uitvoer gelegd op Dinsdag 12 en Woensdag 13 Maart a.s.

[Rechts onder, getypt:] De Directeur,

[Links onder, handgeschreven in inkt:] Straf kwijtgescholden [onleesbaar, mogelijk 'door directeur'] Deze brief is een officiële administratieve maatregel van de gemeente Amsterdam gericht aan een marktkopman. De heer M. Hangjas wordt gesanctioneerd omdat hij zich op de Albert Cuypmarkt heeft laten vervangen zonder de vereiste officiële toestemming.

  • De overtreding: Het ongeoorloofd laten assisteren of vervangen op een marktstandplaats op 2 maart 1940.
  • De straf: De uitvoering van een eerdere voorwaardelijke straf (van 20 oktober 1939) én een nieuwe straf voor de recente overtreding. Dit resulteert in een verbod om op dinsdag 12 en woensdag 13 maart 1940 een standplaats in te nemen op de Amsterdamse markten.
  • Bijzonderheid: Onderaan de brief staat een handgeschreven notitie die aangeeft dat de straf uiteindelijk is kwijtgescholden door de directeur. Dit suggereert dat er na het verzenden van de brief mogelijk bezwaar is aangetekend of dat er verzachtende omstandigheden zijn aangevoerd. De brief dateert van 9 maart 1940, slechts twee maanden voor de Duitse inval in Nederland. De ontvanger, de heer M. Hangjas, woonde in de Rapenburgerstraat. Dit was een straat in het hart van de oude Joodse buurt van Amsterdam. Veel bewoners uit deze buurt werkten als marktkooplieden op markten zoals de Albert Cuypstraat en het Waterlooplein.

Het document biedt een inkijkje in de strikte regulering van de Amsterdamse markten in die tijd. Standplaatsen waren strikt persoonsgebonden; men mocht niet zomaar iemand anders de kraam laten bemannen. Voor de Joodse gemeenschap in Amsterdam waren deze marktvergunningen van cruciaal economisch belang. Kort na deze brief, tijdens de bezetting, zouden Joodse marktkooplieden te maken krijgen met steeds strengere beperkende maatregelen en uiteindelijk een totaal verbod op hun beroepsuitoefening.

Samenvatting

Deze brief is een officiële administratieve maatregel van de gemeente Amsterdam gericht aan een marktkopman. De heer M. Hangjas wordt gesanctioneerd omdat hij zich op de Albert Cuypmarkt heeft laten vervangen zonder de vereiste officiële toestemming.

  • De overtreding: Het ongeoorloofd laten assisteren of vervangen op een marktstandplaats op 2 maart 1940.
  • De straf: De uitvoering van een eerdere voorwaardelijke straf (van 20 oktober 1939) én een nieuwe straf voor de recente overtreding. Dit resulteert in een verbod om op dinsdag 12 en woensdag 13 maart 1940 een standplaats in te nemen op de Amsterdamse markten.
  • Bijzonderheid: Onderaan de brief staat een handgeschreven notitie die aangeeft dat de straf uiteindelijk is kwijtgescholden door de directeur. Dit suggereert dat er na het verzenden van de brief mogelijk bezwaar is aangetekend of dat er verzachtende omstandigheden zijn aangevoerd.

Historische Context

De brief dateert van 9 maart 1940, slechts twee maanden voor de Duitse inval in Nederland. De ontvanger, de heer M. Hangjas, woonde in de Rapenburgerstraat. Dit was een straat in het hart van de oude Joodse buurt van Amsterdam. Veel bewoners uit deze buurt werkten als marktkooplieden op markten zoals de Albert Cuypstraat en het Waterlooplein.

Het document biedt een inkijkje in de strikte regulering van de Amsterdamse markten in die tijd. Standplaatsen waren strikt persoonsgebonden; men mocht niet zomaar iemand anders de kraam laten bemannen. Voor de Joodse gemeenschap in Amsterdam waren deze marktvergunningen van cruciaal economisch belang. Kort na deze brief, tijdens de bezetting, zouden Joodse marktkooplieden te maken krijgen met steeds strengere beperkende maatregelen en uiteindelijk een totaal verbod op hun beroepsuitoefening.

Gerelateerde Documenten 4