Ambtelijke notitie/bijblad betreffende een marktaanvraag.
Origineel
Ambtelijke notitie/bijblad betreffende een marktaanvraag. Maart t/m juli 1940. [Stempel linksboven:]
BIJBLAD VAN:
M. / No. 25/44/1 1940
DOORGEZONDEN: 13/3-’40.
[In rood potlood/inkt, bovenaan midden:]
M. i. thans afwijzen. [mogelijk: opheffen]
verzoek is van 12/3 ’40.
[In zwarte pen:]
Walter Rau. = Geb. [doorgestreept: Duitschman] Pool uit Dantzig 10/3
geb. 28 Mei 1896
sedert 30 Augustus 1939 in Holland.
Journalist. echtgenoote ook in Holland.
[doorgestreept: Neemt] [tussenvoeging: altijd dien] plaats in op markt
alb. Cuypstraat.
al zijn bezittingen in Dantzig weg.
[In zwarte pen, rechtsboven:]
oproepen 89
15-3-40
delleur
nogmaals oproepen
20-3-40
delleur
[In rood:] #
[In zwarte pen, onderste gedeelte:]
[doorgestreept: Het verzoek Walter Rau, die pas sedert 1939 in Holland is, kan m.i. niet worden ingew.]
Aan Walter Rau, die pas sedert 1939 in Holland is, moet m. i. worden bericht dat zijn verzoek om voor een vaste plaats op de markt in de alb. cuypstraat in aanmerking te mogen komen, niet kan worden ingewilligd. 2-7-40 delleur
[Linksonder:]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 * De verzoeker: Walter Rau is een journalist, afkomstig uit Dantzig (het huidige Gdańsk). Dantzig was destijds een "vrije stad" met een complexe politieke status tussen Duitsland en Polen, wat de doorhaling van "Duitschman" naar "Pool" verklaart.
* Aanleiding: Rau is op 30 augustus 1939, vlak voor de Duitse inval in Polen en het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog, naar Nederland gevlucht. Hij is alles kwijtgeraakt in Dantzig en probeert in Amsterdam een bestaan op te bouwen als marktkoopman.
* Het verzoek: Hij vraagt om een "vaste plaats" op de Albert Cuypmarkt. Uit de tekst blijkt dat hij daar op dat moment al wel staat ("altijd dien plaats in"), waarschijnlijk als losse standwerker of op een tijdelijke vergunning.
* Besluitvorming: De ambtenaar (Delleur) wijst het verzoek op 2 juli 1940 definitief af. De reden die wordt opgegeven is dat hij pas sinds 1939 in Nederland verblijft; hij voldoet vermoedelijk niet aan de vereiste vestigingsduur voor een vaste standplaats. Dit document biedt een blik op de ambtelijke afhandeling van vluchtelingenzaken aan het begin van de Duitse bezetting in Nederland. Hoewel de aanvraag start in maart 1940 (vóór de inval), valt de definitieve beslissing in juli 1940 (tijdens de bezetting). Het illustreert de precaire positie van vluchtelingen die hun bezittingen zijn kwijtgeraakt en proberen te integreren in de lokale economie, terwijl zij te maken krijgen met strikte ambtelijke regelgeving omtrent marktvergunningen. De Albert Cuypmarkt was toen, evenals nu, een zeer gewilde locatie waarvoor strenge anciënniteitsregels golden.