Archief 745
Inventaris 745-316
Pagina 180
Dossier 103
Jaar 1940
Stadsarchief

Handgeschreven brief / verzoekschrift.

Ongedateerd (waarschijnlijk vroege 20e eeuw, ca. 1920-1930, op basis van spelling en context).

Origineel

Handgeschreven brief / verzoekschrift. Ongedateerd (waarschijnlijk vroege 20e eeuw, ca. 1920-1930, op basis van spelling en context). in Amsterdam geboren,
en heb hier de 32 jaar
die ik oud ben gewoond
ik ben met een Hollandsche
vrouw getrouwd en toch
ben ik niet ingeschreven
als Nederlander. Van de
Poolsche wet ben ik
uitgeschreven omdat zij
daar zeggen dat ik geen
Pool ben! U begrijpt dat
het voor mij een heel
moeilijke situatie is.
Ik heb zes broers en zusters
die allen Nederlanders zijn.
Maar die zijn allen ouder
als ik en toen was de
wet nog anders bij hun
geboorte. U begrijpt dus
wel dat ik geheel het
slachtoffer van de omstandig-
heden ben. Daar ik toch
ook mijn brood voor mijn
gezin moet verdienen wil
ik u verzoeken mij op de
markt dezelfde rechten te
kennen als Nederlanders,
daar ik toch eigenlijk
ook Nederlander ben.
En ik natuurlijk ook graag
op de markt ingeschreven wil
zijn.
Ik hoop dat ik u hiermee
mijn geval duidelijk
heb gemaakt en verzoek
u om indien mogelijk
mijn verzoek in te willigen.
Rekenende op uw welwillende
medewerking teek ik.

Hoogachtend.
Arnold. Adrian.
Rapenburgerstraat 91 II
Amsterdam. * Inhoud: De briefschrijver, Arnold Adrian, legt zijn benarde juridische positie uit. Hoewel hij in Amsterdam is geboren en er al 32 jaar woont, bezit hij niet de Nederlandse nationaliteit. Hij is door de Poolse autoriteiten uitgeschreven omdat hij volgens hen geen Pool is, waardoor hij feitelijk staatloos lijkt te zijn. Hij wijst op een ongelijkheid binnen zijn eigen gezin: zijn oudere broers en zussen zijn wel Nederlander omdat de wetgeving ten tijde van hun geboorte anders was.
* Doel: Het verkrijgen van dezelfde rechten als Nederlandse marktkooplieden. Zonder deze status is hij blijkbaar beperkt in zijn mogelijkheden om op de markt te werken en zo in het levensonderhoud van zijn gezin te voorzien.
* Taal en Stijl: De brief is geschreven in formeel, ietwat verouderd Nederlands (bijv. "Hollandsche", "Poolsche", "teek ik" voor 'teken ik'). De toon is respectvol maar dringend, waarbij hij zichzelf neerzet als "slachtoffer van de omstandigheden". * Juridische achtergrond: De brief refereert aan de complexiteit van de Wet op het Nederlanderschap van 1892. Deze wet was gebaseerd op het ius sanguinis (recht van het bloed), waarbij de nationaliteit van de vader bepalend was. Door wetswijzigingen of internationale verdragen kon de status van kinderen binnen één gezin verschillen.
* Sociaal-geografische context: De Rapenburgerstraat lag in het hart van de Joodse buurt in Amsterdam. Veel bewoners van deze wijk waren voor hun inkomen afhankelijk van de markthandel (zoals de nabijgelegen markt op het Waterlooplein). Voor een officiële standplaats of vergunning was de juiste nationaliteit of een gelijkgestelde status vaak een vereiste. De brief illustreert de bureaucratische hindernissen waar Amsterdammers met een migratieachtergrond tegenaan liepen bij het opbouwen van een bestaan.

Samenvatting

  • Inhoud: De briefschrijver, Arnold Adrian, legt zijn benarde juridische positie uit. Hoewel hij in Amsterdam is geboren en er al 32 jaar woont, bezit hij niet de Nederlandse nationaliteit. Hij is door de Poolse autoriteiten uitgeschreven omdat hij volgens hen geen Pool is, waardoor hij feitelijk staatloos lijkt te zijn. Hij wijst op een ongelijkheid binnen zijn eigen gezin: zijn oudere broers en zussen zijn wel Nederlander omdat de wetgeving ten tijde van hun geboorte anders was.
  • Doel: Het verkrijgen van dezelfde rechten als Nederlandse marktkooplieden. Zonder deze status is hij blijkbaar beperkt in zijn mogelijkheden om op de markt te werken en zo in het levensonderhoud van zijn gezin te voorzien.
  • Taal en Stijl: De brief is geschreven in formeel, ietwat verouderd Nederlands (bijv. "Hollandsche", "Poolsche", "teek ik" voor 'teken ik'). De toon is respectvol maar dringend, waarbij hij zichzelf neerzet als "slachtoffer van de omstandigheden".

Historische Context

  • Juridische achtergrond: De brief refereert aan de complexiteit van de Wet op het Nederlanderschap van 1892. Deze wet was gebaseerd op het ius sanguinis (recht van het bloed), waarbij de nationaliteit van de vader bepalend was. Door wetswijzigingen of internationale verdragen kon de status van kinderen binnen één gezin verschillen.
  • Sociaal-geografische context: De Rapenburgerstraat lag in het hart van de Joodse buurt in Amsterdam. Veel bewoners van deze wijk waren voor hun inkomen afhankelijk van de markthandel (zoals de nabijgelegen markt op het Waterlooplein). Voor een officiële standplaats of vergunning was de juiste nationaliteit of een gelijkgestelde status vaak een vereiste. De brief illustreert de bureaucratische hindernissen waar Amsterdammers met een migratieachtergrond tegenaan liepen bij het opbouwen van een bestaan.

Gerelateerde Documenten 6