Administratieve notitie/memorandum op een ambtelijk formulier ("Bijblad").
Origineel
Administratieve notitie/memorandum op een ambtelijk formulier ("Bijblad"). Juli 1940 (notities op 4-7-'40, 11-7-'40 en 30-7-'40). [Bovenaan links in kader]
BIJBLAD VAN:
M. * No. 25/119/1 1940
DOORGEZONDEN: 1/7
[Bovenaan midden, in rood en potlood]
25/119/2 6/0-140
[Bovenaan rechts]
Ih v Moerkerken 49
advies
4-7-'40
de Haan
Bevolkingsregister informeeren:
11-7-'40
de Haan
[Hoofdtekst]
In aanzien van Arnold
Arias stel ik u voor de
Wethouder te verzoeken een besluit
van Burgemeester en Wethouders
uit te lokken, waarbij gelet op de artikelen
5 en 35 van het Reglement op de markten, de
Directeur van het Marktwezen wordt gemachtigd
hem voor een vaste plaats op de markt in aanmer-
king te doen komen.
Zie mijn advies in z[ake] Frank op
bijblad 25/97/1 40
30-7-'40
de Haan
[Onderaan links]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 Dit document betreft een ambtelijk voorstel voor de toewijzing van een vaste standplaats op de markt aan een persoon genaamd Arnold Arias. De ambtenaar adviseert om via de wethouder een formeel besluit van het College van Burgemeester en Wethouders (B&W) uit te lokken. Dit besluit zou de Directeur van het Marktwezen de juridische bevoegdheid geven om Arias de plek toe te kennen, conform specifieke artikelen (5 en 35) van het marktreglement.
De aantekeningen in de kantlijn tonen het administratieve traject:
1. 4 juli 1940: Eerste advies door De Haan.
2. 11 juli 1940: Opdracht om gegevens te verifiëren bij het bevolkingsregister.
3. 30 juli 1940: Finale aftekening van de procedure.
Er wordt onderaan verwezen naar een soortgelijk dossier ("in zake Frank"), wat duidt op een consistente toepassing van de regels of een precedentwerking. Het document dateert van juli 1940, de beginperiode van de Duitse bezetting van Nederland. In deze fase bleef de gemeentelijke bureaucratie grotendeels intact, maar werden controles aangescherpt.
De namen "Arias" en "Frank" zijn in de Amsterdamse context van die tijd vaak geassocieerd met de Joodse gemeenschap (Sefardisch in het geval van Arias). Het feit dat het bevolkingsregister geraadpleegd moest worden voor een standplaatsvergunning is opvallend; hoewel dit een standaardprocedure kon zijn, werd dergelijke verificatie kort daarna een instrument om Joodse burgers stelselmatig uit het economische leven en van de markten te weren. Dit document bevindt zich op het kantelpunt waarbij regulier ambtelijk werk overvloeide in de administratieve voorbereiding van uitsluiting.