Getypte brief (doorslag/archiefkopie).
Origineel
Getypte brief (doorslag/archiefkopie). 6 augustus 1940. De Directeur (vermoedelijk van de Marktwezen/Gemeente Amsterdam). 25/119/2 M.
6 Augustus 1940.
den Heer A. Arian,
Rapenburgerstraat 91 II,
Amsterdam-Centrum.
Naar aanleiding van een door U ingediend desbetreffend
verzoek bericht ik U, dat voor het verkrijgen van een vaste
plaats op een der markten hier ter stede, krachtens Reglement,
de Nederlandsche nationaliteit wordt vereischt. Op dit voor-
schrift kunnen thans geen uitzonderingen worden gemaakt. Aan-
gezien U niet aan het bovenbedoelde vereischte voldoet, moet
Uw verzoek van de hand worden gewezen.
De Directeur, Deze brief is een formele afwijzing van een aanvraag voor een vaste staanplaats op een Amsterdamse markt. De reden voor de afwijzing is puur juridisch-administratief: volgens het geldende reglement is de Nederlandse nationaliteit een vereiste voor een marktvergunning. De directeur benadrukt dat er "thans geen uitzonderingen" meer worden gemaakt. Het taalgebruik is afstandelijk en strikt bureaucratisch. De brief is gedateerd op 6 augustus 1940, slechts enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de eis van nationaliteit al langer in reglementen kon staan, kreeg de strikte handhaving ervan onder de bezetter een nieuwe, sinistere lading.
De geadresseerde, Abraham Arian, woonde in de Rapenburgerstraat, destijds het hart van de Joodse buurt in Amsterdam. Veel Joden in Amsterdam waren in die tijd statenloos of hadden een vreemde nationaliteit (bijvoorbeeld vluchtelingen uit Duitsland of Oost-Europa). Door strikt vast te houden aan het nationaliteitsvereiste en geen uitzonderingen meer toe te staan, konden de autoriteiten op "legale" wijze Joodse ondernemers van de markten weren. Dit was een vroege stap in het proces van economische uitsluiting en ontheffing van Joodse burgers uit het openbare leven tijdens de Tweede Wereldoorlog. A. Arian Gemeente Amsterdam Marktwezen