Ambtelijke notitie / besluit (Bijblad).
Origineel
Ambtelijke notitie / besluit (Bijblad). Juli 1940. [Stempel linksboven]
BIJBLAD VAN:
M. No. 25/127/1 1940
DOORGEZONDEN: 10/7
[Rechtsboven]
493
[Handgeschreven tekst bovenaan]
E. van Essen
pl. 258. Alb. Cuypstraat.
Thr. v Moerkerken
[Hoofdtekst]
Aan E. van Essen kan m.i. worden toegestaan om gedurende drie maan-den zijn plaats op de markt aan de Alb. Cuypstraat, niet in te nemen.
E. van Essen moet echter zorg dragen, dat het ook tijdens zijn afwezigheid verschul-digde marktgeld, wekelijks wordt betaald.
(zie rapport chef marktopzichter).
[Kantlijn rechts]
advies
12-7 '40
deBoer
[Onderaan]
23/7 '40
3. 25/127/2 [in rood potlood]
18-7-'40
deBoer.
[Linksonder drukwerk]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 Het document is een ambtelijke beslissing betreffende een verlofaanvraag van een marktkoopman genaamd E. van Essen. Van Essen heeft standplaats nummer 258 op de Albert Cuypmarkt in Amsterdam.
De kern van de beslissing is dat Van Essen toestemming krijgt om drie maanden lang zijn standplaats niet in te nemen. Hieraan is echter de voorwaarde verbonden dat hij gedurende deze periode wel wekelijks het verschuldigde marktgeld moet blijven betalen. Er wordt verwezen naar een voorafgaand rapport van de chef marktopzichter. De afkorting "m.i." staat voor "mijns inziens", wat duidt op een ambtelijk advies dat door een hogere functionaris (mogelijk Jonkheer van Moerkerken) is goedgekeurd. Dit document stamt uit juli 1940, slechts twee maanden na de Nederlandse capitulatie in de Tweede Wereldoorlog. In deze periode liep de reguliere gemeentelijke administratie van Amsterdam nog grotendeels door volgens de bestaande protocollen.
De Albert Cuypmarkt was en is een centrale plek in het Amsterdamse stadsleven. Administratieve documenten zoals deze zijn van historisch belang omdat ze de continuïteit van het dagelijks leven en de bureaucratie tijdens het begin van de bezetting laten zien. Bovendien bieden ze inzicht in de strikte regulering van de marktsector, waarbij het behoud van inkomsten voor de gemeente (het marktgeld) prevaleerde boven de persoonlijke omstandigheden van de kooplieden die verlof vroegen. De handtekening "deBoer" komt vaker voor in Amsterdamse marktarchieven uit die tijd. E. van Essen M. No