Handgeschreven brief op briefpapier.
Origineel
Handgeschreven brief op briefpapier. 16 juli 1940 (het voorgedrukte jaartal 1938 is handmatig gewijzigd naar 1940). Wed. H. de Wrede, Atelier voor het opnieuw overtrekken van lampekappen. [Briefhoofd:]
WED. H. DE WREDE
1907—1938 ~~40~~
Atelier voor het opnieuw
overtrekken van Lampekappen
ALBERT CUYPSTRAAT 123
AMSTERDAM-Z.
AMSTERDAM, 16 Juli 1938 ~~40~~
[Inhoud:]
WelEd Heer Directeur
van het marktwezen.
Door omstandigheden kom ik tot U met een
vriendelijk verzoek. Gaarne had ik een plaats op de
Alb Cuypstr markt tegenover mijn winkel. Zoo gaat het niet
langer. Ik zit zoo in de diepte, me winkel ligt diep en dan die
kramen er voor de menschen vergeten en hebben geen erg er in.
Omdat ze alt in het midden loopen. En ik verkoop totaal
niets Zaterdag 4 gld en vandaag weer geen handgeld en al 3 weken
huur schuldig. En ik heb zooveel artikelen dat juist op de markt
verkocht word. Ik wilde wel persoonlijk met U spreken maar men zeide
dat ik U misschien niet zelf zou treffen en maar liever een brief naar
U moest sturen. Ik woon hier al 30 jaar op de markt en wilde jaren
geleden al op de markt staan toe was alles nog vrij maar ik vond dat
het niet stond als men op de markt stond en dan een winkel had
Maar het publiek koopt toch altijd nog liever op de markt als in
de winkel.
Hopende dat U aan mijn verzoek zou
kunnen voldoen en het mij niet kwalijk neemt dat ik
U zoo brief heb geschreven.
Bij voorbaat U dank
Wed H de Wrede
Alb Cuypstr 123. * Inhoud: De schrijfster, een weduwe met een eigen atelier voor lampekappen aan de Albert Cuypstraat, richt een wanhopig verzoek aan de directeur van het marktwezen. Ze vraagt om een standplaats op de markt direct voor haar winkel. Ze legt uit dat haar winkel door de diepe ligging en de omliggende marktkramen onzichtbaar is voor het publiek, dat in het midden van de straat loopt.
* Financiële nood: De brief getuigt van bittere armoede: op een zaterdag verdiende ze slechts 4 gulden, ze heeft geen contant geld meer ("handgeld") en loopt drie weken achter met de huur.
* Taalgebruik: Het taalgebruik is eenvoudig en spreektalig ("me winkel", "alt" voor altijd, "toe" voor toen, "als in de winkel" in plaats van dan). Dit wijst op een schrijfster uit de werkende stand die haar noodkreet direct op papier heeft gezet.
* Sociale observatie: Interessant is haar opmerking dat ze jaren geleden een kraam weigerde omdat ze vond dat het "niet stond" (niet gepast was) om zowel een winkel als een kraam te hebben, maar dat ze nu door de realiteit van de markt gedwongen wordt op dit standpunt terug te komen. * Locatie: De Albert Cuypmarkt in Amsterdam is een van de beroemdste dagmarkten van Nederland. Al sinds het begin van de 20e eeuw is er een constante spanning tussen de winkeliers in de panden en de marktlui in de kramen die het zicht op de winkels ontnemen.
* Tijdsbeeld: De brief is gedateerd juli 1940, slechts twee maanden na de Duitse inval in Nederland. Hoewel de oorlog niet expliciet wordt genoemd, kan de economische malaise die de schrijfster beschrijft verergerd zijn door de onzekere oorlogsomstandigheden en beginnende schaarste.
* Bedrijfsvoering: Het "opnieuw overtrekken van lampekappen" was een typisch ambachtelijk vak uit die tijd, gericht op hergebruik en reparatie, wat in crisistijd noodzakelijk was. De brief geeft een zeldzaam inkijkje in de dagelijkse overlevingsstrijd van een kleine zelfstandige in Amsterdam tijdens de vroege bezettingsjaren. H. de Wrede Marktwezen