Administratief formulier / intern memo (Alg. Zaken Model No. 14).
Origineel
Administratief formulier / intern memo (Alg. Zaken Model No. 14). [Stempel/Kader linksboven]
BIJBLAD VAN:
M. [vinkje] No. 25/9.8./1 1940
DOORGEZONDEN: 3/6
[Rechtsboven]
348 [potlood]
Alb. Cuypstraat
verzoek om ass. t.b.v.
F. Visser oud 15 jaar.
Th. v Moerkerken
advies
7-6-’40
[Handtekening/Paraaf, wrsch. de Haas]
[Midden/Links]
Kan m.i. als afgedaan
worden beschouwd.
Aan Visser kan de mondeling
worden medegedeeld dat
geen bezwaar tegen bestaat, dat zijn
zoon v/d 15 jaar visch schoonmaakt.
Accoord,
mondeling besproken.
26-6-40 [Paraaf, wrsch. WHues]
[Midden/Rechts]
Gezien
28-6-40
[Paraaf de Haas]
18-6-40
[Paraaf de Haas]
[Onderzijde]
Th. van Moerkerken,
ter kennisneming en retour
[Paraaf] 1/7-’40 [Paraaf]
[Potloodnotitie uiterst rechtsonder:] [onleesbaar] 28/6 ‘40
[Gedrukte tekst linksonder]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 Het document is een ambtelijke afhandeling van een verzoek betreffende de inzet van een minderjarige op de Albert Cuypmarkt in Amsterdam. De kern van de correspondentie is dat er "geen bezwaar" is dat de 15-jarige zoon van de heer Visser vis schoonmaakt.
De administratieve gang van zaken is duidelijk zichtbaar door de verschillende data en parafen:
1. 3 juni: Het stuk wordt binnengebracht of doorgezonden.
2. 7 juni: Een eerste advies wordt gegeven.
3. 18 & 28 juni: Tussentijdse controles of 'gezien'-meldingen door de betrokken ambtenaar (De Haas).
4. 26 juni: Definitief akkoord na mondeling overleg.
5. 1 juli: Afsluiting van het dossier en retourzending ter kennisname.
De opmerking "mondeling besproken" suggereert dat dergelijke kleine verzoeken vaak informeel werden afgehandeld voordat ze formeel op papier werden "afgedaan". Dit document stamt uit juni 1940, slechts enkele weken na de Nederlandse capitulatie en het begin van de Duitse bezetting (mei 1940). Het is illustratief voor het feit dat de reguliere civiele bureaucreatie in de eerste maanden van de bezetting grotendeels ongewijzigd bleef functioneren. Dagelijkse beslommeringen, zoals marktvergunningen en jeugdwerkgelegenheid op de Albert Cuypmarkt, werden volgens de bestaande protocollen afgehandeld.
De Albert Cuypstraat was (en is) het hart van de Amsterdamse markthandel. Dat een 15-jarige daar aan het werk ging als visschoonmaker was in die tijd een volstrekt normaal onderdeel van de arbeiderscultuur, hoewel er blijkbaar wel officiële toestemming of een 'verzoek om assistentie' (ass.) voor nodig was, mogelijk in het kader van marktverordeningen of arbeidsinspectie voor minderjarigen.