Archief 745
Inventaris 745-319
Pagina 297
Dossier 39
Jaar 1940
Stadsarchief

Interne ambtelijke correspondentie/notitie (waarschijnlijk onderdeel van een groter dossier).

Origineel

Interne ambtelijke correspondentie/notitie (waarschijnlijk onderdeel van een groter dossier). [Linksboven:]
26/30/1/2

[Rechtsboven:]
28/10/40 WS

[Middenboven:]
6.

M.i. moet tewerkstelling
in Duitschland op
overeenkomstige wijze
worden behandeld als
opneming in werkverschaffing
hier te lande (zoover
noodig door aanvulling
van het Besluit van B en W)

Wat denkt U hiervan?
Zie Bijblad 39/2511/40

[Midden, tussen tekstblokken:]
10-10/40
[Paraaf]

[Onderaan, ander handschrift:]
Indien door B. en W. wordt besloten
marktkooplieden die door de
Gem. arb. beurs naar Duitschland worden
uitgezonden van betaling vrij te stellen
en indien blijkt dat Oostendorp inder-
daad door de Gem. arb. beurs is uitge-
zonden kan hem vrijstelling worden
verleend. 24-10-40 deltaer

[Verticaal in de rechter marge:]
opbergen zie 0b/3/8 v.d.V. Dit document betreft een interne beleidsdiscussie binnen een gemeentelijk apparaat kort na het begin van de Duitse bezetting in Nederland. De kernvraag is hoe de "tewerkstelling in Duitschland" administratief en financieel moet worden ingekaderd.

De eerste schrijver (WS, 28-10-40) stelt voor om arbeid in Duitsland op dezelfde manier te behandelen als de binnenlandse werkverschaffing. Dit duidt op een poging om de nieuwe realiteit van de Duitse arbeidsinzet te normaliseren binnen bestaande sociale en juridische kaders van de gemeente.

Het onderste gedeelte (24-10-40, ondertekend door 'deltaer' of een soortgelijke naam/functie) behandelt een specifiek geval: een zekere "Oostendorp". Er wordt een voorwaardelijk besluit geformuleerd: als B. en W. besluiten dat marktkooplieden die via de Gemeentelijke Arbeidsbeurs naar Duitsland gaan, vrijgesteld worden van bepaalde betalingen (waarschijnlijk marktgelden of belastingen), dan komt Oostendorp hiervoor in aanmerking mits bewezen kan worden dat hij inderdaad via de officiële weg is uitgezonden.

Opvallend is de vroege datum van het document. In oktober 1940 was de tewerkstelling in Duitsland nog gebaseerd op een vorm van "vrijwilligheid" onder druk, maar de administratieve infrastructuur (zoals de rol van de Gemeentelijke Arbeidsbeurs) was al volop in werking. * Arbeitseinsatz: In de beginfase van de bezetting (1940-1941) probeerden de Duitsers Nederlandse arbeiders te werven via "vrijwillige" contracten. Gemeentelijke instanties en de Arbeidsbeurzen speelden hierbij een faciliterende rol.
* Werkverschaffing: Voor de oorlog was de werkverschaffing een systeem om werklozen tegen een laag loon aan het werk te zetten bij infrastructurele projecten. Door de tewerkstelling in Duitsland hiermee gelijk te stellen, werd het een officieel instrument van arbeidsmarktbeleid.
* Gemeentebestuur onder Bezetting: Het document toont de continuïteit van de gemeentelijke bureaucratie. Ambtenaren en het college van B. en W. moesten beslissen over de praktische gevolgen van de bezettingsmaatregelen voor hun burgers, zoals in dit geval de financiële lasten voor marktkooplieden die gedwongen of onder druk in Duitsland gingen werken.
* Oostendorp: De genoemde naam is waarschijnlijk die van een lokale marktkoopman wiens dossier aanleiding gaf tot deze algemene beleidsnotitie.

Samenvatting

Dit document betreft een interne beleidsdiscussie binnen een gemeentelijk apparaat kort na het begin van de Duitse bezetting in Nederland. De kernvraag is hoe de "tewerkstelling in Duitschland" administratief en financieel moet worden ingekaderd.

De eerste schrijver (WS, 28-10-40) stelt voor om arbeid in Duitsland op dezelfde manier te behandelen als de binnenlandse werkverschaffing. Dit duidt op een poging om de nieuwe realiteit van de Duitse arbeidsinzet te normaliseren binnen bestaande sociale en juridische kaders van de gemeente.

Het onderste gedeelte (24-10-40, ondertekend door 'deltaer' of een soortgelijke naam/functie) behandelt een specifiek geval: een zekere "Oostendorp". Er wordt een voorwaardelijk besluit geformuleerd: als B. en W. besluiten dat marktkooplieden die via de Gemeentelijke Arbeidsbeurs naar Duitsland gaan, vrijgesteld worden van bepaalde betalingen (waarschijnlijk marktgelden of belastingen), dan komt Oostendorp hiervoor in aanmerking mits bewezen kan worden dat hij inderdaad via de officiële weg is uitgezonden.

Opvallend is de vroege datum van het document. In oktober 1940 was de tewerkstelling in Duitsland nog gebaseerd op een vorm van "vrijwilligheid" onder druk, maar de administratieve infrastructuur (zoals de rol van de Gemeentelijke Arbeidsbeurs) was al volop in werking.

Historische Context

  • Arbeitseinsatz: In de beginfase van de bezetting (1940-1941) probeerden de Duitsers Nederlandse arbeiders te werven via "vrijwillige" contracten. Gemeentelijke instanties en de Arbeidsbeurzen speelden hierbij een faciliterende rol.
  • Werkverschaffing: Voor de oorlog was de werkverschaffing een systeem om werklozen tegen een laag loon aan het werk te zetten bij infrastructurele projecten. Door de tewerkstelling in Duitsland hiermee gelijk te stellen, werd het een officieel instrument van arbeidsmarktbeleid.
  • Gemeentebestuur onder Bezetting: Het document toont de continuïteit van de gemeentelijke bureaucratie. Ambtenaren en het college van B. en W. moesten beslissen over de praktische gevolgen van de bezettingsmaatregelen voor hun burgers, zoals in dit geval de financiële lasten voor marktkooplieden die gedwongen of onder druk in Duitsland gingen werken.
  • Oostendorp: De genoemde naam is waarschijnlijk die van een lokale marktkoopman wiens dossier aanleiding gaf tot deze algemene beleidsnotitie.

Producten

A.G.F. (Groenten): Groente A.G.F. (Groenten): Sla Kruidenier (Droog): Rijst Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis

Thema's

Duitsland/Oosten Dwang/Vordering Jodenster/Maatregelen

Gerelateerde Documenten 6