Archief 745
Inventaris 745-319
Pagina 350
Dossier 25
Jaar 1940
Stadsarchief

Ambtelijke brief (doorslag of stencilkopie) betreffende een tuchtrechtelijke maatregel.

11 december 1940.

Origineel

Ambtelijke brief (doorslag of stencilkopie) betreffende een tuchtrechtelijke maatregel. 11 december 1940. [Handgeschreven aantekening bovenaan midden:]
Verzonden 11/12

[Handgeschreven aantekening rechtsboven:]
zo en l. de heer [onleesbaar]

[Getypt/Gestempeld rechtsboven:]
HG.

[Hoofdtekst:]
den Heer P.A.v.d. Bosch,
Tilanusstraat 77 I,
Amsterdam-Oost.
Wijk 18.

25/82/3 M. 11 December 1940.

Mij is gerapporteerd, dat U op Zaterdag 7 December jl. op
Uw plaats op de markt Dapperstraat een zeil hebt opgehangen aan
de achterzijde van Uw stal, terwijl U eveneens kisten op het trot-
toir hebt geplaatst. In verband met dit feit bericht ik U, dat ik
U, overeenkomstig het bepaalde in artikel 39 lid 1 van het Regle-
ment op de Markten, heb gestraft met ontneming van het recht om
op de markten hier ter stede een plaats in te nemen voor den tijd
van één dag, namelijk op Zaterdag 14 December a.s.

De Directeur, Deze brief is een officiële kennisgeving van een disciplinaire straf opgelegd door de Directeur van het Marktwezen aan een marktkoopman. De feiten die tot de straf leidden vonden plaats op zaterdag 7 december 1940 op de Dapperstraatmarkt in Amsterdam-Oost. De heer Van den Bosch had twee regels overtreden: hij had een zeil achter zijn kraam (stal) gehangen en kisten op het trottoir geplaatst, wat waarschijnlijk de doorgang hinderde of de visuele orde van de markt verstoorde.

De juridische grondslag voor de straf is Artikel 39, lid 1 van het toenmalige 'Reglement op de Markten'. De strafmaat is een uitsluiting van de markt voor de duur van één dag, specifiek bepaald op de eerstvolgende zaterdag (14 december), wat voor een marktkoopman de financieel meest nadelige dag van de week was. Het document dateert van december 1940, ruim een half jaar na het begin van de Duitse bezetting. Hoewel de inhoud strikt bureaucratisch en regel-georiënteerd is, past het in het beeld van een strak gereguleerde openbare ruimte in oorlogstijd. De Dapperstraatmarkt was een vitaal onderdeel van de voedselvoorziening en handel in Amsterdam-Oost.

De woonlocatie van de geadresseerde, de Tilanusstraat, bevond zich in een buurt met een aanzienlijke Joodse populatie. In deze periode begonnen de bezettingsautoriteiten steeds strengere beperkingen op te leggen aan Joodse marktkooplieden (die vanaf begin 1941 uiteindelijk naar aparte markten zouden worden verbannen), hoewel uit dit specifieke document niet direct blijkt of de heer Van den Bosch persoonlijk door deze specifieke vervolging werd getroffen of dat het hier een reguliere handhaving van marktvoorschriften betrof. De handgeschreven notitie "Verzonden 11/12" wijst op de administratieve afhandeling op de dag van datering zelf.

Samenvatting

Deze brief is een officiële kennisgeving van een disciplinaire straf opgelegd door de Directeur van het Marktwezen aan een marktkoopman. De feiten die tot de straf leidden vonden plaats op zaterdag 7 december 1940 op de Dapperstraatmarkt in Amsterdam-Oost. De heer Van den Bosch had twee regels overtreden: hij had een zeil achter zijn kraam (stal) gehangen en kisten op het trottoir geplaatst, wat waarschijnlijk de doorgang hinderde of de visuele orde van de markt verstoorde.

De juridische grondslag voor de straf is Artikel 39, lid 1 van het toenmalige 'Reglement op de Markten'. De strafmaat is een uitsluiting van de markt voor de duur van één dag, specifiek bepaald op de eerstvolgende zaterdag (14 december), wat voor een marktkoopman de financieel meest nadelige dag van de week was.

Historische Context

Het document dateert van december 1940, ruim een half jaar na het begin van de Duitse bezetting. Hoewel de inhoud strikt bureaucratisch en regel-georiënteerd is, past het in het beeld van een strak gereguleerde openbare ruimte in oorlogstijd. De Dapperstraatmarkt was een vitaal onderdeel van de voedselvoorziening en handel in Amsterdam-Oost.

De woonlocatie van de geadresseerde, de Tilanusstraat, bevond zich in een buurt met een aanzienlijke Joodse populatie. In deze periode begonnen de bezettingsautoriteiten steeds strengere beperkingen op te leggen aan Joodse marktkooplieden (die vanaf begin 1941 uiteindelijk naar aparte markten zouden worden verbannen), hoewel uit dit specifieke document niet direct blijkt of de heer Van den Bosch persoonlijk door deze specifieke vervolging werd getroffen of dat het hier een reguliere handhaving van marktvoorschriften betrof. De handgeschreven notitie "Verzonden 11/12" wijst op de administratieve afhandeling op de dag van datering zelf.

Gerelateerde Documenten 6