Ambtsbericht / Intern memorandum op voorgedrukt formulier (Algemene Zaken Model No. 14).
Origineel
Ambtsbericht / Intern memorandum op voorgedrukt formulier (Algemene Zaken Model No. 14). 19 maart 1940 (met diverse andere behandeldata in de kantlijn). [Linksboven in kader:]
27/26/1
B I J B L A D V A N :
M. No. [doorgestreept] 1177/3 1940
DOORGEZONDEN: 13/3-40
[Midden boven:]
20/3/40 SR
27/26/2 M
V II
[Rechtsboven:]
Ten Katestraat
V.K.K. 326 ingetrokken
14/11 ’39. Kan zich eerst [?]
14/5 ’40 weer laten inschrijven
[Paraaf]
Pres Brand 4/6 [?]
[Hoofdtekst:]
~~aan L. Hofman~~
Het verzoek van L. Hofman om weder
in het bezit te worden gesteld van een
voorkeurskaart voor de markt aan de
Ten Katestraat moet m.i. worden afge-
wezen. De voorkeurskaart van Hofman is
ingetrokken 14 November 1939. Dus voor
de vorstperiode.
Hem kan worden bericht dat hij
zich op 14 Mei a.s. weder op het
Hoofdkantoor van den dienst kan laten
inschrijven.
19-3-’40 de Maar.
[Linksonder:]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 Dit document is een ambtelijk advies betreffende een marktkoopman, de heer L. Hofman. Hij heeft een verzoek ingediend om zijn "voorkeurskaart" (een vergunning of bewijs van vaste standplaats) voor de Ten Katemarkt terug te krijgen.
De ambtenaar (De Maar) adviseert negatief op dit verzoek. De reden hiervoor is dat de kaart al op 14 november 1939 was ingetrokken. De opmerking "Dus voor de vorstperiode" is hierbij cruciaal: waarschijnlijk bestonden er regelingen waarbij marktlieden hun rechten behielden als zij door extreme kou (vorst) niet konden staan. Omdat Hofmans kaart echter al vóór de winter was ingetrokken, kan hij geen aanspraak maken op dergelijke coulance of herstel.
Er wordt voorgesteld om Hofman te berichten dat hij zich pas op 14 mei 1940 (zes maanden na de intrekking) opnieuw kan laten inschrijven bij het hoofdkantoor van de betreffende gemeentelijke dienst. Het document dateert van maart 1940, de periode van de Nederlandse mobilisatie vlak voor de Duitse inval. De Ten Katestraat in Amsterdam-West is sinds 1912 de locatie van een bekende dagmarkt.
In deze tijd was de marktwezen strikt gereguleerd door de gemeente. Een "voorkeurskaart" was essentieel voor marktkooplieden om een vaste, gunstige plek op de markt te bemachtigen. Zonder deze kaart was men afhankelijk van de dagelijkse verloting van overgebleven plekken ("meelopers"). Het intrekken van een kaart was vaak een disciplinaire maatregel of het gevolg van het niet voldoen aan de aanwezigheidsplicht. De strikte handhaving van de data in dit document toont de bureaucratische nauwkeurigheid van het Amsterdamse marktbeheer in het interbellum.