Archief 745
Inventaris 745-320
Pagina 281
Dossier 26
Jaar 1940
Stadsarchief

Doorslag (carbonkopie) van een ambtelijke brief.

Van: De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen, Amsterdam).

Origineel

Doorslag (carbonkopie) van een ambtelijke brief. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen, Amsterdam). extra

VD/HG.

den Heer R. Koekoek,
Valkenburgerstraat 141,
Amsterdam-Centrum.

Wijk 2.

27/83/6 M. 24 October 1940.

Naar aanleiding van Uw brief d.d. 9 October jl. be-
richt ik U, dat tegen het daarin vervatte verzoek geen bezwaar
bestaat, mits U onverwijld het achterstallige marktgeld ad f 9,45
bij den marktambtenaar der Ten Katestraat betaalt en U er voor
zorgdraagt, dat het tijdens Uw afwezigheid verschuldigde marktgeld
regelmatig wekelijks wordt betaald.

Indien U aan deze voorwaarden niet voldoet, zal Uw
plaats worden ingetrokken.

De Directeur, * Onderwerp: De brief betreft een besluit over een verzoek van de heer Koekoek met betrekking tot zijn marktplaats.
* Besluit: De directeur stemt in met het verzoek, maar stelt hieraan strikte financiële voorwaarden.
* Voorwaarden:
1. Directe betaling van een achterstand in marktgeld van 9,45 gulden.
2. Deze betaling moet geschieden bij de marktambtenaar van de Ten Katestraat (Amsterdam-West).
3. Gedurende de afwezigheid van de heer Koekoek moet het wekelijkse marktgeld stipt voldaan blijven worden.
* Sanctie: Indien niet aan de voorwaarden wordt voldaan, wordt de vergunning voor de marktplaats definitief ingetrokken.
* Toon: Formeel, dwingend en bureaucratisch. * Tijdsgewricht: De brief is gedateerd op 24 oktober 1940, enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog.
* Locatie en Achtergrond: De geadresseerde, de heer R. Koekoek, woonde aan de Valkenburgerstraat 141. Deze straat lag in het hart van de Amsterdamse Jodenbuurt. De achternaam Koekoek was een veelvoorkomende Joodse naam in Amsterdam.
* Historische Relevantie: Hoewel de brief op het eerste gezicht een routineuze administratieve handeling lijkt over marktgeld, krijgt deze extra gewicht door de datum en de locatie. In de herfst van 1940 begonnen de eerste anti-Joodse maatregelen van de bezetter hun tol te eisen. De "afwezigheid" waarover gesproken wordt en de dreiging van het intrekken van de marktplaats (een vitale bron van inkomsten) kunnen wijzen op de precaire situatie waarin Joodse marktplunsets en handelaren zich op dat moment bevonden. Het behoud van de marktplaats was essentieel voor het levensonderhoud in een periode van toenemende isolatie en beperkingen.

Samenvatting

  • Onderwerp: De brief betreft een besluit over een verzoek van de heer Koekoek met betrekking tot zijn marktplaats.
  • Besluit: De directeur stemt in met het verzoek, maar stelt hieraan strikte financiële voorwaarden.
  • Voorwaarden:
    1. Directe betaling van een achterstand in marktgeld van 9,45 gulden.
    2. Deze betaling moet geschieden bij de marktambtenaar van de Ten Katestraat (Amsterdam-West).
    3. Gedurende de afwezigheid van de heer Koekoek moet het wekelijkse marktgeld stipt voldaan blijven worden.
  • Sanctie: Indien niet aan de voorwaarden wordt voldaan, wordt de vergunning voor de marktplaats definitief ingetrokken.
  • Toon: Formeel, dwingend en bureaucratisch.

Historische Context

  • Tijdsgewricht: De brief is gedateerd op 24 oktober 1940, enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog.
  • Locatie en Achtergrond: De geadresseerde, de heer R. Koekoek, woonde aan de Valkenburgerstraat 141. Deze straat lag in het hart van de Amsterdamse Jodenbuurt. De achternaam Koekoek was een veelvoorkomende Joodse naam in Amsterdam.
  • Historische Relevantie: Hoewel de brief op het eerste gezicht een routineuze administratieve handeling lijkt over marktgeld, krijgt deze extra gewicht door de datum en de locatie. In de herfst van 1940 begonnen de eerste anti-Joodse maatregelen van de bezetter hun tol te eisen. De "afwezigheid" waarover gesproken wordt en de dreiging van het intrekken van de marktplaats (een vitale bron van inkomsten) kunnen wijzen op de precaire situatie waarin Joodse marktplunsets en handelaren zich op dat moment bevonden. Het behoud van de marktplaats was essentieel voor het levensonderhoud in een periode van toenemende isolatie en beperkingen.

Gerelateerde Documenten 6