Officiële kennisgeving/strafbeschikking.
Origineel
Officiële kennisgeving/strafbeschikking. 12 oktober 1940. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen, Amsterdam). [Handgeschreven:] Verzonden 12/10 [paraaf/handtekening]
Mw. J.M. Roemer-Kinneging,
Jan Pieter Heyestraat 147 I,
Amsterdam-West.
Wyk 25.
27/88/6 M 12 October 1940.
My is gerapporteerd, dat U zich op 9 October jl. op
Uw plaats op de markt Ten Katestraat heeft laten assisteeren,
zonder dat U daarvoor dezerzijds toestemming was verleend.
In verband met dit feit bericht ik U, dat ik U, over-
eenkomstig het bepaalde in artikel 39 lid 1 van het Reglement
op de Markten heb gestraft met ontneming van het recht om op
een der markten hier ter stede een plaats te bezetten voor den
tyd van twee dagen, namelyk op Woensdag 16 en Donderdag 17 Oc-
tober 1940.
De Directeur, In deze brief wordt een marktkoopvrouw, mevrouw Roemer-Kinneging, op de hoogte gesteld van een disciplinaire maatregel. De aanleiding voor de straf is een overtreding van de marktregels op 9 oktober 1940 op de Ten Katemarkt in Amsterdam-West. De verkoopster had zich op haar standplaats laten assisteren door iemand zonder dat zij daar voorafgaand de vereiste toestemming voor had gekregen van de marktautoriteiten.
Op basis van artikel 39, lid 1 van het 'Reglement op de Markten' legt de directeur haar een sanctie op: een schorsing van twee dagen. Gedurende de woensdag en donderdag volgend op de brief (16 en 17 oktober 1940) mag zij op geen enkele markt in de stad Amsterdam een standplaats innemen. De toon van de brief is strikt zakelijk en bureaucratisch. Het document dateert van oktober 1940, enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel het hier een ogenschijnlijk alledaagse administratieve kwestie betreft (handhaving van marktreglementen), moet dit gezien worden in het licht van de toenemende controle en regulering van het openbare leven door de bezetter en het meewerkende Nederlandse ambtenarenapparaat.
De Amsterdamse markten, zoals de Ten Katemarkt, waren vitale knooppunten voor de voedselvoorziening. Regels werden in deze periode zeer streng gehandhaafd om informele handel en ongeautoriseerde aanwezigheid op de markten te voorkomen. In de maanden die volgden op deze brief zouden de maatregelen op de markten nog veel grimmiger worden, met name door de invoering van anti-Joodse bepalingen die uiteindelijk leidden tot het verbod voor Joodse kooplieden om op openbare markten te staan (begin 1941). Hoewel er uit dit document niet direct blijkt of er een etnische of politieke motivatie achter deze specifieke straf zat, illustreert het de rigide controle die de Dienst van het Marktwezen uitoefende op de burgerbevolking tijdens de bezetting. J.M. Roemer Marktwezen