Typoscript (vermoedelijk een doorslag van een officiële brief).
Origineel
Typoscript (vermoedelijk een doorslag van een officiële brief). 7 november 1940. De Directeur (van de betreffende gemeentelijke marktdienst, Amsterdam). Den Heer B. Wagenaar, Dan Viljoenstraat 14, Amsterdam-Oost. VP/HG.
extra
den Heer B.Wagenaar,
Dan Viljoenstraat 14,
Amsterdam-Oost.
Wijk 20.
27/93/4 M. 7 November 1940.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 30 October jl. bericht
ik U, dat Uw plaats op de markt Ten Katestraat is ingetrokken we-
gens wanbetaling van het terzake verschuldigde marktgeld. Indien
U Uw schuld aanzuivert kunt U zich desgewenscht opnieuw als solli-
citant voor de bedoelde markt doen inschrijven.
De Directeur, De brief is een zakelijke mededeling van de directeur van de marktdienst aan een marktkoopman, de heer B. Wagenaar. Uit de tekst blijkt dat Wagenaar zijn plek op de Ten Katemarkt is kwijtgeraakt omdat hij het verschuldigde marktgeld niet heeft betaald. De brief is een reactie op een eerdere brief van Wagenaar van 30 oktober 1940. De toon is strikt formeel en procedureel: er wordt een harde sanctie bevestigd (intrekking), maar er wordt ook een weg terug geboden (schuld aanzuiveren en opnieuw inschrijven als sollicitant).
Het taalgebruik is kenmerkend voor de vroege 20e-eeuwse ambtelijke correspondentie, met woorden als "jl." (jongstleden), "terzake", "aanzuivert" en "desgewenscht". Het document dateert van november 1940, enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de brief een puur administratieve en financiële kwestie lijkt te behandelen (wanbetaling van marktgeld), is de historische context van belang. De Ten Katemarkt in Amsterdam-West was en is een centrale handelsplek.
De ontvanger woonde in de Danie Viljoenstraat in de Transvaalbuurt (Amsterdam-Oost). Dit was een buurt met in die tijd een aanzienlijke Joodse populatie. Hoewel de naam 'Wagenaar' niet specifiek Joods is, werden in deze periode de eerste anti-Joodse maatregelen van de bezetter van kracht, wat vaak leidde tot economische uitsluiting en financiële problemen voor Joodse markthandelaren. Of dit hier een rol speelt, kan zonder aanvullend archiefonderzoek naar de persoon B. Wagenaar niet met zekerheid worden vastgesteld, maar het is een relevant kader voor onderzoek naar Amsterdamse marktarchieven uit de oorlogsperiode.