Archief 745
Inventaris 745-329
Pagina 225
Dossier 21
Jaar 1940
Stadsarchief

Ambtsbrief (doorslag/typscript).

5 augustus 1940. Van: De Directeur (vermoedelijk van de Marktwezen of de Dienst voor de Voedselvoorziening).

Origineel

Ambtsbrief (doorslag/typscript). 5 augustus 1940. De Directeur (vermoedelijk van de Marktwezen of de Dienst voor de Voedselvoorziening). VP/HG.

extra

37/117/2 N.
1

5 Augustus 1940.

Klacht van M. Kamper inzake
bemoeilijking van zijn bedrijf.

den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .

Onder terugzending van het met Uw kantbrief d.d. 26 Juli jl. om advies ontvangen stuk no. 694 L.M. 1940 heb ik de eer U te berichten, dat adressant sedert 1 Juli jl. als aardappelgrossier op de Centrale Markt is gevestigd en al-daar een plaats buiten de hal bezet. De bedoeling van adressant's klacht is blijkbaar te protesteeren tegen de aanvul-ling van artikel 5 van het Reglement op de Centrale Markt, krachtens welke bepaling het den koopers verboden is aard-appelen, groenten of fruit te betrekken van andere dan op de Centrale Markt gevestigde verkoopers. De adressant was tot 1 Juli jl. niet op de Centrale Markt gevestigd en hij kon derhalve, sedert de vorenbedoelde aanvulling, zijn zaken niet meer op den ouden voet uitoefenen. Of en in hoeverre hij door het feit, dat hij thans op de Centrale Markt is gevestigd wordt geschaad, kan dezerzijds uiteraard niet worden beoor-deeld; vast staat evenwel, dat hij thans in de zelfde omstan-digheden verkeert als alle andere aardappelgrossiers hier ter stede. Er bestaat mijns inziens voor de Gemeente in het geheel geen aanleiding om den adressant op eenigerlei wijze tegemoet te komen; hij is verplicht zijn zaken te drijven met inachtneming van de voorschriften, die dienaangaande van overheidswege worden gesteld. Ik heb de eer U beleefd in overweging te geven den adressant van het vorenstaande mede-deeling te doen.

Wat adressant's opmerking betreft, dat hij niet tot de Combinatie van aardappelgrossiers is toegelaten stel ik voorop, dat dezerzijds uiteraard op de bedoelde toelating geen invloed kan worden uitgeoefend. Vanwege het Bestuur der bedoelde Combinatie is mij meegedeeld, dat adressant zoo weinig zaken drijft, dat het onmogelijk wordt geacht, om hem als grossier in de Combinatie op te nemen, aangezien ook de minimum-uitkeering, die de grossiers uit de bedoelde Combina-tie ontvangen, nog zeer veel grooter is, dan op grond van adressant's zaken zou zijn gewettigd.

De Directeur, Dit document is een ambtelijk advies aan de Wethouder voor de Levensmiddelen van Amsterdam betreffende een klacht van een aardappelgrossier, M. Kamper. De kern van het geschil betreft een wijziging in het Reglement op de Centrale Markt (tegenwoordig het Food Center Amsterdam).

De klacht bestaat uit twee delen:
1. Handelsbeperking: Door een wijziging in Artikel 5 van het marktreglement mogen kopers alleen nog producten afnemen van handelaren die fysiek op de Centrale Markt gevestigd zijn. Kamper, die voorheen van buitenaf opereerde, voelde zich gedwongen zich op de markt te vestigen om zijn klanten niet te verliezen. De directeur wijst de klacht af: Kamper moet zich simpelweg aan de regels houden die voor iedereen gelden.
2. Uitsluiting van de 'Combinatie': Kamper klaagt dat hij niet wordt toegelaten tot de 'Combinatie van aardappelgrossiers'. De directeur stelt dat de overheid hier geen zeggenschap over heeft, maar merkt op dat de Combinatie hem weigert omdat zijn omzet te laag is. De minimum-uitkering van de Combinatie zou hoger zijn dan wat Kamper op basis van zijn eigen omzet zou verdienen, wat economisch niet haalbaar wordt geacht.

De toon van de brief is formeel en strikt bureaucratisch; er wordt geen aanleiding gezien om de ondernemer tegemoet te komen. De datum van de brief, 5 augustus 1940, is zeer relevant. Nederland was op dat moment enkele maanden bezet door nazi-Duitsland. Tijdens de bezetting werd de controle op de voedselvoorziening en de distributie van levensmiddelen extreem aangescherpt.

  • Centralisatie: Het verplichten van handelaren om zich op de Centrale Markt te vestigen, paste in het beleid van de overheid (en de bezetter) om de goederenstromen beter te kunnen controleren, registreren en eventueel te rantsoeneren.
  • Wethouder voor de Levensmiddelen: In Amsterdam was dit een cruciale post tijdens de oorlogsjaren, verantwoordelijk voor de voedselvoorziening van de stad in een tijd van toenemende schaarste.
  • De Combinatie: In deze periode werden veel beroepsgroepen gedwongen zich te verenigen in organisaties of 'combinaties'. Dit vergemakkelijkte de centrale sturing van de economie. De afwijzing van Kamper op basis van te geringe omzet laat zien dat er weinig ruimte was voor kleine, zelfstandige marginale handelaren in het strak gereguleerde systeem van de distributie-economie.

Samenvatting

Dit document is een ambtelijk advies aan de Wethouder voor de Levensmiddelen van Amsterdam betreffende een klacht van een aardappelgrossier, M. Kamper. De kern van het geschil betreft een wijziging in het Reglement op de Centrale Markt (tegenwoordig het Food Center Amsterdam).

De klacht bestaat uit twee delen:
1. Handelsbeperking: Door een wijziging in Artikel 5 van het marktreglement mogen kopers alleen nog producten afnemen van handelaren die fysiek op de Centrale Markt gevestigd zijn. Kamper, die voorheen van buitenaf opereerde, voelde zich gedwongen zich op de markt te vestigen om zijn klanten niet te verliezen. De directeur wijst de klacht af: Kamper moet zich simpelweg aan de regels houden die voor iedereen gelden.
2. Uitsluiting van de 'Combinatie': Kamper klaagt dat hij niet wordt toegelaten tot de 'Combinatie van aardappelgrossiers'. De directeur stelt dat de overheid hier geen zeggenschap over heeft, maar merkt op dat de Combinatie hem weigert omdat zijn omzet te laag is. De minimum-uitkering van de Combinatie zou hoger zijn dan wat Kamper op basis van zijn eigen omzet zou verdienen, wat economisch niet haalbaar wordt geacht.

De toon van de brief is formeel en strikt bureaucratisch; er wordt geen aanleiding gezien om de ondernemer tegemoet te komen.

Historische Context

De datum van de brief, 5 augustus 1940, is zeer relevant. Nederland was op dat moment enkele maanden bezet door nazi-Duitsland. Tijdens de bezetting werd de controle op de voedselvoorziening en de distributie van levensmiddelen extreem aangescherpt.

  • Centralisatie: Het verplichten van handelaren om zich op de Centrale Markt te vestigen, paste in het beleid van de overheid (en de bezetter) om de goederenstromen beter te kunnen controleren, registreren en eventueel te rantsoeneren.
  • Wethouder voor de Levensmiddelen: In Amsterdam was dit een cruciale post tijdens de oorlogsjaren, verantwoordelijk voor de voedselvoorziening van de stad in een tijd van toenemende schaarste.
  • De Combinatie: In deze periode werden veel beroepsgroepen gedwongen zich te verenigen in organisaties of 'combinaties'. Dit vergemakkelijkte de centrale sturing van de economie. De afwijzing van Kamper op basis van te geringe omzet laat zien dat er weinig ruimte was voor kleine, zelfstandige marginale handelaren in het strak gereguleerde systeem van de distributie-economie.

Gerelateerde Documenten 6