Archief 745
Inventaris 745-329
Pagina 228
Dossier 7
Jaar 1940
Stadsarchief

Archiefdocument

30 juli 1940

Origineel

30 juli 1940 37/118/1 M

Extra [handgeschreven]

VP/G.

30 Juli 1940.

Gratis bewaren van karren
van haringstandplaatshouders
in steun.

den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .

Heden vervoegden zich by my twee haringstandplaatshouders. Dezen beschikken, door de byzondere omstandigheden, niet over handelswaar en zyn in steun. Zy moeten voor hun beide haringkarren, welke hun in eigendom toebehooren, samen f 7,50 stallingshuur of loodshuur per week betalen, waartoe zy, in verband met het vry geringe steunbedrag, dat zy ontvangen, niet in staat zyn. Zy hebben uit dien hoofde dan ook reeds ieder 2 weken huurschuld. In dit verband diene, dat de haringstandplaatshouders in den regel hoogere huurpryzen betalen dan andere straatkooplieden, omdat zy moeten beschikken over loodsjes, die voor hen tevens als werkplaats voor het bereiden der haring dienen.

Bovenbedoelde standplaatshouders verzochten my hun karren te mogen parkeeren op de Centrale Markt. De karren kunnen daar staan, met een zeil overdekt, op het parkeerterrein, waar een man ze - ook voor de groentehandelaren - pleegt te bewaken tegen een geringe vergoeding (f 0,30 per week). Er is ruimschoots plaats beschikbaar, ook indien - hetgeen niet onmogelijk is - nog verscheidene andere haringstandplaatshouders of -marktkooplieden, die in dezelfde omstandigheden verkeeren, een soortgelijk verzoek zouden doen. Aangezien hierdoor de kooplieden ten zeerste zouden worden gebaat en voor de markt geen bezwaren zyn te verwachten, geef ik U beleefd in overweging, my zoo mogelyk spoedig te willen machtigen het bovenbedoelde verzoek in te willigen.

Voor de goede orde voeg ik hieraan nog toe, dat de kans niet groot is, dat kooplieden, met andere waren dan haring, om een zelfde faciliteit zullen vragen, aangezien in den regel alleen haringkooplieden over eigen karrenmateriaal beschikken, dat zy in door hen gehuurde loodsen plegen te bergen. Wanneer in normale tyden haringkooplieden steun ontvangen, dan is dit meestal slechts voor enkele weken; zy blyven dan hun loodshuur doorbetalen. Aangezien nu het vooruitzicht bestaat, dat geruimen tyd geen haring beschikbaar zal zyn, is het voor de kooplieden onmogelyk de huur te blyven opbrengen. Het zou uiteraard voor het karrenmateriaal beter zyn, indien het in een loods en niet in de open lucht Het document is een beleidsvoorstel geschreven door een ambtenaar aan de Wethouder van Levensmiddelen. De kern van het probleem is de economische nood waarin haringkooplieden verkeren. Door de oorlogsomstandigheden is er geen haring meer aan te voeren, waardoor deze zelfstandigen zonder werk zitten en afhankelijk zijn geworden van "de steun" (de toenmalige bijstand).

De vaste lasten, met name de hoge huur van f 7,50 per week voor de opslagloodsen (die ook als werkplaats dienen), zijn onbetaalbaar geworden op een minimaal uitkeringsniveau. De ambtenaar stelt voor om de karren op het bewaakte parkeerterrein van de Centrale Markt te laten staan voor slechts f 0,30 per week. Hij voert aan dat dit geen precedent schept voor andere handelaren, omdat de situatie van de haringkooplieden uniek is vanwege hun specifieke behoefte aan loodsen voor haringbereiding. Dit document dateert van 30 juli 1940, slechts twee en een halve maand na de Nederlandse capitulatie en het begin van de Duitse bezetting. De "byzondere omstandigheden" waarover gesproken wordt, verwijzen direct naar de gevolgen van de oorlog. De visserij op de Noordzee lag vrijwel volledig stil door zeemijnen en de Britse blokkade, waardoor de haringhandel acuut stilviel.

Het document biedt een inkijkje in de vroege bureaucratische omgang met de economische ontwrichting door de bezetting. Het toont hoe de lokale overheid zocht naar pragmatische oplossingen om kleine ondernemers te behoeden voor totale financiële ondergang, terwijl de formele structuren van de voedselvoorziening en sociale zorg nog functioneerden. De "Centrale Markt" verwijst naar de Marktcentrale aan de Jan van Galenstraat in Amsterdam, die in die tijd het hart van de stedelijke voedseldistributie vormde.

Samenvatting

Het document is een beleidsvoorstel geschreven door een ambtenaar aan de Wethouder van Levensmiddelen. De kern van het probleem is de economische nood waarin haringkooplieden verkeren. Door de oorlogsomstandigheden is er geen haring meer aan te voeren, waardoor deze zelfstandigen zonder werk zitten en afhankelijk zijn geworden van "de steun" (de toenmalige bijstand).

De vaste lasten, met name de hoge huur van f 7,50 per week voor de opslagloodsen (die ook als werkplaats dienen), zijn onbetaalbaar geworden op een minimaal uitkeringsniveau. De ambtenaar stelt voor om de karren op het bewaakte parkeerterrein van de Centrale Markt te laten staan voor slechts f 0,30 per week. Hij voert aan dat dit geen precedent schept voor andere handelaren, omdat de situatie van de haringkooplieden uniek is vanwege hun specifieke behoefte aan loodsen voor haringbereiding.

Historische Context

Dit document dateert van 30 juli 1940, slechts twee en een halve maand na de Nederlandse capitulatie en het begin van de Duitse bezetting. De "byzondere omstandigheden" waarover gesproken wordt, verwijzen direct naar de gevolgen van de oorlog. De visserij op de Noordzee lag vrijwel volledig stil door zeemijnen en de Britse blokkade, waardoor de haringhandel acuut stilviel.

Het document biedt een inkijkje in de vroege bureaucratische omgang met de economische ontwrichting door de bezetting. Het toont hoe de lokale overheid zocht naar pragmatische oplossingen om kleine ondernemers te behoeden voor totale financiële ondergang, terwijl de formele structuren van de voedselvoorziening en sociale zorg nog functioneerden. De "Centrale Markt" verwijst naar de Marktcentrale aan de Jan van Galenstraat in Amsterdam, die in die tijd het hart van de stedelijke voedseldistributie vormde.

Gerelateerde Documenten 6