Getypte brief op officieel briefpapier van de gemeente Amsterdam.
Origineel
Getypte brief op officieel briefpapier van de gemeente Amsterdam. 10 september 1940. Directie van het Marktwezen, Amsterdam. [Handgeschreven aantekening bovenaan:] bewaren why
DIRECTIE VAN HET MARKTWEZEN .
Amsterdam-West,
No. 64/19/2 M. Jan van Galenstr. 10 September 1940.
Aan
den Heer H. van Bladeren,
Centrale Markt B 11,
Amsterdam-West.
In bijlage dezes heb ik de eer U het geregistreerde huurcontract betreffende een door U gehuurde pakhuisafdeeling op de Centrale Markt te doen toekomen.
Ik verzoek U beleefd rekening te houden met het feit, dat, ingevolge het bepaalde in artikel 1619 van het Burgerlijk Wetboek reparatiën, zooals van rolluiken, ruiten, sloten, enz., voor Uw rekening zijn.
Tevens breng ik, voor zoo ver noodig, in herinnering, dat artikel 8 van het contract verbiedt om reclamemiddelen of aankondigingen te Uwen behoeve of ten behoeve van derden aan of op het gehuurde aan te brengen, zonder mijn schriftelijke toestemming. U gelieve zich in alle gevallen, waarin U tot het aanbrengen van eenig bord of andere aanduiding wenscht over te gaan, vóóraf met mij te verstaan.
De Directeur, Deze brief dient als formele begeleiding bij de toezending van een geregistreerd huurcontract. De Directie van het Marktwezen in Amsterdam bevestigt hiermee de verhuur van een pakhuisruimte op het terrein van de Centrale Markt aan de heer H. van Bladeren.
De brief legt de nadruk op twee specifieke verplichtingen van de huurder:
1. Onderhoudsplicht: Op basis van het toenmalige Burgerlijk Wetboek (art. 1619) wordt de huurder gewezen op zijn verantwoordelijkheid voor kleine herstellingen (zoals glas- en slotenwerk).
2. Reclameregels: De huurder wordt expliciet herinnerd aan het verbod om zonder voorafgaande schriftelijke toestemming borden of reclame-uitingen aan het pand te bevestigen. De brief is gedateerd op 10 september 1940, slechts enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Ondanks de oorlogssituatie bleven de gemeentelijke bureaucratie en de civiele rechtspraak (zoals de verwijzing naar het Burgerlijk Wetboek) in deze fase grotendeels functioneren volgens de bestaande kaders.
De locatie, de Centrale Markt aan de Jan van Galenstraat (geopend in 1934), was het logistieke hart van de voedselvoorziening in Amsterdam. De strikte handhaving van regels omtrent onderhoud en uiterlijk vertoon (reclame) duidt op de strakke regie die de gemeente voerde over dit essentiële terrein. De heer Van Bladeren was waarschijnlijk een handelaar of groothandelaar die gebruikmaakte van de faciliteiten op de markt. H. van Bladeren Van Bladeren (De heer) Gemeente Amsterdam Marktwezen