Archiefdocument
Origineel
20 november 1940. Onbekend (waarschijnlijk de directeur van de Centrale Markt). M. Müller
A. Proene
HG.
65/3/4 M.
1
Verzonden 20/11
20 November 1940.
Ontbinding huurcontract
voor pakhuisafdeeling
Centrale Markt.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
In bijlage dezes heb ik de eer U een afschrift te doen toekomen van een op 16 November jl. door de firma C.F. Helms & Zonen aan mij gerichten brief. Deze firma is huurster van pakhuisafdeeling no. M 2 op de Centrale Markt en zij had aldaar bovendien dezen zomer pakhuisafdeeling no. P 8 in huur voor den opslag van goederen voor den prijs van ƒ 10,- per week. Omstreeks September jl. heeft zich een gegadigde gemeld, die pakhuisafdeeling no.P 8 voor den vastgestelden prijs van ƒ 800,- per jaar wenschte te huren, teneinde van daaruit zijn zaken te doen. De firma Helms is toen in de gelegenheid gesteld, om als definitieve huurster van de pakhuisafdeeling op te treden, daar het pakhuis niet voor opslag bestemd kon blijven, nu zich een gegadigde ervoor had aangemeld. Na één dag bedenktijd heeft de meergenoemde firma toen een huurcontract geteekend, waarbij zij pakhuisafdeeling P 8 huurde voor de periode van 12 September 1940 tot en met 30 September 1941 voor den prijs van ƒ 800,- per jaar. Zij beweert thans, dat zij niet op den huurprijs heeft gelet, hetgeen een verzuim is, waarvan de Gemeente, naar mijn meening, bezwaarlijk de consequenties kan aanvaarden.
Intusschen is het een feit, dat de firma Helms momenteel zeker geen twee afdeelingen op de Centrale Markt noodig heeft, aangezien zij, ten gevolge van de bestaande regeling van den aardappelhandel, in het geheel geen zaken doet. Daarbij komt, dat de gegadigde, die in September pakhuisafdeeling no. P 8 wenschte te huren inmiddels reeds weer van de Centrale Markt is verdwenen en dat dit achteraf geenszins een solide gegadigde is gebleken te zijn. Mijnerzijds bestaat daarom geen bezwaar, dat het verzoek van de firma Helms wordt ingewilligd; zeer waarschijnlijk zal de bedoelde pakhuisafdeeling terstond, nadat het huurcontract zal zijn ontbonden, voor den opslag van aardappelen worden gehuurd door de Gecombineerde Aardappelgrossiers. (De firma Helms maakt geen deel uit van de Combinatie). Dit document is een ambtelijk advies aan de wethouder voor de Levensmiddelen over een zakelijk geschil op de Centrale Markt in Amsterdam. De firma C.F. Helms & Zonen heeft een duurder jaarcontract getekend voor een extra pakhuisruimte (P 8) om te voorkomen dat een andere gegadigde deze zou huren. Achteraf wil de firma van dit contract af, officieel omdat ze de prijs verkeerd hadden ingeschat, maar feitelijk omdat hun handel in aardappelen door nieuwe regelingen volledig is stilgevallen.
De opsteller van de brief stelt een pragmatische oplossing voor: hoewel Helms formeel aan het contract gehouden kan worden, adviseert hij de ontbinding toe te staan. De redenen hiervoor zijn dat de oorspronkelijke kaper op de kust onbetrouwbaar bleek en er al een nieuwe, stabiele huurder klaarstaat: de 'Gecombineerde Aardappelgrossiers'. Dit wijst op een voorkeur voor collectieve organisaties boven individuele handelaren in crisistijd. Het document dateert van november 1940, een half jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De "bestaande regeling van den aardappelhandel" waarover gesproken wordt, verwijst naar de ingrijpende distributiemaatregelen en marktordening die door de bezetter en de Nederlandse bureaucratie werden ingevoerd.
De aardappel was een essentieel volksvoedsel en de handel werd strak gereguleerd om de voedselvoorziening te garanderen (en later voor export naar Duitsland). Het feit dat de firma Helms "in het geheel geen zaken doet" illustreert hoe de oorlog de traditionele vrije handel op de Centrale Markt ontwrichtte. De opkomst van de 'Gecombineerde Aardappelgrossiers' past in het tijdsbeeld van gedwongen schaalvergroting en centralisatie onder toezicht van de overheid.