Ambtelijke brief/memorandum (doorslag).
Origineel
Ambtelijke brief/memorandum (doorslag). 7 juni 1940. De Directeur (vermoedelijk van de Centrale Markt of een gerelateerde gemeentelijke dienst). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Amsterdam (Alhier). [Handgeschreven rechtsboven:]
ter. Hr. Mouw
ter. Hr. Müller
[Getypt linksboven:]
DV.
66/10/1 M.
n 2
[Handgeschreven middenboven:]
[Paraaf/Handtekening] Monden 10/6 - '40
[Getypt rechtsboven:]
7 Juni 1940.
[Getypt adres:]
den Heer Wethouder voor de
Levensmiddelen,
A l h i e r.
[Hoofdtekst:]
In bijlage dezes heb ik de eer U een contract in du-
plo te doen geworden ten name van W.v.d.Eykel betreffende huur
van pakhuisafdeeling no.H 2 op de Centrale Markt.
Ik moge U beleefd verzoeken de onderteekening van
dit contract door den heer Burgemeester te willen bevorderen en
mij het daarna te doen retourneeren; dezerzijds kan dan voor re-
gistratie worden zorggedragen.
[Afsluiting:]
De Directeur, Deze brief is een formeel administratief schrijven uit de beginperiode van de Duitse bezetting van Nederland. De "Directeur" verzoekt de Wethouder voor de Levensmiddelen om bemiddeling bij het verkrijgen van de handtekening van de Burgemeester onder een huurcontract. Het betreft een pakhuisruimte (sectie H 2) op de Centrale Markt in Amsterdam voor een zekere W. v.d. Eykel.
De brief volgt de strikte ambtelijke etiquette van die tijd ("heb ik de eer U", "Ik moge U beleefd verzoeken"). De handgeschreven notities bovenin wijzen op de interne circulatie van het document binnen het ambtelijk apparaat (de heren Mouw en Müller). De paraaf "Monden" met de datum 10 juni 1940 suggereert de afhandeling of kennisname drie dagen na de datering van de brief. De datum, 7 juni 1940, is saillant: dit is minder dan een maand na de Nederlandse capitulatie (15 mei 1940). Ondanks de bezetting ging het dagelijks bestuur en de bureaucratie in steden als Amsterdam in eerste instantie op de gebruikelijke voet verder.
De "Wethouder voor de Levensmiddelen" was een cruciale post, zeker tijdens de oorlog toen de voedselvoorziening en distributie steeds strakker gereguleerd werden. De Centrale Markt (tegenwoordig het Food Center Amsterdam aan de Jan van Galenstraat) was het hart van deze voedseldistributie. Het feit dat contracten voor pakhuisruimte via de wethouder naar de burgemeester moesten voor ondertekening, illustreert de gecentraliseerde controle op deze strategische locatie.