Archief 745
Inventaris 745-334
Pagina 38
Dossier 2C
Jaar 1940
Stadsarchief

Brief/ambtelijk rapport.

26 mei 1940.

Origineel

Brief/ambtelijk rapport. 26 mei 1940. Amster, 26/5 - 40

Den Heer Directeur van het Marktwezen

Hr. C. Westerman is een voormalig
tuinder en door onze contrôle weer
als C. M. gekomen.
In Augustus 1939 nam hij een open plaats
aan de aardappelmarkt en hield daar
in verkoop fruit.
Voor den strengen winter aanbrak, nam
hij ook nog per 1 Jan. 40 een jaarplaats
in de Hal.
Met ingang van 1 Febr. 40 huurde hij
bij de plaats in de Hal het
pakhuis D 23. (gemeenteel)
Nu ongeveer op 14 dagen kwam Hr. Westerman
zich bij mij beklagen, dat hij daar niets
kon verkoopen en deed zijn aanvraag
teruggave. Hij verklaarde mij, dat
hij liever nog zou zien de ontheffing
van zijn contract zou vorderen.
De verkoopsmogelijkheden op het eind
van pier D lijkt mij inderdaad niet
groot, vooral nu dat in een belang-
rijke afgraving veranderd is.
(D 21 Bemed - D 22 Westerman) D 23 Is [..] - 2 x D Kool
[..] D 25 [..] De tekst is een ambtelijke rapportage betreffende een verzoek van de heer C. Westerman, een voormalig tuinder die als marktkoopman (waarschijnlijk "C.M." voor Centrale Markt-handelaar) actief was in Amsterdam. Het document schetst zijn zakelijke geschiedenis: van een open plek op de aardappelmarkt in 1939 naar een vaste jaarplaats in de Centrale Markthal en het huren van een pakhuis (D 23) begin 1940. Westerman klaagt over tegenvallende verkoopresultaten en verzoekt om ontheffing van zijn contract. De auteur van de brief ondersteunt dit verzoek door te wijzen op de slechte ligging aan het einde van "pier D", die bovendien door een "afgraving" (mogelijk werkzaamheden of terreinverandering) slecht bereikbaar of ongunstig is geworden voor de handel. Het document is gedateerd op 26 mei 1940, slechts twee weken na de Duitse inval en de Nederlandse capitulatie in de Tweede Wereldoorlog. Ondanks de shock van de bezetting bleven de gemeentelijke diensten van Amsterdam, waaronder het Marktwezen, functioneren. De brief biedt een inkijkje in de dagelijkse economische realiteit van kleine handelaren in deze turbulente periode. De Centrale Markthallen (tegenwoordig het Food Center Amsterdam) vormden het hart van de Amsterdamse voedselvoorziening. De genoemde "afgraving" op pier D zou te maken kunnen hebben met verdedigingswerken of noodzakelijke civiele aanpassingen in de vroege dagen van de bezetting, wat de handel direct trof.

Samenvatting

De tekst is een ambtelijke rapportage betreffende een verzoek van de heer C. Westerman, een voormalig tuinder die als marktkoopman (waarschijnlijk "C.M." voor Centrale Markt-handelaar) actief was in Amsterdam. Het document schetst zijn zakelijke geschiedenis: van een open plek op de aardappelmarkt in 1939 naar een vaste jaarplaats in de Centrale Markthal en het huren van een pakhuis (D 23) begin 1940. Westerman klaagt over tegenvallende verkoopresultaten en verzoekt om ontheffing van zijn contract. De auteur van de brief ondersteunt dit verzoek door te wijzen op de slechte ligging aan het einde van "pier D", die bovendien door een "afgraving" (mogelijk werkzaamheden of terreinverandering) slecht bereikbaar of ongunstig is geworden voor de handel.

Historische Context

Het document is gedateerd op 26 mei 1940, slechts twee weken na de Duitse inval en de Nederlandse capitulatie in de Tweede Wereldoorlog. Ondanks de shock van de bezetting bleven de gemeentelijke diensten van Amsterdam, waaronder het Marktwezen, functioneren. De brief biedt een inkijkje in de dagelijkse economische realiteit van kleine handelaren in deze turbulente periode. De Centrale Markthallen (tegenwoordig het Food Center Amsterdam) vormden het hart van de Amsterdamse voedselvoorziening. De genoemde "afgraving" op pier D zou te maken kunnen hebben met verdedigingswerken of noodzakelijke civiele aanpassingen in de vroege dagen van de bezetting, wat de handel direct trof.

Locaties

Amsterdam ("Amster").

Gerelateerde Documenten 6