Getypte brief (officiële klacht)
Origineel
Getypte brief (officiële klacht) 19 juni 1940 Berthold Joseph, namens Olympia Fruithal (Haendelstraat 5, Amsterdam Zuid) De Directeur van het Marktwezen, Amsterdam [Stempel bovenin:] № 66/12/1 M. 1940 22/6
[Handgeschreven aantekeningen in de rechterbovenhoek:] n.i. we [?] / Th Brusse [?]
Olympia Fruithal
Berthold Joseph
Amsterdam zuid
Haendelstraat. 5.
Telefoon 94625
Amsterdam , 19.6.40.
Aan Den Heer Direkteur van het Marktwezen alhier.
De 19de. des ochtends tegen 8 uur, kocht ik in de hal eerste stand links bij de Fa. Blitz een mand met kersen naar afgesproken prijs n.l. fl. 2,40 (aangegeven inhoud. 12 pond à fl. 0,20 per pond samen fl. 2,40.) Er waren 4 manden die nat en slecht waren die mij aangeboden werden, voor wie ik echter geen verwendung had, en 2 manden droge kersen, van die ik een mand gekocht en gelijk betaald heb. Ik zei tegen meneer Blitz "Ik zet deze eene mand in deze hoek, en haal mij een kersenkist, in die ik de kersen wil omgooien." Weinige schreden van de hal gelegen stond mijn auto, en toen ik enkele minuten later met de kist terug kwam, zag ik in de nabijheid, waar ik de mand had neergezet meneer Blitz jr. zich bewegen, toen ik nu nederbij kwam, zag ik tot mijn verbazing dat de mand met kersen niet op de zelfde plaats stond waar ik hem had neergezet. Toen ik mij de kersen nu nader bezag, moest ik tot mijn nog grotere verbazing vaststellen, dat de mand met kersen was omgeruild n.l. was de door mij gekochte mand met droge kersen weggenomen, en daarvan in de plaats met natte goedkope kersen neergezet. Ik zei "Waarom staat de mand met kersen niet daar waar ik hem heb neergezet?" En bevinden zijn het niet de door mij gekochte kersen, ik heb droge maar geen natte kersen gekocht. En ik heb deze natte kersen meteen meneer Blitz ter hand gesteld. Hij zei daarop "Het zijn de door U gekochte kersen" en hij zei dat ik onmiddellijk zijn stand moest verlaten. Op mijn verdere vraag waarom de kersen niet op de zelfde plaats stonden, waar ik ze heb neergezet gaf hij mij te antwoord, dat hij toevallig aan de op de zelfde plaats staande ~~plaats~~ fiets iets had te maken. Daarop haalde ik den marktmeester, en Blitz gav telkens weer te antwoord, dat het de door mij gekochte kersen waren en ik moet zijn stand verlaten, daar ik verder niets bij hem had te maken, en hij beschouwde de zaak voor hem voor zodanig afgelopen. En toen ik de 19de des ochtends aan zijn stand voorbij kwam, zei Blitz jr. "voor ons is deze zaak afgelopen, en het marktwezen geeft er verder niets om, en zou zich er verder niets van aantrekken.
Ik wil daarom uitdrukkelijk er op wijzen, dat het mij heus niet om de fl. 2,40 gaat, maar ik kan mij onder geen enkele omstandigheden zulk een bedrog laten toekomen, waar ik met eigen ogen bij mijn terugkomst heb gezien en bijgewoond dat de mand werd veranderd, en zal ik dit onder eed uitzeggen, zo ik deze zaak verder het gerecht moet overhandigen, als het marktwezen er niet voor zorgt, dat deze zaak opgehelderd wordt.
Ik verlang van meneer Blitz teruggave van het bedrag, en een schadevergoeding daar ik mijn klanten deze kersen niet kon afleveren, en op drie pond na alles heb weggegooid. Zulke verkopers hebben niet het recht eerlijke mensen te bedienen, en daarom verzoek ik beleefd, dat het marktwezen ingrijpt, en deze zaak regelt.
Hoogachtend:
[Gesigneerd: Berthold Joseph]
[In de rechterbenedenhoek handgeschreven:] 66 In deze brief beklaagt Berthold Joseph, eigenaar van 'Olympia Fruithal', zich over een incident bij de firma Blitz op de Amsterdamse centrale markt. Joseph beschrijft hoe hij een mand kwaliteitskersen kocht en betaalde, maar dat deze mand tijdens zijn korte afwezigheid (om een kist uit zijn auto te halen) door de verkoper werd omgewisseld voor een mand met natte, minderwaardige kersen.
De toon van de brief is verontwaardigd en formeel. Joseph benadrukt dat het hem niet om het relatief kleine bedrag (2,40 gulden) te doen is, maar om het principe van eerlijke handel. Hij beschuldigt de firma Blitz expliciet van bedrog en geeft aan bereid te zijn dit onder ede te getuigen. Hij uit zijn onvrede over de houding van de verkoper, die hem wegstuurde, en over de bewering van Blitz jr. dat de marktautoriteiten toch niet zouden ingrijpen. De brief eindigt met een eis tot schadevergoeding en een verzoek aan de Directeur van het Marktwezen om disciplinaire maatregelen te nemen. De brief is gedateerd op 19 juni 1940, ruim een maand na de Nederlandse capitulatie en het begin van de Duitse bezetting. Deze periode kenmerkte zich door een beginnende schaarste, maar de civiele en gemeentelijke structuren (zoals het Marktwezen) functioneerden nog grotendeels volgens de vooroorlogse procedures.
Opmerkelijk is dat zowel de afzender (Berthold Joseph) als de beklaagde partij (Fa. Blitz) namen zijn die veelvuldig voorkwamen binnen de Joodse gemeenschap van Amsterdam, die destijds zeer sterk vertegenwoordigd was in de handel in groenten en fruit. De 'hal' waarnaar verwezen wordt, is de Centrale Markthal aan de Jan van Galenstraat. Dit document biedt een inkijkje in de dagelijkse handelsperikelen en de strikte handhaving van handelsnormen die ondernemers in die tijd van de overheid verwachtten, zelfs onder de vroege druk van de bezettingsjaren. Marktwezen