Ambtsbericht/Rapportage (doorslag).
Origineel
Ambtsbericht/Rapportage (doorslag). 19 december 1940. De Directeur (vermoedelijk van de Gemeentelijke Dienst voor de Voedselvoorziening of een aanverwante Amsterdamse dienst). D/HG. [handgeschreven: extra]
72/97/2 M.
n 2
19 December 1940.
Klacht over J. Kluit.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
Onder terugzending van het met Uw kantbrief d.d. 25 November jl. om advies ontvangen stuk no.1042 L.M.1940 heb ik de eer U te berichten, dat bij een dezerzijds ingesteld onderzoek het volgende is gebleken.
In perceel Buiksloterdijk 132 is gevestigd een rijwielzaak van J. Kluit, geboren 29 Januari 1905, woonadres Beyer-landstraat 9 huis. In eerstgenoemd perceel wordt tevens een opkoopersbedrijf van gebruikte goederen en gedragen kleeding uitgeoefend. Kluit is in het bezit van een opkoopersregister, als bedoeld in artikel 437 Wetboek van Strafrecht. Kluit ondergaat momenteel gevangenisstraf in verband met diefstal van distributiebescheiden; de zaak wordt waargenomen door D.R. Eylers, wonende Korenbloemstraat 57 huis, alhier; deze handelt voor rekening en verantwoording van Kluit; dit is krachtens artikel 437 bis Wetboek van Strafrecht onder 4e geoorloofd. Uit het register bleek evenwel, dat het tot het tijdstip van insluiting van Kluit zeer onregelmatig was bijgehouden; daarna zijn de inkoopen er regelmatig in geboekt. Overigens is voor het uitoefenen van het opkoopersbedrijf in huizen geen vergunning van Burgemeester en Wethouders noodig. Het is niet gebleken, dat Kluit het beroep van opkooper op den openbaren weg uitoefent.
In perceel Verversstraat 32 drijven vader en zoon Mouritz een lompensorteerderij; zij koopen daar tevens lompen en dergelijke op. Mouritz Sr. is in het bezit van opkoopersvergunning serie 28 no.34 voor de wijken Noord en Centrum; Mouritz Jr. is in het bezit van opkoopersvergunning serie 18 no.31, eveneens voor de wijken Noord en Centrum.
Tenslotte bericht ik U nog, dat bij het onderzoek is gebleken, dat de schrijver van den onderhavigen brief is: P. Barbieri, wonende Latherusstraat 48 hs, Amsterdam-Noord.
Ik geef U beleefd in overweging deze aangelegenheid eveneens onder de aandacht te brengen van den Hoofdcommissaris van Politie.
De Directeur, * Inhoud: Het document is een antwoord op een verzoek van de Wethouder voor de Levensmiddelen om een klacht over een zekere J. Kluit te onderzoeken. Uit het onderzoek blijkt dat Kluit een fietsenwinkel en een handel in tweedehands goederen drijft in Amsterdam-Noord. Op het moment van schrijven zit Kluit in de gevangenis vanwege de diefstal van distributiebescheiden (bonkaarten). Zijn zaken worden waargenomen door een vervanger. Hoewel het verplichte opkoopsregister aanvankelijk slecht werd bijgehouden, is dit inmiddels op orde. Er wordt ook melding gemaakt van een ander bedrijf (Mouritz) en de identiteit van de oorspronkelijke klager (P. Barbieri) wordt onthuld.
* Juridische aspecten: Er wordt expliciet verwezen naar de artikelen 437 en 437 bis van het Wetboek van Strafrecht, die betrekking hebben op de administratieve verplichtingen van opkopers en handelaren in tweedehands goederen (ter voorkoming van heling).
* Toon: Formeel, ambtelijk en feitelijk. * Tijdsgewricht: December 1940. Nederland bevindt zich in de eerste maanden van de Duitse bezetting.
* Distributiesysteem: De vermelding van "diefstal van distributiebescheiden" is significant. In oorlogstijd was de controle op schaarse goederen en de bijbehorende bonkaarten essentieel. Diefstal hiervan werd zwaar bestraft en nauwgezet onderzocht door zowel de gemeente als de politie.
* Lokaal bestuur: De brief illustreert de nauwe samenwerking tussen verschillende gemeentelijke afdelingen (Wethouder van Levensmiddelen, de betreffende dienst) en de politie (Hoofdcommissaris) bij het toezicht op de handel en wandel van burgers.
* Geografie: Alle genoemde locaties (Buiksloterdijk, Beyerlandstraat, Korenbloemstraat, Verversstraat, Latherusstraat) bevinden zich in Amsterdam, met een focus op Amsterdam-Noord.