Dienstverslag / Rapport.
Origineel
Dienstverslag / Rapport. H. Kleijman, controleur bij de gemeente Amsterdam. Den heer Inspecteur bij het Marktwezen. [Marginale notitie linksboven, diagonaal:] Inschrijven
[Stempel bovenaan:] Nº 72/100/1 M. 1940 23/12
[Rechtsboven, handgeschreven initialen:] ms
Rapport
Ondergeteekende, controleur H. Kleijman, rapporteerd U, dat hij ingevolge uw opdracht op Maandag 16 December 1940, des namiddags te ongeveer 2.- uur, in de omgeving van de Jacob Obrechtstraat den venter H. de Vries, Serie 1, No 264, die aldaar met kleine eetwaren ventte, heeft gecontroleerd. Genoemde venter was op datum en tijdstip voornoemd, niet in overtreding. Ondergeteekende heeft De Vries, voornoemd, nog eens bijzonder op de in zijn ventvergunning vermelde voorwaarden, betreffende het venten met kleine eetwaren in de omgeving van scholen gewezen.
Amsterdam 18/12 ’40
De ambtenaar voornoemd,
[Signatuur: H. Kleijman]
Den heer Inspecteur,
bij het Marktwezen. Het document is een ambtelijk rapport van een controleur van het Amsterdamse Marktwezen. De kern van het rapport is een inspectie van een specifieke straatventer, H. de Vries, werkzaam met vergunning Serie 1, No 264.
Hoewel er op het moment van controle geen overtreding werd geconstateerd, is het opvallend dat de controleur de venter expliciet heeft herinnerd aan de regels omtrent het venten in de nabijheid van scholen. Dit wijst op een strikte handhaving van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) die destijds (en vaak nog steeds) beperkingen oplegde aan de verkoop van snoepgoed of etenswaren nabij scholen om de orde en de gezondheid van leerlingen te beschermen.
De spelling in het document is conform de vigerende regels van die tijd (bijv. "Ondergeteekende", "rapporteerd"). Het handschrift is een verzorgd ambtelijk cursief uit het midden van de 20e eeuw. Dit rapport is opgesteld in december 1940, ruim een half jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de politieke situatie in het land drastisch was veranderd, bleven de gemeentelijke diensten zoals het Marktwezen in eerste instantie hun reguliere taken uitvoeren volgens de bestaande Nederlandse wet- en regelgeving.
De Jacob Obrechtstraat bevindt zich in Amsterdam-Zuid, een welgestelde buurt. In deze periode was de schaarste aan goederen door de oorlog nog niet zo nijpend als later in de bezettingstijd, waardoor straathandel in "kleine eetwaren" nog op reguliere wijze plaatsvond. De administratieve verwerking (de stempel van 23 december) laat zien dat de ambtelijke molen, ondanks de oorlogsomstandigheden, nauwgezet bleef doordraaien.