Officieel dienstrapport van het Marktwezen Amsterdam.
Origineel
Officieel dienstrapport van het Marktwezen Amsterdam. 16 april 1940. Aan den Heer Bedryfschef
v/h Marktwezen.
Nº 77/0/1 M.1940 19/4
Rapport.
Op dinsdag 16 ~~Maart~~ April 1940, om ongeveer 9 uur, deelde kooper A. Kool, oud 43 jaar, wonende Laagte Kadyk 22 III, mij het volgende mede:
Ik kocht op bovengenoemd tydstip bij grossier C.v. Belle, Pier A, 12 mijn handel. Toen ik wilde betalen, bleek mij dat ik mijn toeganskaart met een bankbiljet van f. 10.-, welke achter in de hoes zat, verloren had. Meer geld bezat ik niet.
De grossier van Speyk, Pier A 11, welke vlak naast C. van Belle zijn pakhuis heeft, deelde mij mede dat bij hem net een kooper was geweest, welke op den ryweg ter hoogte van zijn pakhuis een kaart had gevonden. Als ik die persoon zie, ken ik hem direct en ik verzocht daarom van Speyk mede te gaan naar het toegangshek indien die kooper het terrein zou verlaten eventueel een controleur te waarschuwen. Dit verzoek werd door Kool aan van Speyk gedaan, waaraan van Speyk voldeed.
De bewuste persoon liet niet lang op zich wachten en grossier van Speyk wees Kooper Kist als de vinder van Kool’s kaart aan.
Ik heb hierna kooper Kist, oud 54 jaar, wonende v.d. Hoopstraat 129 hs, staande gehouden.
Deze verklaarde mij het volgende:
Inderdaad heb ik hedenmorgen een toegangskaart op pier A gevonden, maar ik heb^heb hem direct weer laten waaien. Ik wist niet eens dat er geld in de hoes zat. Ik vroeg Kist of hij ook papiergeld bij zich had, dit werd met ja door hem ~~benatwoord~~ beantwoord, want hij had een hooge rekening te voldoen.
Kist hield vol dat hij het billet van f. 10.- niet had, maar verzocht aan Kool met hem mede te gaan, terwyl hij daarvóór niets van het geval wilde weten. Aan de houding van Kist kreeg ik het vermoeden dat hij het billet wel in zijn bezit had.
Ik verzocht controleur Felthuis met kooper Kist en Kool naar grossier van Speyk te gaan voor een nader onderzoek.
De portiersloge werd verlaten door bovengenoemde personen in de volgende volgorde: Controleur Felthuis voorop, daarachter links Kool, rechts Kist en ondergetekende, onopgemerkt door Kist, volgde op eenigen afstand. Ongeveer een 30-tal meters geloopen te hebben greep kooper Kist in zijn rechterbroekzak en gooide iets onder een handkar, welke langs den achterkant van Pier A vooraan bij de waterkant geparkeerd stond.
Nu hield ik kooper Kist weer staande en raapte het billet van f. 10.- onder de handkar vandaan en Kist gaf toe het billet groot f. 10.- (hetwelk gemerkt is No. 2.Q.U.026994 uitgegeven te Amsterdam op 14 November 1938), uit de hoes van de toegangskaart van Kool gehaald te hebben. Later wees hij de plaats aan waar hij de kaart van kooper Kool had weggegooid. De kaart van Kool lag er nog. Deze plaats was ook aan de achterkant van Pier A bij stapels ledige kisten.
Op mijn vraag wat hij met het geld had willen doen, verklaarde Kist dat hij het geld ten eigen bate had willen gebruiken en het is verleidelijk als men f. 10.- vindt en men is arm. Ik heb nog een maand voorwaardelijk te goed en verzoek hierom de uiterste clementie. Het bankbiljet van f. 10.- en de kooperskaarten van Kist en Kool gaan hierbij.
Volgens de stamkaart op het kaartenkantoor heeft J. Kist, reeds de volgende straffen ondergaan.
No. 164 29/2-'36 Afval opgezocht op C.M. (Waarschuwing)
16-9-'37 idem idem
77/26/2 M.18/3 '38 Diefstal ledige kisten (14 dagen schorsing)
z.o.z. * Taal en spelling: Het document is opgesteld in de toenmalige spelling (bijv. "kooper", "tydstip", "ryweg"). Opvallend is de handmatige correctie van de maand "Maart" naar "April", wat duidt op een administratieve nauwkeurigheid.
* Inhoud: Het verslag beschrijft een klassiek geval van verduistering van een gevonden voorwerp. De ambtenaar ter plaatse past een slimme tactiek toe door de verdachte op afstand te volgen, waardoor de verdachte zich onbespied waant en het bewijsmateriaal probeert weg te werpen.
* Sociaal-economische indicatie: De verklaring van Kist ("het is verleidelijk als men f. 10.- vindt en men is arm") geeft een inkijkje in de armoede en de harde realiteit van de kleine handelaren in die tijd. Een bedrag van f. 10,- vertegenwoordigde in 1940 een aanzienlijke waarde (vergelijkbaar met ruim 100 euro aan koopkracht nu).
* Recidive: De lijst met eerdere vergrijpen aan de onderzijde (afval zoeken en diefstal van kisten) typeert Kist als een kleine krabbelaar die vaker met de marktregels in conflict kwam. Dit rapport is opgesteld bij het Centrale Marktwesen in Amsterdam (de Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat). Het document dateert van 16 april 1940, minder dan een maand voordat de Tweede Wereldoorlog in Nederland uitbrak. In deze periode was de markt een cruciaal knooppunt voor de voedselvoorziening van de stad.
Het "Marktwezen" hield streng toezicht op de orde op het terrein. Koopers en grossiers moesten over officiële toegangskaarten beschikken. Het feit dat een dergelijk gedetailleerd rapport werd opgesteld voor een diefstal van tien gulden, toont de strikte controle en de bureaucratische afhandeling van incidenten op het marktterrein aan. De vermelding "z.o.z." suggereert dat er op de achterzijde nog meer informatie of een afwikkeling van de zaak staat (zoals een vonnis of verdere verklaring).