Getypte brief (doorslag of origineel op kantoorpapier).
Origineel
Getypte brief (doorslag of origineel op kantoorpapier). 19 April 1940. Onbekend (waarschijnlijk een directeur of afdelingshoofd van de Centrale Markt of de gemeentelijke marktdienst). [Handgeschreven rechtsboven:] ter. hr. Brown.
[Links:]
77/8/3 M.
1
[Midden:]
VP/HG.
[Handgeschreven:] extra
[Rechts:]
19 April 1940.
Voorstel om aan J.Kist het
recht van toegang tot de
Centrale Markt te ontnemen.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
In bijlage dezes heb ik de eer U een afschrift te doen toekomen van een op 17 April jl. door den contrôleur P.C.Postema van mijn dienst opgemaakt rapport, waaruit blijkt, dat J.Kist, wonende Van der Hoopstraat 129 hs, zich op 16 April jl. op de Centrale Markt heeft schuldig gemaakt aan diefstal, subsidiair verduistering van een bankbiljet van f 10,-. Kist voornoemd is laatstelijk bij besluit van Burgemeester en Wethouders d.d. 1 April 1938 (No.48/8 L.M.1938), wegens diefstal, gestraft met ontneming van het recht van toegang tot de Centrale Markt voor den tijd van zes maanden, met dien verstande, dat van deze straf aanvankelijk een gedeelte, namelijk twee maanden ten uitvoer zou worden gebracht, terwijl het overige gedeelte van die straf in werking zou treden, indien Kist binnen den tijd van twee jaren, dus voor 1 April 1940, wederom een strafbaar feit op de Centrale Markt zou plegen. De bedoelde proeftijd is dus juist afgelopen, doch door het plegen van dit nieuwe strafbare feit toont Kist, naar mijn meening, dat zijn aanwezigheid op de Centrale Markt bij voortduring een gevaar oplevert voor de veiligheid der zich daar bevindende goederen. Terzake van dit nieuwe feit is proces-verbaal opgemaakt. * Inhoud: De brief bevat een formeel verzoek aan de wethouder om J. Kist permanent of langdurig de toegang tot de Centrale Markt te ontzeggen. De aanleiding is de diefstal (of verduistering) van een bankbiljet van 10 gulden op 16 april 1940.
* Recidive: Uit de tekst blijkt dat Kist een bekende is van de autoriteiten. Hij was in 1938 al gestraft voor een soortgelijk vergrijp. De schrijver benadrukt dat de proeftijd van twee jaar (die afliep op 1 april 1940) nog maar net voorbij was toen Kist opnieuw in de fout ging.
* Argumentatie: De auteur stelt dat de aanwezigheid van Kist een "gevaar oplevert voor de veiligheid der zich daar bevindende goederen." Dit duidt op een zero-tolerance beleid ten aanzien van diefstal op de cruciale distributiepunten van voedsel.
* Bedrag: Een bedrag van 10 gulden in 1940 was aanzienlijk; het vertegenwoordigde voor een arbeider in die tijd vaak bijna een half weekloon. * Tijdsgeest: De brief is gedateerd op 19 april 1940, minder dan een maand voor de Duitse inval in Nederland (10 mei 1940). In deze periode van mobilisatie en dreiging was de voedselvoorziening en de orde op de Centrale Markt van vitaal belang voor de stad Amsterdam.
* Locatie: De "Centrale Markt" verwijst naar de Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat in Amsterdam, het hart van de groothandel in levensmiddelen.
* Persoon: J. Kist woonde in de Van der Hoopstraat 129 hs, een straat in de Staatsliedenbuurt, destijds een typische volksbuurt nabij de markthallen. De nabijheid van zijn woning tot de markt suggereert dat hij daar wellicht als los arbeider of sjouwer werkzaam was.
* Administratieve procedures: Het document illustreert de nauwgezette wijze waarop de gemeente Amsterdam toezicht hield op de integriteit van personen die toegang hadden tot de marktfaciliteiten. De betrokkenheid van een "contrôleur" en de verwijzing naar eerdere besluiten van B&W tonen een gelaagde bureaucratische controle aan.