Getypte pagina (doorslag), waarschijnlijk onderdeel van een officieel rapport, memo of ambtelijke correspondentie. Pagina is genummerd met "-3-".
Origineel
Getypte pagina (doorslag), waarschijnlijk onderdeel van een officieel rapport, memo of ambtelijke correspondentie. Pagina is genummerd met "-3-". Verwijst naar februari 1939 en een geboortedatum uit 1923. Het document zelf dateert vermoedelijk van begin 1939. -3-
vergunning Serie 15 No. 213 voor aardappelen, groente
en fruit en vergunning heeft om tot 17 Februari 1939
door zijn echtgenoote L. Lymer-Aluin te mogen worden by-
gestaan, verzocht dezer dagen, of hy in plaats van door
zyn echtgenoote, door zyn jeugdigen 16-jarigen oudsten
zoon mag worden bygestaan, aangezien zyn echtgenoote
wederom ziek is en (vermoedelyk) weder in het Ned. Is-
raëlietisch Ziekenhuis moet worden opgenomen. De haar
behandelende geneesheer bevestigde dit. De vrouw is
niet tot venten in staat.
De man heeft een chronische keelaandoening, kan
derhalve niet roepen en heeft blykens de geneeskundige
verklaring van den Gemeentelyken Geneeskundigen en Ge-
zondheidsdienst inderdaad bystand met het venten noo-
dig.
Volgens zyn mededeeling ter Secretarie kan deze
bystand tot "roepen" beperkt blyven.
Eveneens diende de vischventer A. Koning te Volen-
dam een verzoek om bystand in. Hy is in het bezit van
de ventvergunning EZ No. 17 en heeft tot nog toe geen
bystand gehad.
Blykens de door den Gemeentelyken Geneeskundigen
en Gezondheidsdienst verstrekte gegevens lydt ook deze
man aan een chronische keelaandoening; hy heeft perma-
nent hulp noodig. Uit het gezin, bestaande uit man,
vrouw en 8 kinderen, kan alleen de oudste zoon, geboren
26-8-1923, bystand met het roepen verleenen.
Uit den aard van het gebrek der beide voornoemde
venters valt myns inziens af te leiden, dat deze by-
stand wel gedurende hun verdere leven noodzakelyk zal
zyn.
Ongetwyfeld zullen derhalve de beide jongelui, dan
niet in staat een ander beroep te kiezen, practisch tot
venter worden opgeleid en - indien zij een eigen gezin
willen vormen, of by algeheele ongeschiktheid of over-
lyden van hun vader, een ventvergunning vragen.
Ten einde een oplossing mogelyk te maken zou ik Dit document behandelt de administratieve afhandeling van verzoeken tot hulp bij het straatventen. In beide gevallen betreft het gezinshoofden die door een chronische keelaandoening fysiek niet in staat zijn om hun waren aan te prijzen ("roepen").
In de eerste casus speelt de ziekte van de echtgenote (L. Lymer-Aluin) een rol, waarbij de vermelding van het "Ned. Israëlietisch Ziekenhuis" (Nederlands-Israëlietisch Ziekenhuis) duidt op een Joodse achtergrond van de verzoeker. In de tweede casus betreft het een visventer uit Volendam met een groot gezin (8 kinderen).
De ambtenaar die het stuk schreef, voorziet een langdurige situatie. Hij merkt op dat de zoons die nu als assistent ("roeper") worden ingezet, hierdoor waarschijnlijk voorbestemd zijn om het beroep van hun vader over te nemen, aangezien zij door deze vroege inzet geen ander vak zullen leren. Het document stamt uit de periode vlak voor de Tweede Wereldoorlog (1939). In deze tijd was straathandel een strikt gereguleerd beroep waarvoor gemeentelijke vergunningen nodig waren. Voor mensen uit de arbeidersklasse was het fysiek zwaar werk waarbij de stembanden (het "roepen") essentieel waren voor de verkoop.
De bemoeienis van de GG&GD onderstreept de bureaucratische controle: een venter kreeg niet zomaar toestemming voor hulp; daarvoor was een medische indicatie van een overheidsarts vereist. De vermelding van het Joodse ziekenhuis is in historisch perspectief wrang, aangezien de Joodse bevolking in Nederland slechts een jaar later te maken zou krijgen met de eerste beperkende maatregelen van de Duitse bezetter, die de uitoefening van dergelijke beroepen onmogelijk zouden maken.