Handgeschreven brief (verzoekschrift/excuusbrief).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift/excuusbrief). 26 september 1940. H. M. Cornelisse, wonende aan de 2de Nassaustraat 20 huis, Amsterdam. Onbekende functionaris (vermoedelijk de marktmeester of directeur van de Marktcentrale). Amsterdam 26 Sept.
No 77/40 / 3 M. 1940 27/9 in dir
W. E. D. Heer.
Ondergetekende H. M. Cornelisse,
wonende 2de Nassaustraat 20 huis
richt u een beleefd verzoek.
Geachte Heer;
Hiermede, vraag ik u beleefd,
of u het mijn dezen keer zou
kunnen vergeven, van het geen
ik op de Marktcentrale gedaan
heeft, en vraag u beleefd mijn
excuus. Ik beloof u geachte
Heer, als dat zoo iets mijn nooit
meer overkomen zal, en hoop dan,
als nog, dat u mijn die gratie
zou kunnen verstrekken, dat ik
nog op de Markt zou mogen
komen. Als zou ik, dan niet
de kaart van u terug kunnen
krijgen, hoop ik dat u mijn dan
een duplicaat zou kunnen
verstrekken, daar al drie dagen * Inhoud: De schrijver, H. M. Cornelisse, verzoekt om vergeving voor een incident dat heeft plaatsgevonden op de Centrale Markthallen (Marktcentrale) in Amsterdam. Het is niet duidelijk wat er precies is gebeurd, maar het was ernstig genoeg om de toegang tot de markt te ontzeggen of de marktpas in te nemen. De schrijver belooft beterschap en vraagt om "gratie" (genade) om weer aan het werk te kunnen. Er wordt specifiek gevraagd om teruggave van de toegangskaart of een duplicaat hiervan.
* Taal en Stijl: De brief is geschreven in een zeer onderdanige en beleefde toon ("beleefd verzoek", "gratie", "Geachte Heer"). Er vallen enkele grammaticale eigenaardigheden op die typisch zijn voor die tijd of het sociaal-economische milieu van de schrijver, zoals het gebruik van "mijn" in plaats van "mij" ("...dat u mijn die gratie zou kunnen verstrekken").
* Urgentie: De laatste zin ("daar al drie dagen") suggereert dat de schrijver al drie dagen zonder werk of inkomsten zit door de ontzegging, wat de wanhoop van het verzoek onderstreept. * Historische context: De brief dateert van september 1940, enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De Centrale Markthallen in Amsterdam waren in die tijd het kloppende hart van de voedseldistributie. Toegang tot de markt was essentieel voor handelaren en sjouwwerkers om in hun levensonderhoud te voorzien.
* Administratieve context: De stempels en nummers bovenaan de brief duiden op een formele afhandeling binnen een ambtelijk apparaat. De aantekening "in dir" zou kunnen betekenen "naar directeur". Het dossiernummer "77/40" wijst op een geordend archiefsysteem van de marktautoriteiten. In een tijd van toenemende schaarste en distributieregels was de controle op de marktplaatsen zeer streng. Een overtreding kon direct leiden tot broodroof. D. Heer M. Cornelisse