Brief (handgeschreven op gelinieerd papier).
Origineel
Brief (handgeschreven op gelinieerd papier). 19 januari 1940. 19-1-’40
Mijne Heeren daar ik het
schrijven ontvangen heb van
het intrekken van mij ver-
gunning deel ik mede dat
ik het niet moedwillig
doe dat ik in achterstand
ben met betalen U voelt
wel dat als ik verdien
dat ik het verschuldigde
bedrag wel in eens betaalde
maar daar ik in de laatste
tijd ook niks en nog eens
niks verdien is het van
mij ook niet de bedoeling
om het te laten op loopen
Daar ik ook een huisgezin
heb dat om eten vraagt
Nu vraag ik mij af waar
dat dan van daan moet
komen als men mij ver-
gunning intrekt * Inhoud: De schrijver reageert op een vooraankondiging of besluit tot het intrekken van zijn vergunning. De reden voor de intrekking is een betalingsachterstand. De schrijver voert aan dat dit geen onwil is ("niet moedwillig"), maar voortkomt uit bittere noodzaak: hij verdient momenteel niets. Hij wijst op de zorgplicht voor zijn gezin en stelt de retorische vraag hoe hij ooit zijn schulden kan afbetalen als hem de mogelijkheid om te werken (via de vergunning) wordt ontnomen.
* Schrijfstijl en Spelling: De brief is geschreven in een net maar eenvoudig handschrift. Er zijn enkele grammaticale en spellingkenmerken die typerend zijn voor die tijd of voor iemand met een beperkte schoolopleiding, zoals:
* "mij vergunning" in plaats van "mijn vergunning".
* "in eens" en "van daan" (los geschreven).
* "op loopen" (los geschreven).
* De zinbouw is één lange doorlopende gedachte zonder veel interpunctie. * Tijdsbeeld: De brief is gedateerd op 19 januari 1940. Dit is de periode van de Mobilisatie in Nederland, vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in Nederland (mei 1940). De economische gevolgen van de crisis van de jaren '30 waren nog steeds voelbaar, en de oorlogsdreiging zorgde voor extra economische stagnatie.
* Sociaal-economisch: De vergunning waarover gesproken wordt, zou een marktvergunning, een ventvergunning of een transportvergunning kunnen zijn. Voor kleine zelfstandigen in deze periode betekende het verlies van een dergelijke vergunning vaak een directe val in de armoede en afhankelijkheid van de "steun" (sociale bijstand), wat destijds als zeer vernederend werd ervaren. De brief toont de wanhoop van een burger die probeert te overleven in een rigide bureaucratisch systeem.