Archief 745
Inventaris 745-338
Pagina 289
Dossier 82
Jaar 1940
Stadsarchief

Getypte brief/kennisgeving met handgeschreven aantekeningen.

Van: Waarschijnlijk een gemeentelijke instantie (mogelijk de Dienst voor het Marktwezen, gezien de afkorting "DV.").

Origineel

Getypte brief/kennisgeving met handgeschreven aantekeningen. Waarschijnlijk een gemeentelijke instantie (mogelijk de Dienst voor het Marktwezen, gezien de afkorting "DV."). [Rechtsboven, handgeschreven:]
Ver. K. Müller

[Middenboven, getypt:]
DV.

[Linksboven, getypt:]
85/8/1 M.
1

[Midden, handgeschreven over de breedte:]
Verzonden 25/1-'40

[Rechtsboven, getypt:]
24 Januari 1940.

[Links, getypt:]
Letter B.

[Rechts, adresblok getypt:]
den Heer S. Abram,
Joden Houttuinen 42 a,
Amsterdam-C.
Wijk 2.

[Midden, getypt:]
Waarschuwing betaling kramengeld.

[Linksonder, getypt:]
a.s.

[Rechtsonder, getypt:]
27 Januari Het document is een officiële waarschuwing gericht aan de heer S. Abram betreffende een achterstand in de betaling van "kramengeld". Kramengeld was de belasting of huur die marktkooplieden moesten betalen voor het gebruik van een staanplaats op de openbare markt.

Opvallend is de korte termijn die wordt gehanteerd: de brief is gedateerd op 24 januari, verzonden op 25 januari, en vermeldt onderaan "27 Januari a.s." (aanstaande). Dit suggereert een uiterste betaaldatum of een moment van controle die slechts twee dagen na verzending plaatsvindt.

De afkorting "DV." bovenin staat zeer waarschijnlijk voor "Dienst van het Marktwezen", de Amsterdamse dienst die verantwoordelijk was voor de marktregulering. De handgeschreven notitie "Ver. K. Müller" verwijst vermoedelijk naar de behandelend ambtenaar of degene die de verzending heeft geverifieerd. Dit document stamt uit januari 1940, slechts enkele maanden voor de Duitse inval in Nederland. De geadresseerde, de heer S. Abram, woonde aan de Joden Houttuinen 42a. Deze straat lag in het hart van de oude Joodse buurt van Amsterdam, een wijk waar veel kleine zelfstandigen en marktkooplieden woonden die hun brood verdienden op nabijgelegen markten zoals het Waterlooplein.

Uit historisch onderzoek (zoals het Joods Monument) blijkt dat op dit adres onder andere Salmon Abram (geboren in 1883) woonde, die van beroep koopman was. Dit sluit naadloos aan bij de inhoud van de brief over kramengeld. De Joden Houttuinen werd tijdens de bezetting een onderdeel van het Joodse getto en is na de oorlog grotendeels gesloopt. De meeste bewoners van deze straat, waaronder de familie Abram, zijn tijdens de Holocaust gedeporteerd en vermoord. Dit alledaagse administratieve document krijgt daardoor een wrange historische lading als getuigenis van een normaal leven dat kort daarna bruut zou worden verstoord.

Samenvatting

Het document is een officiële waarschuwing gericht aan de heer S. Abram betreffende een achterstand in de betaling van "kramengeld". Kramengeld was de belasting of huur die marktkooplieden moesten betalen voor het gebruik van een staanplaats op de openbare markt.

Opvallend is de korte termijn die wordt gehanteerd: de brief is gedateerd op 24 januari, verzonden op 25 januari, en vermeldt onderaan "27 Januari a.s." (aanstaande). Dit suggereert een uiterste betaaldatum of een moment van controle die slechts twee dagen na verzending plaatsvindt.

De afkorting "DV." bovenin staat zeer waarschijnlijk voor "Dienst van het Marktwezen", de Amsterdamse dienst die verantwoordelijk was voor de marktregulering. De handgeschreven notitie "Ver. K. Müller" verwijst vermoedelijk naar de behandelend ambtenaar of degene die de verzending heeft geverifieerd.

Historische Context

Dit document stamt uit januari 1940, slechts enkele maanden voor de Duitse inval in Nederland. De geadresseerde, de heer S. Abram, woonde aan de Joden Houttuinen 42a. Deze straat lag in het hart van de oude Joodse buurt van Amsterdam, een wijk waar veel kleine zelfstandigen en marktkooplieden woonden die hun brood verdienden op nabijgelegen markten zoals het Waterlooplein.

Uit historisch onderzoek (zoals het Joods Monument) blijkt dat op dit adres onder andere Salmon Abram (geboren in 1883) woonde, die van beroep koopman was. Dit sluit naadloos aan bij de inhoud van de brief over kramengeld. De Joden Houttuinen werd tijdens de bezetting een onderdeel van het Joodse getto en is na de oorlog grotendeels gesloopt. De meeste bewoners van deze straat, waaronder de familie Abram, zijn tijdens de Holocaust gedeporteerd en vermoord. Dit alledaagse administratieve document krijgt daardoor een wrange historische lading als getuigenis van een normaal leven dat kort daarna bruut zou worden verstoord.

Gerelateerde Documenten 5