Archief 745
Inventaris 745-338
Pagina 392
Dossier 24
Jaar 1940
Stadsarchief

Officiële kennisgeving / brief (doorslag of kopie).

13 maart 1940. Van: Waarschijnlijk een gemeentelijke instantie van Amsterdam (gezien de referentie naar "Wijk 2" en "kramengeld").

Origineel

Officiële kennisgeving / brief (doorslag of kopie). 13 maart 1940. Waarschijnlijk een gemeentelijke instantie van Amsterdam (gezien de referentie naar "Wijk 2" en "kramengeld"). [Rechtsboven, handgeschreven:]
1 ex. Fr. Müller

[Middenboven:]
HG.

[Linksboven:]
85/20/1 M.

[Midden boven de datum, handgeschreven:]
Verzonden 13/3-'40

[Rechtsmidden:]
13 Maart 1940.

[Linksmidden:]
Letter:B

[Rechtsonder de datum:]
den Heer S. Abram,
Joden Houttuinen 42a,
Amsterdam-Centrum.
Wijk 2.

[Linksonder het midden:]
waarschuwing betaling
kramengeld.

[Onderaan, verspreid over rechts en links:]
Zaterdag, 16
Maart a.s. Dit document is een formele waarschuwing gericht aan de heer S. Abram betreffende de betaling van "kramengeld". Kramengeld was de belasting of huur die marktkooplieden moesten betalen voor het gebruik van een staanplaats op de openbare markt.

De brief is opgesteld in een sobere, zakelijke stijl, typerend voor de gemeentelijke administratie van die tijd. De vermelding "Zaterdag, 16 Maart a.s." (aanstaande) onderaan suggereert een uiterste betaaldatum of een moment waarop een controleur langs zou komen. De handgeschreven aantekening "Verzonden 13/3-'40" dient als bewijs van verzending voor het archief. De code "Wijk 2" verwijst naar de administratieve indeling van Amsterdam waarin de Joden Houttuinen destijds viel. Het document is gedateerd op 13 maart 1940, slechts twee maanden voor de Duitse inval in Nederland. Het biedt een inkijkje in de dagelijkse bureaucratie en het economische leven in Amsterdam vlak voor de bezetting.

De locatie, Joden Houttuinen 42a, is historisch significant. Deze straat lag in het hart van de oude Joodse buurt van Amsterdam. Veel bewoners van deze wijk waren afhankelijk van de handel op de nabijgelegen markten, zoals de Waterloopleinmarkt. Het feit dat de geadresseerde aangeslagen wordt voor kramengeld bevestigt zijn waarschijnlijke rol als marktkoopman.

De Joden Houttuinen is na de Tweede Wereldoorlog grotendeels verdwenen door verwaarlozing tijdens de bezetting (het 'hongerhouthalen') en de latere aanleg van de IJ-tunneltracé. Dit document is daarmee ook een herinnering aan een verdwenen stukje Amsterdams stadsgezicht en een gemeenschap die kort na het opstellen van deze brief door de Holocaust zou worden getergd.

Samenvatting

Dit document is een formele waarschuwing gericht aan de heer S. Abram betreffende de betaling van "kramengeld". Kramengeld was de belasting of huur die marktkooplieden moesten betalen voor het gebruik van een staanplaats op de openbare markt.

De brief is opgesteld in een sobere, zakelijke stijl, typerend voor de gemeentelijke administratie van die tijd. De vermelding "Zaterdag, 16 Maart a.s." (aanstaande) onderaan suggereert een uiterste betaaldatum of een moment waarop een controleur langs zou komen. De handgeschreven aantekening "Verzonden 13/3-'40" dient als bewijs van verzending voor het archief. De code "Wijk 2" verwijst naar de administratieve indeling van Amsterdam waarin de Joden Houttuinen destijds viel.

Historische Context

Het document is gedateerd op 13 maart 1940, slechts twee maanden voor de Duitse inval in Nederland. Het biedt een inkijkje in de dagelijkse bureaucratie en het economische leven in Amsterdam vlak voor de bezetting.

De locatie, Joden Houttuinen 42a, is historisch significant. Deze straat lag in het hart van de oude Joodse buurt van Amsterdam. Veel bewoners van deze wijk waren afhankelijk van de handel op de nabijgelegen markten, zoals de Waterloopleinmarkt. Het feit dat de geadresseerde aangeslagen wordt voor kramengeld bevestigt zijn waarschijnlijke rol als marktkoopman.

De Joden Houttuinen is na de Tweede Wereldoorlog grotendeels verdwenen door verwaarlozing tijdens de bezetting (het 'hongerhouthalen') en de latere aanleg van de IJ-tunneltracé. Dit document is daarmee ook een herinnering aan een verdwenen stukje Amsterdams stadsgezicht en een gemeenschap die kort na het opstellen van deze brief door de Holocaust zou worden getergd.

Gerelateerde Documenten 5