Archief 745
Inventaris 745-341
Pagina 121
Dossier 82
Jaar 1940
Stadsarchief

Ambtelijke brief (waarschijnlijk een doorslag/kopie).

1 juni 1940. Van: De Directeur (vermoedelijk van de Centrale Markt of een gerelateerde gemeentelijke dienst). Aan: Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen (Alhier, d.w.z. in dezelfde stad, waarschijnlijk Amsterdam).

Origineel

Ambtelijke brief (waarschijnlijk een doorslag/kopie). 1 juni 1940. De Directeur (vermoedelijk van de Centrale Markt of een gerelateerde gemeentelijke dienst). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen (Alhier, d.w.z. in dezelfde stad, waarschijnlijk Amsterdam). [Rechtsboven, handgeschreven:]
M. Simons [?]

[Midden boven:]
VP/DV.

[Links:]
98/5/3 M.

[Rechts:]
1 Juni 1940.

[Links:]
Bewaring archieven der
Doopsgezinde Gemeente in
hal Centrale Markt.

[Rechts:]
den Heer Wethouder voor de
Levensmiddelen,
A l h i e r .

[Hoofdtekst:]
Ten vervolge op mijn rapport d.d. 4 April jl. (No.
98/5/2 M.) heb ik de eer U te berichten, dat mij bij informatie
is gebleken, dat de Doopsgezinde Gemeente geen behoefte meer
heeft aan kantoorlokalen op de Centrale Markt. Ik geef U mits-
dien beleefd in overweging deze aangelegenheid als afgedaan te
beschouwen.

[Rechtsonder:]
De Directeur, In deze korte, zakelijke brief rapporteert de directeur aan de verantwoordelijke wethouder over een lopende kwestie betreffende de huisvesting van de archieven van de Doopsgezinde Gemeente.

Uit de tekst blijkt dat er op 4 april 1940 (vóór de Duitse inval) een rapport was opgesteld over het eventueel onderbrengen van deze archieven en bijbehorende kantoorruimte in de hal van de Centrale Markt. Op 1 juni 1940 stelt de directeur vast dat de Doopsgezinde Gemeente hier "geen behoefte meer" aan heeft. De toon is uiterst formeel en ambtelijk ("heb ik de eer U te berichten", "mitsdien beleefd in overweging"). De brief dient om het dossier formeel te sluiten. De datum van de brief, 1 juni 1940, is zeer saillant. Nederland was op dat moment net iets meer dan twee weken gecapituleerd en de Duitse bezetting was een feit.

  • De Centrale Markt: De Centrale Markthal in Amsterdam (geopend in 1934) was een cruciaal knooppunt voor de voedselvoorziening. Dat er sprake was van het opslaan van kerkelijke archieven in een dergelijk utilitair gebouw, suggereert dat men vlak voor of aan het begin van de oorlog zocht naar veilige, moderne locaties om waardevol erfgoed te beschermen tegen mogelijke bombardementen of brand.
  • Wethouder voor de Levensmiddelen: Deze functie was tijdens de oorlog van vitaal belang vanwege de distributie en rantsoenering van voedsel.
  • De Doopsgezinde Gemeente: De Amsterdamse Doopsgezinde Gemeente beschikt over een zeer omvangrijk en historisch belangrijk archief. Het feit dat de behoefte aan ruimte op de Markt op 1 juni "niet meer" bestond, kan erop duiden dat men in de eerste weken van de bezetting andere prioriteiten had gekregen, of dat de archieven inmiddels elders waren ondergebracht.

Samenvatting

In deze korte, zakelijke brief rapporteert de directeur aan de verantwoordelijke wethouder over een lopende kwestie betreffende de huisvesting van de archieven van de Doopsgezinde Gemeente.

Uit de tekst blijkt dat er op 4 april 1940 (vóór de Duitse inval) een rapport was opgesteld over het eventueel onderbrengen van deze archieven en bijbehorende kantoorruimte in de hal van de Centrale Markt. Op 1 juni 1940 stelt de directeur vast dat de Doopsgezinde Gemeente hier "geen behoefte meer" aan heeft. De toon is uiterst formeel en ambtelijk ("heb ik de eer U te berichten", "mitsdien beleefd in overweging"). De brief dient om het dossier formeel te sluiten.

Historische Context

De datum van de brief, 1 juni 1940, is zeer saillant. Nederland was op dat moment net iets meer dan twee weken gecapituleerd en de Duitse bezetting was een feit.

  • De Centrale Markt: De Centrale Markthal in Amsterdam (geopend in 1934) was een cruciaal knooppunt voor de voedselvoorziening. Dat er sprake was van het opslaan van kerkelijke archieven in een dergelijk utilitair gebouw, suggereert dat men vlak voor of aan het begin van de oorlog zocht naar veilige, moderne locaties om waardevol erfgoed te beschermen tegen mogelijke bombardementen of brand.
  • Wethouder voor de Levensmiddelen: Deze functie was tijdens de oorlog van vitaal belang vanwege de distributie en rantsoenering van voedsel.
  • De Doopsgezinde Gemeente: De Amsterdamse Doopsgezinde Gemeente beschikt over een zeer omvangrijk en historisch belangrijk archief. Het feit dat de behoefte aan ruimte op de Markt op 1 juni "niet meer" bestond, kan erop duiden dat men in de eerste weken van de bezetting andere prioriteiten had gekregen, of dat de archieven inmiddels elders waren ondergebracht.

Gerelateerde Documenten 6