Archief 745
Inventaris 745-345
Pagina 160
Dossier 55
Jaar 1941
Stadsarchief

Dienstmededeling / Circulaire van de Gemeente Amsterdam.

24 oktober 1941. Van: De Wethouder voor de Arbeidszaken, Amsterdam. Aan: Heeren Hoofden van Diensten, Bedryven en Administratiën.

Origineel

Dienstmededeling / Circulaire van de Gemeente Amsterdam. 24 oktober 1941. De Wethouder voor de Arbeidszaken, Amsterdam. Heeren Hoofden van Diensten, Bedryven en Administratiën. Nº OA/113/1 M.1941 25/10
L.
GEMEENTE AMSTERDAM

No 1838 Arb. 1941.
Onderwerp: AMSTERDAM, 24 October 1941.
Stalling eigen rywielen.

Het is den laatsten tyd een paar maal voorgekomen, dat van ambtenaren en werklieden rywielen werden ontvreemd van plaatsen by de kantoren of by het werk, die als stalling voor meegebrachte rywielen werden gebruikt.

In een enkel dier gevallen werd door den bestolene aan het Gemeentebestuur schadevergoeding gevraagd op grond van het feit, dat de Gemeente zou zyn opgetreden als bewaarneemster van bedoelde rywielen en deswege op grond van de bepalingen van het Burgerlyk Wetboek, voor deze diefstallen aansprakelyk zou kunnen worden gesteld.

Ik herinner er aan, dat het Gemeentebestuur op het standpunt staat, dat van bewaarneming in dergelyke gevallen niet kan worden gesproken, dat het mitsdien tot geenerlei schadevergoeding kan worden verplicht en dat deze ook niet kan worden gegeven.

Ik moge U verzoeken het by Uw [doorstreept: dienst / bedryf / administratie] dienstdoend personeel in herinnering te brengen, dat de Gemeente geenerlei aansprakelykheid aanvaardt voor diefstal, beschadiging enz. van door het personeel medegebrachte rywielen of eventueele andere voorwerpen en dus ook niet wanneer deze zich bevinden in ruimten waar tot stalling of berging der voorwerpen van gemeentewege gelegenheid wordt gegeven.

Het personeel ware er in dit verband in eigen belang op te wyzen, dat het, door behoorlyke afsluiting en opberging, zelf de mogelykheid van diefstal zooveel mogelyk beperkt.

De Wethouder voor de Arbeidszaken,
[Onleesbare handtekening]

Aan Heeren Hoofden van Diensten,
Bedryven en Administratiën.

Arb.z. Stadhuis
A'dam, Oct.1941

[Handgeschreven kanttekeningen links:]
afschr. gezonden:
M. [?]
M. [?]
[?]
6/11 1941
[?]

--- Dit document is een officiële mededeling van de gemeente Amsterdam aan haar afdelingshoofden. De kern van de boodschap is een juridische afbakening van aansprakelijkheid. In de periode voorafgaand aan dit schrijven zijn er fietsen gestolen van gemeentepersoneel op plekken die door de gemeente als stalling waren aangewezen. Enkele gedupeerden probeerden de schade op de gemeente te verhalen, waarbij zij zich beriepen op de wettelijke plicht van een 'bewaarnemer' (artikel uit het Burgerlijk Wetboek).

De wethouder stelt hier expliciet dat het ter beschikking stellen van een ruimte voor fietsen niet gelijkstaat aan het juridische begrip 'bewaarneming'. Hiermee wijst de gemeente elke verantwoordelijkheid voor diefstal of schade van de hand. De toon is formeel en zakelijk, waarbij de verantwoordelijkheid volledig bij de individuele werknemer wordt gelegd (het advies om zelf voor goede sloten te zorgen).

--- Het document dateert van oktober 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was Amsterdam onderworpen aan het bewind van de door de bezetter aangestelde regeringscommissaris E.J. Voûte. Hoewel het document een alledaags onderwerp lijkt te behandelen (fietsendiefstal), moet het gezien worden tegen de achtergrond van de oorlogsschaarste.

Tijdens de bezetting werden fietsen steeds schaarser en kostbaarder. De Duitsers vorderden op grote schaal rijwielen voor hun eigen troepen, en de zwarte markt bloeide. Diefstal van fietsen was dan ook een groot maatschappelijk probleem. Voor veel ambtenaren en arbeiders was de fiets echter het enige vervoermiddel om op het werk te komen. De weigering van de gemeente om schadevergoeding uit te keren voor gestolen fietsen was een harde financiële klap voor de werknemers in een tijd waarin de bestaanszekerheid al onder grote druk stond. De bureaucratische afhandeling toont aan dat het gemeentelijk apparaat, ondanks de oorlogsomstandigheden, strikt de hand hield aan de financiële en juridische kaders om eigen risico’s te minimaliseren.

Samenvatting

Dit document is een officiële mededeling van de gemeente Amsterdam aan haar afdelingshoofden. De kern van de boodschap is een juridische afbakening van aansprakelijkheid. In de periode voorafgaand aan dit schrijven zijn er fietsen gestolen van gemeentepersoneel op plekken die door de gemeente als stalling waren aangewezen. Enkele gedupeerden probeerden de schade op de gemeente te verhalen, waarbij zij zich beriepen op de wettelijke plicht van een 'bewaarnemer' (artikel uit het Burgerlijk Wetboek).

De wethouder stelt hier expliciet dat het ter beschikking stellen van een ruimte voor fietsen niet gelijkstaat aan het juridische begrip 'bewaarneming'. Hiermee wijst de gemeente elke verantwoordelijkheid voor diefstal of schade van de hand. De toon is formeel en zakelijk, waarbij de verantwoordelijkheid volledig bij de individuele werknemer wordt gelegd (het advies om zelf voor goede sloten te zorgen).


Historische Context

Het document dateert van oktober 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was Amsterdam onderworpen aan het bewind van de door de bezetter aangestelde regeringscommissaris E.J. Voûte. Hoewel het document een alledaags onderwerp lijkt te behandelen (fietsendiefstal), moet het gezien worden tegen de achtergrond van de oorlogsschaarste.

Tijdens de bezetting werden fietsen steeds schaarser en kostbaarder. De Duitsers vorderden op grote schaal rijwielen voor hun eigen troepen, en de zwarte markt bloeide. Diefstal van fietsen was dan ook een groot maatschappelijk probleem. Voor veel ambtenaren en arbeiders was de fiets echter het enige vervoermiddel om op het werk te komen. De weigering van de gemeente om schadevergoeding uit te keren voor gestolen fietsen was een harde financiële klap voor de werknemers in een tijd waarin de bestaanszekerheid al onder grote druk stond. De bureaucratische afhandeling toont aan dat het gemeentelijk apparaat, ondanks de oorlogsomstandigheden, strikt de hand hield aan de financiële en juridische kaders om eigen risico’s te minimaliseren.

Gerelateerde Documenten 6