Afschrift van een officiële brief (dienstbrief).
Origineel
Afschrift van een officiële brief (dienstbrief). 28 april 1941. De Directeur (vermoedelijk van de Marktwezen/Markten in Amsterdam). Den Heer W. Kroonenburg, Prins Hendrikstraat 4, Zaandam. Afschrift.
VD/HG.
den Heer W. Kroonenburg,
Prins Hendrikstraat 4,
Z A A N D A M .
20/7/10 M. 28 April 1941.
Mij is gerapporteerd, dat U zich op 3 en 23 April jl.
wederom hebt schuldig gemaakt aan overtreding van artikel 30 lid 4
van het Reglement op de Markten.
Onder verwijzing naar den brief van Burgemeester en Wet-
houders van Amsterdam d.d. 15 November 1940 no.997 L.M.1940 bericht
ik U, dat ik U met ingang van 30 April a.s. voor den tijd van 14 da-
gen het recht om op de markten hier ter stede een plaats te bezetten
heb ontnomen, terwijl ik, gelet op het gestelde in vorenvermelden
brief van Burgemeester en Wethouders, aan den Regeeringscommissaris
voor Amsterdam heb voorgesteld U thans bedoeld recht voorgoed te ont-
nemen.
De Directeur, Het document is een getypt afschrift van een disciplinaire maatregel tegen een marktkoopman uit Zaandam die actief was op de Amsterdamse markten. De kern van de brief is een schorsing van 14 dagen (ingaande 30 april 1941) wegens herhaalde overtreding van de marktvoorschriften (artikel 30 lid 4).
Opvallend is de escalatie van de straf: de directeur stelt aan de "Regeeringscommissaris voor Amsterdam" voor om de heer Kroonenburg de toegang tot de markt voorgoed te ontzeggen. De toon is zakelijk en autoritair, kenmerkend voor ambtelijke correspondentie uit die periode. De datum (april 1941) plaatst dit document midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De verwijzing naar de "Regeeringscommissaris voor Amsterdam" is hierbij cruciaal. Na de stakingen in februari 1941 werd het Amsterdamse gemeentebestuur door de bezetter aan de kant geschoven en vervangen door een regeringscommissaris (aanvankelijk Edward Voûte), die directe instructies van de bezetter uitvoerde.
Hoewel de brief spreekt over een overtreding van het 'Marktreglement', vonden dergelijke zware uitsluitingen (zoals een levenslang beroepsverbod) in deze periode vaak plaats in het kader van de toenemende gelijkschakeling of specifiek tegen personen die zich niet hielden aan de nieuwe verordeningen van de bezetter. Het document illustreert hoe lokale marktzaken in oorlogstijd onder direct toezicht kwamen te staan van het door de nazi's gecontroleerde bestuur.