Archief 745
Inventaris 745-348
Pagina 151
Dossier 28
Jaar 1941
Stadsarchief

Getypte brief met handgeschreven kanttekeningen en een tabel.

8 februari 1941.

Origineel

Getypte brief met handgeschreven kanttekeningen en een tabel. 8 februari 1941. [Linksboven, handgeschreven:]
D/HG.
20/8/2 M. 1941

[Midden boven, handgeschreven:]
Verzonden [onduidelijk, mogelijk initialen]
M de Leer

[Rechtsboven, getypt:]
8 Februari 1941.

[Rechtsonder de datum, getypt:]
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .

[Body tekst, getypt:]
Onder terugzending van de met Uw kantbrief d.d. 4 Februari jl. om advies ontvangen stukken no. 160 L.M.1941 heb ik de eer U het volgende te berichten.

A. MARKTEN.
De markten, welke in de buurten met overwegend Joodsche bevolking zijn gelegen, zijn:
1. Waterlooplein (met Zwanen-burgwal) (algemeene dagmarkt)
2. Nieuwmarkt (idem; ligt aan de grens van een Joodsche buurt; zie bijlage I, behoorende bij den brief van den Administrateur der Afdeeling Bevolkingsregister en Verkiezingen d.d. 29 Januari 1941).
3. Uilenburg (algemeene weekmarkt) op Zondag.

[Gecentreerd boven tabel:]
Aantal Joodsche kooplieden.
(vaste plaatshouders)

[Tabel:]
| Waterlooplein | Nieuwmarkt | Uilenburg |
| :--- | :--- | :--- | :--- | :--- | :--- | :--- |
| levensmiddelen | kleeding | levensmiddelen | kleeding | | levensmiddelen | kleeding |
| | | | stoffen | andere kleeding | | |
| 35 | 17 | 7 | 28 | 8 | 47 | 54 |

[Onder de tabel, getypt:]
Ik merk hierbij op, dat deze Joodsche kooplieden niet uitsluitend de voorziening der Joodsche bevolking in deze buurten met levensmiddelen en kleeding verzorgen; integendeel, vele christenen bezoeken deze markten; de Zondagsmarkt op Uilenburg bijvoorbeeld wordt door publiek uit geheel Am- [tekst breekt af] * Inhoud: Het document is een ambtelijke rapportage over de economische activiteit van Joodse kooplieden op drie specifieke markten in Amsterdam. Het geeft exacte aantallen "vaste plaatshouders" (vergunninghouders) weer, onderverdeeld in levensmiddelen en kleding/stoffen.
* Taalgebruik: Het hanteert de toenmalige spelling (bijv. "Joodsche", "kleeding", "algemeene") en een formele, ambtelijke toon.
* Opvallend detail: De schrijver benadrukt aan het eind dat de markten niet alleen een Joodse cliëntèle bedienen, maar dat ook "vele christenen" (niet-Joden) er hun inkopen doen. Dit kan een poging zijn om de economische waarde van deze ondernemers voor de gehele stad te onderstrepen in een tijd van toenemende restricties.
* Administratieve context: Er wordt verwezen naar stukken van de Afdeling Bevolkingsregister en Verkiezingen van januari 1941. Dit wijst op de intensivering van de registratie van de Joodse bevolking die op dat moment plaatsvond. Dit document stamt uit een zeer kritieke periode in de geschiedenis van Amsterdam tijdens de Duitse bezetting.
* Februari 1941: In de weken dat deze brief werd geschreven, liepen de spanningen in de stad hoog op. De WA (de weerafdeling van de NSB) provoceerde regelmatig in de Joodse wijken, wat leidde tot de vorming van Joodse knokploegen.
* Segregatie: De bezetter was op dat moment bezig met het voorbereiden van maatregelen om de Joodse bevolking te isoleren. Het in kaart brengen van Joodse marktkramen was een voorbode van de latere verboden voor Joden om op openbare markten te staan of deze te bezoeken.
* Februaristaking: Slechts twee weken na de datum op dit document (op 25 en 26 februari 1941) zou de Februaristaking uitbreken, het eerste massale protest tegen de Jodenvervolging in bezet Europa. Dit document toont de bureaucratische 'voorbereiding' die aan de fysieke isolatie en vervolging voorafging.

Samenvatting

  • Inhoud: Het document is een ambtelijke rapportage over de economische activiteit van Joodse kooplieden op drie specifieke markten in Amsterdam. Het geeft exacte aantallen "vaste plaatshouders" (vergunninghouders) weer, onderverdeeld in levensmiddelen en kleding/stoffen.
  • Taalgebruik: Het hanteert de toenmalige spelling (bijv. "Joodsche", "kleeding", "algemeene") en een formele, ambtelijke toon.
  • Opvallend detail: De schrijver benadrukt aan het eind dat de markten niet alleen een Joodse cliëntèle bedienen, maar dat ook "vele christenen" (niet-Joden) er hun inkopen doen. Dit kan een poging zijn om de economische waarde van deze ondernemers voor de gehele stad te onderstrepen in een tijd van toenemende restricties.
  • Administratieve context: Er wordt verwezen naar stukken van de Afdeling Bevolkingsregister en Verkiezingen van januari 1941. Dit wijst op de intensivering van de registratie van de Joodse bevolking die op dat moment plaatsvond.

Historische Context

Dit document stamt uit een zeer kritieke periode in de geschiedenis van Amsterdam tijdens de Duitse bezetting.
* Februari 1941: In de weken dat deze brief werd geschreven, liepen de spanningen in de stad hoog op. De WA (de weerafdeling van de NSB) provoceerde regelmatig in de Joodse wijken, wat leidde tot de vorming van Joodse knokploegen.
* Segregatie: De bezetter was op dat moment bezig met het voorbereiden van maatregelen om de Joodse bevolking te isoleren. Het in kaart brengen van Joodse marktkramen was een voorbode van de latere verboden voor Joden om op openbare markten te staan of deze te bezoeken.
* Februaristaking: Slechts twee weken na de datum op dit document (op 25 en 26 februari 1941) zou de Februaristaking uitbreken, het eerste massale protest tegen de Jodenvervolging in bezet Europa. Dit document toont de bureaucratische 'voorbereiding' die aan de fysieke isolatie en vervolging voorafging.

Locaties

Amsterdam (afgeleid uit de genoemde locaties Waterlooplein Nieuwmarkt en Uilenburg).

Gerelateerde Documenten 6