Archief 745
Inventaris 745-348
Pagina 249
Dossier 17
Jaar 1941
Stadsarchief

Officieel politierapport (getypt).

3 november 1941. Dossier: 20/30/1

Origineel

Officieel politierapport (getypt). 3 november 1941. R A P P O R T .

[Stempel/Aantekening:] Nº 20/30/1 M. 1941 6/11
[Handgeschreven:] Spoed (onderstreept)
[Handgeschreven:] m. Dir

Politie te Amsterdam
7e Sectie 1e Afdeeling
No.

Onderwerp:
Optreden van G. de Hartog tegenover marktkooplieden.

Ik, ondergeteekende, Henricus Franciscus Josephus Kipping, agent van politie tevens onbezoldigd veldwachter der gemeente Amsterdam, dienstdoende aan de 7e Sectie 1e Afdeeling, heb de eer U het volgende te rapporteeren:

Op Maandag den 3den November 1941 kwamen twee personen, die genaamd zijn:
1. Johannes Anthonius VOERS, geboren te Haarlem, 4 October 1911, van beroep marktkoopman en te wonen Menadostraat 20 II te Amsterdam (Oost);
2. Willem Frederik KREUGER, geboren te Amsterdam, 1 Februari 1912, van beroep marktkoopman en te wonen Niasstraat 24 I te Amsterdam (Oost) bij mij klagen dat een persoon, die genaamd is: Gerrit de HARTOG woont Domselaerstraat 33 II alhier, bij hun wagen kwam en de volgende woorden tot hen sprak:

"Ik gelast U dat de naam "Van Engel" heden voor half elf op die kar onzichtbaar moet zijn gemaakt anders zal ik opbellen en dan de boel inbeslag laten nemen"

De beide kooplui verklaarden mij ieder voor zich doch eensluidend:

"De kar is mijn persoonlijk eigendom doch de naam "Van Engel" moest volgens de Warenwet (IJsbesluit) op mijn kar geplaatst worden, omdat ik consumptieijs betrok van Van Engel, die in de Commelinstraat 38 woont alwaar de bereidplaats is. Zij vroegen mij of die papieren, (zij hadden bedoelden naam reeds onzichtbaar gemaakt) zoo moesten blijven doch op mijn advies hebben zij de papieren weer van de karren verwijderd.

Te ongeveer 11.50 uur trof ik, rapporteur, de Hartog op het Dapperplein aan en vroeg ik hem op grond waarvan hij deze personen had gelast zulks te doen. Hij antwoordde mij:

"Gelast heb ik niet doch het optreden van mij is op grond van mijn organisatie als U het weten wilt. De houding van U staat mij in het geheel niet aan, ik zal over U eens een schrijven weg doen. De Hollandsche politie saboteert alle verordeningen daar heb ik de bewijzen van."

Toen ik, rapporteur, hem mededeelde dat de politie de handhaver van wetten en verordeningen was, antwoordde hij mij:

"Schrijf dit maar gerust aan de Hoofd-Commissaris van U dan wil ik het met hem ook nog wel eens uitknobbelen, met de Hollandsche politie heb ik niets te maken."

Amsterdam, 3 November 1941
de agent van politie
w.g. H.F.J. Kipping

[Rechtsonder:] 20 Dit rapport beschrijft een incident op en rond het Dapperplein in Amsterdam-Oost tijdens de Duitse bezetting. Twee ijscomannen (Voers en Kreuger) worden geïntimideerd door een burger, Gerrit de Hartog, die eist dat de bedrijfsnaam "Van Engel" van hun karren wordt verwijderd.

De kern van het conflict is drieledig:
1. Wettelijke plicht vs. intimidatie: De kooplieden wijzen op het 'IJsbesluit' (onderdeel van de Warenwet), dat hen verplicht de naam van de fabrikant op de kar te voeren.
2. Autoriteitsconflict: De Hartog beroept zich niet op de wet, maar op "zijn organisatie". Gezien de context en zijn agressieve houding tegenover de "Hollandsche politie", gaat het hier zeer waarschijnlijk om een collaborerende organisatie (zoals de NSB of de WA).
3. Ideologische frictie: De Hartog beschuldigt de politie van sabotage van de (nieuwe) verordeningen. De agent, Kipping, probeert de professionele standaard te handhaven, maar wordt door De Hartog weggezet als irrelevant ("met de Hollandsche politie heb ik niets te maken"). Het document dateert van november 1941. De anti-Joodse maatregelen in Nederland waren in deze periode in volle gang. De naam "Van Engel" verwijst naar de bekende Joodse ijsfabrikant (IJsfabriek Van Engel) in de Commelinstraat. De eis van De Hartog om deze naam onzichtbaar te maken, moet worden gezien in het licht van de 'Arisering' en de algemene terreur tegen Joodse ondernemingen en hun zakelijke relaties.

Dit rapport illustreert de moeilijke positie van de reguliere Amsterdamse politieagenten, die zich enerzijds aan de bestaande Nederlandse wetten (zoals de Warenwet) probeerden te houden, maar anderzijds geconfronteerd werden met brutale collaborateurs die meenden boven de wet te staan en directe lijnen te hebben naar de bezetter of de nationaalsocialistische top. De notitie "Spoed" en de verwijzing naar de "Hoofd-Commissaris" onderstrepen de politieke gevoeligheid van dergelijke confrontaties in bezettingstijd. G. de Hartog H.F.J. Kipping Gemeente Amsterdam NSB Politie WA

Samenvatting

Dit rapport beschrijft een incident op en rond het Dapperplein in Amsterdam-Oost tijdens de Duitse bezetting. Twee ijscomannen (Voers en Kreuger) worden geïntimideerd door een burger, Gerrit de Hartog, die eist dat de bedrijfsnaam "Van Engel" van hun karren wordt verwijderd.

De kern van het conflict is drieledig:
1. Wettelijke plicht vs. intimidatie: De kooplieden wijzen op het 'IJsbesluit' (onderdeel van de Warenwet), dat hen verplicht de naam van de fabrikant op de kar te voeren.
2. Autoriteitsconflict: De Hartog beroept zich niet op de wet, maar op "zijn organisatie". Gezien de context en zijn agressieve houding tegenover de "Hollandsche politie", gaat het hier zeer waarschijnlijk om een collaborerende organisatie (zoals de NSB of de WA).
3. Ideologische frictie: De Hartog beschuldigt de politie van sabotage van de (nieuwe) verordeningen. De agent, Kipping, probeert de professionele standaard te handhaven, maar wordt door De Hartog weggezet als irrelevant ("met de Hollandsche politie heb ik niets te maken").

Historische Context

Het document dateert van november 1941. De anti-Joodse maatregelen in Nederland waren in deze periode in volle gang. De naam "Van Engel" verwijst naar de bekende Joodse ijsfabrikant (IJsfabriek Van Engel) in de Commelinstraat. De eis van De Hartog om deze naam onzichtbaar te maken, moet worden gezien in het licht van de 'Arisering' en de algemene terreur tegen Joodse ondernemingen en hun zakelijke relaties.

Dit rapport illustreert de moeilijke positie van de reguliere Amsterdamse politieagenten, die zich enerzijds aan de bestaande Nederlandse wetten (zoals de Warenwet) probeerden te houden, maar anderzijds geconfronteerd werden met brutale collaborateurs die meenden boven de wet te staan en directe lijnen te hebben naar de bezetter of de nationaalsocialistische top. De notitie "Spoed" en de verwijzing naar de "Hoofd-Commissaris" onderstrepen de politieke gevoeligheid van dergelijke confrontaties in bezettingstijd.

Genoemde Personen 2

Locaties

Amsterdam (7e Sectie 1e Afdeeling).

Producten

A.G.F. (Groenten): Groente A.G.F. (Groenten): Sla Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis Vleeswaren: Hart Vleeswaren: Kip Vleeswaren: Vlees

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Gemeente Amsterdam NSB Politie WA

Gerelateerde Documenten 6