Archief 745
Inventaris 745-348
Pagina 342
Dossier 93
Jaar 1941
Stadsarchief

Ambtelijke correspondentie (brief/memo).

Van: De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen).

Origineel

Ambtelijke correspondentie (brief/memo). De Directeur (vermoedelijk van de Dienst van het Marktwezen). [Handgeschreven: extra]

D/HG.

21/3/2 M.
18 Januari 1941.

Aanwijzing tijdelijke
hulpmarkt van de brand-
stoffenmarkt.

den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .

Hiermede heb ik de eer U te berichten, dat de brand-
stoffenfirma Gebr.Teeflang, die gevestigd is aan de Prinsen-
gracht, een opslagterrein heeft gehuurd aan den Westerdoksdijk
tegenover de Westerdokskade voor den opslag van brandstoffen.
Het komt thans veelvuldig voor, dat de brandstoffenschepen
dezer firma vóór en opzij van dit opslagterrein gemeerd lig-
gen.

Ten einde van deze vaartuigen het brandstoffenmarkt-
geld te kunnen invorderen, heb ik de eer U beleefd te verzoe-
ken wel te willen bevorderen, dat bij Besluit van Burgemeester
en Wethouders, overeenkomstig het bepaalde in artikel 7 lid 2
van de Verordening op den dienst van het Marktwezen, wordt
aangewezen tot tijdelijke hulpmarkt van de brandstoffenmarkt,
het Westerdok, begrensd door het terrein, gelegen tusschen
het Westerdok en den Westerdoksdijk over een lengte van dertig
meter naar het Noorden en twintig meter naar het Oosten, ge-
meten vanuit het Zuid-Oostelijke begin van deze begrenzing,
voor de periode vanaf den datum van het Besluit tot en met
31 December 1941.

De Directeur, Het document is een formeel verzoek van een gemeentelijk directeur aan de bevoegde wethouder om een specifieke locatie in het Westerdok (Amsterdam) officieel aan te wijzen als "tijdelijke hulpmarkt".

De directe aanleiding is de bedrijfsvoering van de firma Gebr. Teeflang. Zij hebben een opslagterrein aan de Westerdoksdijk gehuurd waar hun schepen aanleggen. Omdat deze schepen daar feitelijk handel drijven of voorraad houden buiten de bestaande officiële marktterreinen, kan de gemeente geen "brandstoffenmarktgeld" (leges/belasting) innen.

Door de ligplaatsen juridisch aan te wijzen als hulpmarkt conform de "Verordening op den dienst van het Marktwezen", krijgt de gemeente de wettelijke basis om deze gelden alsnog te vorderen. De aanvraag is zeer specifiek in de geografische afbakening (30 meter noord, 20 meter oost vanaf een vastgesteld punt) en beperkt in tijd (tot eind 1941). De brief is gedateerd op 18 januari 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de bezetter de macht had, bleef het Nederlandse ambtelijke apparaat op lokaal niveau grotendeels functioneren volgens bestaande wetten en verordeningen.

In deze periode was de distributie van brandstoffen (zoals kolen) van vitaal belang voor de stad. De firma Gebr. Teeflang was een bekende Amsterdamse brandstoffenhandel. Het document illustreert hoe de gemeente, ondanks de oorlogsomstandigheden, nauwgezet toezag op de handhaving van lokale verordeningen en de inning van marktgelden. Het gebruik van termen als "Wethouder voor de Levensmiddelen" wijst op de herstructurering van het stadsbestuur onder druk van de oorlogseconomie en schaarste.

Samenvatting

Het document is een formeel verzoek van een gemeentelijk directeur aan de bevoegde wethouder om een specifieke locatie in het Westerdok (Amsterdam) officieel aan te wijzen als "tijdelijke hulpmarkt".

De directe aanleiding is de bedrijfsvoering van de firma Gebr. Teeflang. Zij hebben een opslagterrein aan de Westerdoksdijk gehuurd waar hun schepen aanleggen. Omdat deze schepen daar feitelijk handel drijven of voorraad houden buiten de bestaande officiële marktterreinen, kan de gemeente geen "brandstoffenmarktgeld" (leges/belasting) innen.

Door de ligplaatsen juridisch aan te wijzen als hulpmarkt conform de "Verordening op den dienst van het Marktwezen", krijgt de gemeente de wettelijke basis om deze gelden alsnog te vorderen. De aanvraag is zeer specifiek in de geografische afbakening (30 meter noord, 20 meter oost vanaf een vastgesteld punt) en beperkt in tijd (tot eind 1941).

Historische Context

De brief is gedateerd op 18 januari 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de bezetter de macht had, bleef het Nederlandse ambtelijke apparaat op lokaal niveau grotendeels functioneren volgens bestaande wetten en verordeningen.

In deze periode was de distributie van brandstoffen (zoals kolen) van vitaal belang voor de stad. De firma Gebr. Teeflang was een bekende Amsterdamse brandstoffenhandel. Het document illustreert hoe de gemeente, ondanks de oorlogsomstandigheden, nauwgezet toezag op de handhaving van lokale verordeningen en de inning van marktgelden. Het gebruik van termen als "Wethouder voor de Levensmiddelen" wijst op de herstructurering van het stadsbestuur onder druk van de oorlogseconomie en schaarste.

Gerelateerde Documenten 6