Getypte brief op officieel briefpapier (doorslag).
Origineel
Getypte brief op officieel briefpapier (doorslag). 10 april 1941. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Markten of een gerelateerde gemeentelijke instantie in Amsterdam). Den Heer B. Knegje, Danie Theronstraat 18 II, Amsterdam-Oost (Wijk 20). HG.
Inter [handgeschreven]
den Heer B. Knegje,
Danie Theronstraat 18 II,
Amsterdam-Oost.
Wijk 20.
27/24/2 M. 10 April 1941.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 22 Maart jl. verleen ik U hierbij gedurende drie maanden na dato dezes toestemming om Uw zoon op diens plaats op de markt Ten Katestraat te vervangen.
De Directeur, Deze korte, zakelijke brief is een officiële beschikking van een gemeentelijke directeur in Amsterdam. De ontvanger, de heer B. Knegje, krijgt formeel toestemming om gedurende een periode van drie maanden de plek van zijn zoon op de markt in de Ten Katestraat in te nemen.
De brief is een reactie op een verzoek van Knegje van enkele weken daarvoor (22 maart 1941). De bureaucratische toon en de nauwkeurige vermelding van wijknummers en dossierkenmerken zijn typerend voor de gemeentelijke administratie in die tijd. De afkorting "jl." staat voor 'jongstleden' (vorige maand). Het document dateert uit april 1941, bijna een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De markt in de Ten Katestraat was (en is) een van de grote dagmarkten in Amsterdam-West.
De naam Knegje en het adres Danie Theronstraat 18-II wijzen naar een Joods gezin in Amsterdam-Oost. Benjamin Knegje (geboren in 1888) was inderdaad een marktkoopman. In deze periode van de bezetting werden Joodse Amsterdammers steeds meer beperkt in hun bewegingsvrijheid en economische mogelijkheden. Hoewel de definitieve verwijdering van Joodse kooplieden naar aparte "Jodenmarkten" pas later in 1941 werd geëffectueerd (september/oktober 1941), voelde men de druk van de anti-Joodse maatregelen al overal.
Dat de vader zijn zoon moet vervangen, suggereert dat de zoon op dat moment niet in staat was zijn nering uit te oefenen. In de context van 1941 zou dit kunnen wijzen op ziekte, maar ook op de toenemende onzekerheid en repressie waar Joodse burgers mee te maken kregen. Uit archiefstukken blijkt dat Benjamin Knegje en een groot deel van zijn gezin de oorlog niet hebben overleefd; zij zijn in 1943 in Sobibor vermoord. Dit document vormt een klein administratief spoor van hun dagelijks leven en de pogingen om hun inkomen op de markt veilig te stellen vlak voordat de vervolging intensiveerde. B. Knegje