Dienstbrief (doorslag/kopie)
Origineel
Dienstbrief (doorslag/kopie) 18 oktober 1941 De Directeur (vermoedelijk van een Amsterdamse gemeentedienst, zoals de Marktwezen) [Rechtsboven, handgeschreven:] In de kaer
[Rechtsboven, getypt:] HG.
[Geadresseerde:]
den Heer L. Hijman,
Hofmeyrstraat 44 I,
Amsterdam-Oost.
[Kenmerk en datum:]
Wijk 20.
27/60/1 M.
18 October 1941.
[Inhoud:]
U gelieve het aan U in bruikleen afgestane snoer met toe-
behooren, voor de kramenverlichting op de markt Ten Katestraat ten
spoedigste in te leveren bij den dienstdoenden marktambtenaar van
bovengenoemde markt.
[Afsluiting:]
De Directeur,
[Handgeschreven aantekening onderaan:]
reger. p. 5/12 '41 p 10 ½ u.m.
" 12/12 '41 p 10 ½ u. . Dit document is een officiële sommatie aan de heer L. Hijman om geleend materiaal (een elektriciteitssnoer met toebehoren voor kraamverlichting) terug te geven aan de gemeente Amsterdam. De toon is zakelijk en dwingend ("ten spoedigste").
De handgeschreven aantekening onderaan lijkt een administratieve verwerking te noteren, mogelijk herinneringen of een registratie van ontvangst op 5 en 12 december 1941 om 10:30 uur ('u.m.' staat waarschijnlijk voor 'uur morgens'). De opmerking "In de kaer" (mogelijk "In de kaart") duidt erop dat dit exemplaar bestemd was voor het archief of de administratieve kaarting. De datum van de brief, 18 oktober 1941, is cruciaal voor de historische context. Nederland was op dat moment bezet door nazi-Duitsland. In deze periode werden er steeds meer beperkende maatregelen tegen de Joodse bevolking ingevoerd.
De achternaam 'Hijman' is een veelvoorkomende Joodse naam. In de herfst van 1941 werden Joodse marktkooplieden in Amsterdam stelselmatig verdreven van de reguliere markten (zoals de markt in de Ten Katestraat) en gedwongen zich te vestigen op speciale 'Joodse markten'. Deze brief, waarin de heer Hijman gesommeerd wordt zijn verlichtingsmateriaal in te leveren bij de marktambtenaar van de Ten Katestraat, is zeer waarschijnlijk een direct gevolg van deze uitsluiting: omdat hij daar niet meer mocht staan, moest hij de door de gemeente verstrekte faciliteiten per direct inleveren. De Hofmeyrstraat, waar de geadresseerde woonde, ligt in de Transvaalbuurt, een wijk die in die jaren een zeer grote Joodse populatie kende.